Gemeenten moeten snijden, maar waar? En hoe diep?

Gemeenten bezuinigen voor 2011 zo’n 7 procent op hun uitgaven. Dat komt neer op 250 euro per inwoner.

Maar of dat voldoende is, of juist te veel, weet niemand.

Het regeerakkoord, de financiële bijlage, de Miljoenennota en een rekenmachine. Dat had de Eindhovense wethouder Staf Depla (financiën, PvdA) nodig om de rijkstoelage voor zijn gemeente te bepalen. „De middelen die bestemd zijn voor gemeenten heb ik allemaal opgeteld en vervolgens door zeventig gedeeld. Dat is ons ‘vaste’ percentage. Zo ben ik op het bedrag voor Eindhoven in 2011 gekomen.”

Het huiswerk van Depla is tekenend voor de onzekerheid van veel gemeenten over hun financiële toekomst. En die toekomst is al niet zo rooskleurig door de bezuinigingen van het Rijk, door het decentraliseren van activiteiten en ook door tegenvallende inkomsten (bijvoorbeeld door de impasse op de huizenmarkt).

Gemeenten bezuinigen voor 2011 gemiddeld zo’n 7 procent op hun uitgaven, zo becijfert het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO). Dat staat gelijk aan circa 250 euro per inwoner. Of dat voldoende is, of juist te veel, weet nog niemand. „Dat percentage is eigenlijk een slag in de lucht, omdat er over de inkomsten nog veel onzekerheid bestaat”, zegt directeur Maarten Allers. „Bizar eigenlijk. Als je als gemeente zorgvuldig wil begroten, begin je daar in het vroege voorjaar mee, maar er wordt door het Rijk in de loop van het jaar voortdurend met doelpalen geschoven.”

Klagen over gebrek aan duidelijkheid is aan Depla niet besteed. „Over een paar maanden zullen we wel een brief krijgen met de precieze gegevens, maar dat maakt me niet zoveel uit. Ik heb liever goed beleid met de cijfers later, dan slecht beleid en snel duidelijkheid”, aldus het voormalige Tweede Kamerlid.

Illustratief voor de onzekerheid: de Amsterdamse wethouder Asscher ging ervan uit dat hij tot 2015 235 miljoen euro moest bezuinigen, maar nu denkt de stad dat een reductie van 123 miljoen voldoende is. Voor de meeste gemeenten lijkt de schade mee te vallen. Aanvankelijk was er sprake van dat het Gemeentefonds, dat een omvang kent van jaarlijks 17 miljard euro, met 10 procent zou krimpen, maar dat gebeurt niet. Wel is het beeld diffuus: doordat taken verdwijnen of verwacht wordt dat gemeenten hun taken efficiënter gaan uitvoeren, kunnen de inkomsten wel degelijk teruglopen.

De onzekerheid zit vooral in de nieuwe taken die gemeenten gaan verrichten. Allers noemt bijvoorbeeld de jeugdzorg die nu nog in handen is van de provincie. „Voor de provincies was het al krap, maar nu wordt er 300 miljoen op gekort”, zegt Allers. „Vaak gaat het om open-einderegelingen: vanuit Den Haag is het minder moeilijk om te zeggen dat het geld op is.”

Voor gemeenten is dat lastiger omdat de problemen zich bij wijze van spreken op hun stoep opstapelen. „De gedachte bij het Rijk is dat decentralisatie kostenvoordelen met zich meebrengt. Dus als iets bij het Rijk 100 kost, moeten lagere overheden dat bijvoorbeeld voor 80 of 90 kunnen. En daar wordt dan het budget op afgestemd”, aldus Arno Korsten, emeritus hoogleraar bestuurskunde.

Naast deze reducties kampen gemeenten door de economische tegenwind met nog een ander probleem. De eigen inkomsten vallen tegen: met name door de ingezakte woningmarkt. Volgens berekeningen van het COELO levert dat voor alle gemeenten alleen al in 2010 een financiële strop op van 1,3 miljard euro. Korsten: „En je ziet ook dat gemeenten weinig financiële reserves hebben.”

Volgens Allers van onderzoeksinstituut COELO moeten gemeenten financieel zelfstandiger worden. En daardoor stabieler. „Dat kan je bereiken door de rijkstoelage te verlagen en lokale belastingen te verhogen. Maar daar is het politieke klimaat niet naar. Gemeenten kampen met het onterechte beeld dat zij geld over de balk gooien.” En dus blijft de ooit voorgestelde ingezetenenbelastingen buiten beeld. „Ik ga er in elk geval geen energie in steken”, zegt Depla. Volgens Korsten speelt ook mee dat de landelijke overheid via de belastingen invloed houdt. „Dat heeft met ons idee van de gedecentraliseerde eenheidsstaat te maken. Zo kan je ook voorkomen dat de verschillen tussen gemeenten te groot worden.”

Momenteel is de financiële armslag voor lokale politici gering. „Van de 750 miljoen die Eindhoven jaarlijks ontvangt, komt 500 miljoen van het Rijk. 100 miljoen is afkomstig van lokale belastingen en leges, en grondexploitatie levert ons 150 miljoen op”, zegt Depla. „Een stijging van de ozb levert relatief dus weinig op.”

Eindhoven gaat tot 2015 uit van een bezuiniging van 56 miljoen. Via een enquête kregen inwoners en ambtenaren de gelegenheid om bezuinigingsideeën te spuien. De uitkomsten variëren van het afbouwen van stedenbanden, snijden in topsport tot ecologisch groenbeheer (‘lang gras’). „Maar het is niet alleen bezuinigen”, bezweert Depla. Eindhoven blijft geld steken in „de tweede economie van het land”. Maar ook rond de ‘kennisregio Eindhoven’ wordt landelijk (in dit geval door Economische Zaken) bezuinigd. „Wat er hier bijvoorbeeld met de geldstromen aan kennisinstituten staat te gebeuren is echt dramatisch.”