Gedrag op internet verraadt daders

Wynsen Faber deed onderzoek naar kinderporno op internet. Beter onderzoek kan daders opleveren, maar ook ‘verdachten’ uitsluiten.

Zedenpolitie en andere opsporingsdiensten weten nauwelijks iets af van de wereld die schuilgaat achter kinderporno – die van de productie en distributie. Dat zegt Wynsen Faber, lector aan de Politieacademie en afkomstig uit het politievak. Hij onderzocht in opdracht van Justitie en Economische Zaken allerlei vormen van internetcriminaliteit, waaronder kinderporno.

Uw rapport was al klaar voor de zaak in Amsterdam aan het licht kwam. Was U verbaasd?

„Nee, niet helemaal. Het bevestigt het risico van relatief zelfstandige beroepen, waarin zonder toezicht van ouders of collega’s kinderen worden begeleid of verzorgd. Dat hebben we al in ons onderzoek gesignaleerd. Maar het is ook goed ervoor te waarschuwen niet alles en iedereen als verdacht te beschouwen.”

U stelt voor lijsten te maken van pedofielen en die te koppelen aan bijvoorbeeld bestanden van schuilnamen op internet. Dat raakt aan de privacy van mensen.

„Het gaat niet zozeer om die lijsten. Maar je wil wel onderscheid kunnen maken tussen mensen met wie wel of niet iets aan de hand is. Dat gebeurt op basis van gedragskenmerken die een gewone internetter niet heeft. Pedofilie is niet iets dat van de ene op de andere dag overgaat, en dan kan je een patroon vinden. Het is een logische veronderstelling dat pedofilie een verhoogd risico op betrokkenheid bij kinderporno met zich meebrengt. Wie zich met kinderporno bezighoudt, vertoont ook specifiek internetgedrag, zoals het gebruik van een schuilnaam of intensief up- en downloadgedrag. Dat soort indicaties kunnen wijzen op verdachte handelingen.

„Het is overigens mogelijk om dergelijke hypothesen over betrokkenheid bij kinderporno te controleren zonder dat de controlerende instantie de namen op die lijst kent. En als er geen koppeling uitrolt, weet je ook dat er geen grond voor verdenking is.

„Theoretisch zou een dergelijke screening ook kunnen plaatsvinden onder ‘kwetsbare’ beroepen. Nu is in de publieke opinie elke mannelijke medewerker van een kinderdagverblijf verdacht.”