Een onschuldige burger is ongeveer 2.500 dollar waard

Burgerslachtoffers, in militair jargon ook wel ‘bijkomende schade’ genoemd, kun je sinds 2003 declareren bij het Amerikaanse leger. Nabestaanden ontvangen ongeveer 2.500 dollar per dode. Blader op Aclu.org door de bonnetjes en zie hoe ‘menselijke verlies’ wordt afgeboekt.

Burgerslachtoffers, in militair jargon ook wel ‘bijkomende schade’ genoemd, kun je sinds 2003 declareren bij het Amerikaanse leger. Nabestaanden ontvangen ongeveer 2.500 dollar per dode. Blader op Aclu.org door 800 bonnetjes en zie hoe ‘menselijk verlies’ wordt afgeboekt.

De procedure is als volgt. Als een Amerikaanse soldaat per ongeluk een onschuldige Irakees of Afghaan ombrengt is hij verplicht om een ‘Claim Card’ van zijn Task Force aan getuigen of nabestaanden te geven. De instructie: “Beloof ze niets.” De soldaat wordt op het hart gedrukt dat hij met deze administratieve handeling geen schuld bekent.

Dit soort claims zijn een bureaucratie op zich, getuige de honderden formulieren die de Amerikaanse burgerrechtenorganisatie ACLU heeft verzameld en gepubliceerd. Wie over woorden als ‘death’ en ‘kill’ heen leest zou denken dat het enkel om blikschade gaat. De nabestaanden drukken zich op de formulieren veelal keurig uit en houden het strikt zakelijk.


Neem het incident op dinsdag 29 november 2005 in Bagdad. Een getuige beschrijft het als volgt:

“Vanmiddag zat ik met mijn collega’s in een taxi naar huis. Ter hoogte van het ministerie van Transport reed een Amerikaans konvooi achter ons. Onze taxichauffeur besloot de auto aan de kant te zetten om het konvooi te laten passeren. Enkele soldaten openden toen het vuur op onze achterruit. Mijn twee collega’s (twee broers van elkaar, red) renden van de auto weg en werden doodgeschoten. Het konvooi stopte, zette de weg af en overhandigde ons een kaart (Iraqi Claim Card, red). Later arriveerde een politiewagen om de twee lichamen te vervoeren naar een ziekenhuis. Dit is mijn verklaring.”

Bij het invulveld waar de schade beschreven moet worden, noteert de zus van de slachtoffers: “Compensatie voor het doden van mijn broers.” Achter elke naam schrijft ze haar claim: 3.000 dollar. In totaal 6.000 dollar dus. Op een andere pagina wordt de verkeerssituatie uitgetekend. Ook de foto’s van de vernielde taxi zijn bijgevoegd. Het General Information Centre adviseert om de 6.000 euro toe te wijzen, maar het hoofdkwartier van het 2d Brigade Combat Team besluit op 24 september 2006 slechts 5.000 dollar toe te wijzen. Op 7 oktober, bijna een jaar na het incident, wordt het dossier gesloten.

Het Amerikaanse tijdschrift Slate beschrijft de achtergrond van dit soort ‘condoleance betalingen’. In een rapport uit 2007 van het Amerikaanse Congres staat dat de betalingen niet beschouwd moeten worden als ‘erkenning van schuld’, maar als ‘uiting van sympathie’. Tussen 2003 en 2006 heeft het Amerikaanse ministerie van Defensie 30 miljoen dollar aan ‘condoleances’ in Afghanistan en Irak uitgegeven. Lang niet elk verzoek is ingewilligd, zoals gebruikelijk bij schadeclaims.