Een voetballer uit de PlayStation

Koen Greven over de betovering van voetballer Lionel Messi.

Een onvergetelijke avond in april in Barcelona. ‘Messi! Messi! Messi! Messi! Messi!’ Het geluid van de Barça-fans galmde nog lang na, na het showoptreden van Lionel Messi.

Op de terugweg van Camp Nou naar mijn hotel zag ik, omkijkend in het licht van de schijnwerpers, in de nok van het stadion nog Arsenal-supporters zitten. Na achttien minuten spelen hadden ze nog gejuicht, omdat de Deen Nicklas Bendtner Arsenal in de return van de kwartfinale van de Champions League op voorsprong had gezet. Daarna nam Messi, Argentijns wonderkind, de regie in handen. Hij kreeg de Engelse aanhang met vier goals stil. Na het laatste fluitsignaal waren de supporters van Barcelona in extase. De fans van Arsenal applaudisseerden bewonderend, zoals alleen Engelsen dat kunnen.

Messi had ik al talloze keren zien spelen. Hij was bij Liverpool-Barcelona, in maart 2007, onzichtbaar geweest, maar twee maanden daarna speelde ‘de vlo’ een voortreffelijke wedstrijd bij Atlético Madrid en scoorde hij twee keer. Tijdens het toernooi om de Copa América, drie jaar geleden in Venezuela, imponeerde Messi in het Argentijnse shirt het publiek in het gastland.

Messi, die tien jaar geleden Argentinië verruilde voor de jeugdopleiding van Barcelona, sprak de afgelopen jaren vooral met zijn voeten. Maar op die lenteavond in Barcelona was alles anders. Messi betoverde het publiek als nooit tevoren. Als een lachend jongetje liep hij na elk doelpunt over de grasmat. De selectiespelers van Ajax en Feyenoord, die avond in het stadion getuige van de wedstrijd, keken ademloos toe.

Vier doelpunten van Messi. Een daverende knal met links, een bekeken schot met rechts, een lobje en een solo van dertig meter, die hij afsloot met een schuiver door de benen van doelman Manuel Almunia.

Vooral zijn derde doelpunt was magistraal. Messi verraste de doelman met een onwaarschijnlijk wippertje. Zo bekeken, zo slim, zo mooi. Juichen is voor een verslaggever ongepast, maar een applausje mocht toch wel? Ik keek naar een Nederlandse collega. Hij kon slechts hoofdschuddend lachen. Van ongeloof.

Arsenal-coach Arsène Wenger noemde Messi na afloop een voetballer uit de PlayStation. En daarmee raakte de Fransman de kern van die uitzonderlijke Argentijnse voetballer. Messi voerde die avond schijnbaar precies uit wat hij in zijn hoofd had Vanuit de hooggelegen perstribune was goed te zien hoe Messi zijn eigen weg uitstippelde. Zonder bal sjokte hij over het veld om dan opeens, vanuit het niets, een versnelling in te zetten. Hij passeerde tegenstanders alsof ze er niet stonden. Altijd met de bal als aan een touwtje. En dan scoren met een simpele voetbeweging, gevolgd door die oprechte vreugde. Kijkend naar Messi lijkt voetbal zo eenvoudig.

Met Johan Cruijff, Diego Maradona, Romário, Rivaldo en Ronaldinho kende Messi bij Barça tal van sublieme voorgangers. Al deze prachtige spelers brachten Nou Camp in vervoering en kregen een plek in het museum van FC Barcelona. Maar ze voelden zich ook een beetje verheven boven de rest. Messi niet. De Argentijn is een man van weinig woorden. De mysticus die bij Barcelona combinatievoetbal tot een kunst heeft verheven. Weinig voetballers weten, zoals Messi, een sublieme techniek, snelheid en vernuft te combineren en zich ook nog te gedragen als een voorbeeldige teamspeler.

Alleen al voor zijn show op die mooie avond in april verdient Messi de Gouden Bal.