‘Cubaanse artsen zijn de helden van Haïti’

Cholera-patienten in een tijdelijk ziekenhuis van Artsen Zonder Grenzen, Haïti. Foto AFP / Thony Belizaire

De mondiale hulpverlening staat in z’n hemd op Haïti - en dat alles door artsen uit een van de armste landen ter wereld: Cuba. Deze aanklacht stuurt de Brits krant The Independent vandaag de wereld in. De hele wereld trok de portemonnee en stuurde hulpverleners naar Haïti toen in januari van dit jaar een aardbeving het arme eiland trof. In Nederland werd in korte tijd 111 miljoen euro opgehaald.

De aandacht was echter snel voorbij en hulpverleners verdwenen even snel. Afgelopen herfst bleek dat verwoest Haïti werd getroffen door een cholera-epidemie. Alleen de Cubaanse artsen waren er nog, samen met Artsen Zonder Grenzen.

“They are the real heroes of the Haitian earthquake disaster, the human catastrophe on America’s doorstep which Barack Obama pledged a monumental US humanitarian mission to alleviate. Except these heroes are from America’s arch-enemy Cuba, whose doctors and nurses have put US efforts to shame. A medical brigade of 1,200 Cubans is operating all over earthquake-torn and cholera-infected Haiti, as part of Fidel Castro’s international medical mission which has won the socialist state many friends, but little international recognition.”

Een derde van alle Cubaanse artsen werkt op vergelijkbare missies in arme landen overal ter wereld. Natuurlijk streeft Cuba politieke doeleinden na met deze humanitaire missies. Maar welk land doet dat niet. Belangrijker is dat de Cubaanse artsen op het niveau van basale medische hulp grote resultaten boeken.

“Wherever they are invited, Cubans implement their prevention-focused holistic model, visiting families at home, proactively monitoring maternal and child health. This has produced “stunning results” in parts of El Salvador, Honduras and Guatemala, lowering infant and maternal mortality rates, reducing infectious diseases and leaving behind better trained local health workers, according to Professor [John] Kirk’s research [Dalhousie University in Canada].”