Mijn studiebeurs werd mijn ticket naar de wereld

Eind jaren veertig. Mijn ouders leerden elkaar kennen bij de culturele club. Twee hardwerkende mensen, die naast hun baan blijkbaar behoefte hadden aan meer. Ze trouwden en kregen in elf jaar tijd zeven kinderen.

In de vijfde klas van de middelbare school werd ik door de conrector uit het lokaal geroepen. Ik vreesde een terechtwijzing, straf voor wat dan ook, maar hij vertelde mij dat ik een studiebeurs kreeg, van tweehonderd gulden, als bijdrage voor mijn schoolboeken. Twee jaar later ging ik studeren, in Wageningen, dankzij een studiebeurs. Zonder die beurs had ik een opleiding in Eindhoven moeten volgen en bij mijn ouders blijven wonen. Was ik blijven hangen in het milieu van grote katholieke gezinnen, opklimmende arbeiders, strenge discipline.

Wageningen was voor mij een bevrijding. Voor veel studenten was het een klein dorp, maar voor mij ging de wereld er open. In Wageningen vond ik de vrijheid van het studentenleven, maar wat belangrijker was: ik maakte kennis met een boerenzoon uit Groningen, een domineesdochter uit Amsterdam, de zoon van een grootindustrieel uit Maastricht. Ik reisde vrienden achterna die stage liepen in de bergen van Nepal en de jungle van Colombia. Ik leerde andere denkbeelden en gewoontes kennen, andere religies en culturen, zag armoede en spirituele rijkdom.

Nee, het waren niet dat vliegtuig of het latere internet waarmee de hele wereld onder handbereik kwam. Het meest van invloed op mijn leven was het inzicht dat kennis voor iedereen toegankelijk moet zijn. Die studiebeurs was mijn ticket naar de wereld.

Leonie Barnier

Groningen