Jij daar, blanke, God slaat je gade, dus kijk uit

Vredestroepen van de Verenigde Naties gisteren op patrouille in Abidjan, de commerciële hoofdstad van Ivoorkust. Foto AP UN forces patrol a street in Abidjan, Ivory Coast, Thursday, Dec. 23, 2010. The United Nations said Thursday that at least 173 people have been killed and dozens of others have gone missing or been tortured following Ivory Coast's disputed presidential election, which has prompted fears of a return to civil war. (AP Photo/Sunday Alamba)
Vredestroepen van de Verenigde Naties gisteren op patrouille in Abidjan, de commerciële hoofdstad van Ivoorkust. Foto AP UN forces patrol a street in Abidjan, Ivory Coast, Thursday, Dec. 23, 2010. The United Nations said Thursday that at least 173 people have been killed and dozens of others have gone missing or been tortured following Ivory Coast's disputed presidential election, which has prompted fears of a return to civil war. (AP Photo/Sunday Alamba) AP

Het is een saaie rit door een stad vol kerstfiles, tot de fotograaf vlak voor een wegversperring uit het raam gaat hangen om een kruispunt goed in beeld te krijgen. Hij is zo gefocust op de pick-up truck met blauwhelmen die voor ons uit rijdt, dat hij de soldaat achter een berg zandzakken niet ziet. Opeens springt er een andere soldaat op de weg die driftig gebaart dat we moeten stoppen.

We rijden mee met de Verenigde Naties om te ondervinden waarmee de witte patrouillewagens zoal te maken hebben sinds Laurent Gbagbo de VN-missie het bevel gaf onmiddellijk uit Ivoorkust te vertrekken. Gbagbo tart zo’n beetje de hele wereld door vol te houden dat hij eind vorige maand de presidentsverkiezingen won. De VN beschikken over het bewijs dat hij verloor.

Nu gaat het alleen om een foto waarop in de verte een schimmige helm te zien is. Het duurt even voordat de militairen begrijpen dat moderne toestellen geen filmrolletje hebben en dat de foto met een druk op de knop gewist kan worden. Pas dan mogen we door.

Een half uur later krijgen ook de VN-soldaten het benauwd. Vlak voor een rotonde slepen opgewonden buurtjongeren ineens een krakkemikkige houten tafel voor de bumper van de pick-up truck. De VN, zeggen ze, is hier niet welkom. „Jullie zijn rebellen”, roept een oproerkraaier. „We gaan jullie allemaal doodmaken.”

De staatstelevisie, een propagandamiddel van Gbagbo, is met zo’n effectieve hersenspoeling bezig dat een verbazend groot aantal Ivorianen inmiddels denkt dat de VN in Ivoorkust zitten om een oorlog te ontketenen. De buitenlandse media zijn volgens hen onderdeel van dat complot.

Begon de campagne tegen de VN pas twee weken geleden, het wantrouwen tegen de buitenlandse pers bestaat al veel langer. Spionnen zijn het, leugenaars, informanten die de neokoloniale agenda van de westerse wereld aanhangen. Lang niet iedereen denkt er zo over. Maar iedere journalist die ooit onverhoopt terechtkwam in een meute Gbagbo-aanhangers, weet dat dit niet het moment is om met een microfoon of een camera de straat op te gaan.

Vlak voor de gang naar de stembus, in november, was het nog goed te doen. Alleen rond het hoofdkwartier van Gbagbo kreeg je af en toe een boze blik of een verwensing naar je hoofd. „Jij daar, blanke”, siste een dikke vrouw dreigend. „God slaat je gade, dus kijk maar uit.”

Maar niet lang na de verkiezingen werd duidelijk dat het Gbagbo-kamp op een manier zon om de buitenlandse media tegen te werken. De staatstelevisie bleek daarbij een ideaal instrument. De foto van een collega die het had gewaagd op de Franse zender France24 verslag te doen van de officiële uitslag, werd avonden achtereen op het scherm vertoond. Haar televisieverslag leverde zogenaamd het bewijs dat Frankrijk, dus het Westen, tegen Ivoorkust is. Ik zag haar laatst aan tafel in een praatprogramma vanuit Parijs. Ze is noodgedwongen met vakantie gegaan.

Persconferenties van het Gbagbo-kamp zijn ook geen sinecure. Altijd loopt er in de zaal wel een slaafse fotograaf of cameraman rond die verlekkerd inzoomt op blanke gezichten. Gisteren hield een van de ministers van Gbagbo, die net zomin als zijn president erkend wordt door het Westen, een verhaal tegen journalisten. ’s Avonds konden we op televisie precies zien hoeveel buitenlandse correspondenten aanwezig waren geweest. Ze werden niet een keer, maar minstens vier keer getoond, soms in close-up, soms van een afstand. Zo kan de bevolking tenminste zien wie hier allemaal lopen te spioneren.

Het zijn van die dingen die het werk er niet leuker op maken. In tegenstelling tot sommige collega’s heb ik nog geen dreigtelefoontjes gehad. Mijn kladblok gaat altijd onderin de tas, de persbadge in een zijvak. Mijn fototoestel laat ik thuis. Ik zou bijna zeggen: gelukkig heeft de bevolking het nu even op de VN gemunt. Maar volgende week zijn wij ongetwijfeld ook weer aan de beurt.