Bush en Rice tegenstrijdig over bombardement Syrische reactor

Satelietbeeld uit 2007 van de het nucleaire complex dat werd gebombardeerd. Foto rapport ISIS

Condoleeza Rice en George W. Bush spreken elkaar tegen over het bombardement op een Syrische kernreactor in 2007. De toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken schrijft in een uitgelekt diplomatiek rapport over nauwe samenwerking tussen de VS en Israël voor deze operatie. George W. Bush, destijds president, beweert het tegendeel.

‘Ik weerstond de druk’
Het Rice-rapport van april 2008 is via WikiLeaks bij de Israëlische krant Yediot Aharnot belandt.

De krant meldt dat voor het eerst en getailleerd informatie openbaar wordt over de aanval. Rice zegt in haar rapport aan overheden wereldwijd dat Israël de geheime reactor, “kennelijk met hulp van Noord-Korea gebouwd”, op 6 september 2007 verwoestte. Het complex kon niet meer herbouwd worden en werd door Syrië geëvacueerd om er een nieuw gebouw te plaatsen, schrijft Rice.

Bush beweert in zijn onlangs verschenen memoires juist dat hij de druk van Israël om de installatie in Syrië te bombarderen, heeft weerstaan. Maar het gelekte rapport toont volgens Yediot Aharnot alle fases van de operatie. Van vooronderzoek door geheime diensten, de samenwerking tussen de VS en Israël tot de zorgen over de reactie van de Syrische premier Bashar al-Assad, die weleens een oorlog zou kunnen beginnen.

Syrië ontkent
Syrië heeft altijd ontkend dat het een kernreactor betrof, maar het gaf wel toe dat het om een “militaire locatie in opbouw” ging. Israël heeft nooit ontkent dat het een doel in Syrië had aangevallen, maar het heeft nooit officieel de verantwoordelijkheid voor de actie opgeëist.

Rice schrijft dat Israël en Amerika zeker waren van hun zaak. “Syrië deed extreem geheimzinnig over het complex, het lag afgelegen en was niet geschikt voor nucleair onderzoek. Het land liet eveneens geen mensen toe van het Internationaal Atoomenergie Agentschap.” Volgens Rice loog en bedroog Syrië in de maanden na het bombardement. “Als ze niets te verbergen hadden, lieten ze wel media en onderzoekers toe.”