Binnenkijken bij Lucius Torquatus

In de Gallische provincies hoef je niet af te zien.

Lucius en Antonia Torquatus richten hun buitendomus volgens de laatste Romeinse trends in.

Romeinse villa fotografie: Lars van den Brink Onderwerp: Archeon, Romeinse Rijk
Romeinse villa fotografie: Lars van den Brink Onderwerp: Archeon, Romeinse Rijk

Wie? Prætor Lucius Torquatus (36) uit Rome, afgezant van keizer Augustus in Gallië Lugdunensis, zijn vrouw Antonia (23), hun drie kinderen, naaste familie en 24 slaven.

Waarom? Gisteren hielden de Torquati een groot banket voor de expats uit Rome in hun buitenverblijf in Lutetia (Parijs). De slaven hebben het triclinium net aan kant. „Het was insanus.”

Waar? Een villa net buiten de stadsmuren van Lutetia, een drukke stad met zo’n vijfduizend inwoners. Julius Cæsar veroverde in 52 v. Chr. het Gallische dorp van de Parisii. Lucius: „Zijn opvolger, keizer Augustus, liet er deze leuke villa rustica bouwen. Maar Augustus is er nooit, het stond maar leeg. Nu gebruik ik het af en toe als buitendomus. Lutetia is best leuk voor een maandje weg. Dat stinkende Lugdunum waar ik ben geplaatst wordt me soms echt te veel.” En, voegt hij toe, „hier woont Brinna, mijn Gallische minnares. Maar schrijf dat niet op, ik wil niet geassocieerd worden met die barbaren.”

De villa is erg comfortabel, zegt Lucius. „ Er zit heteluchtverwarming in de vloeren en de muren en glas in de vensters. Alle vijftien vertrekken liggen op de begane grond.”

Lucius heeft de verantwoordelijkheid voor de inrichting volledig overgedragen aan zijn vrouw Antonia. „Ik bemoei me er niet mee. Maar het wordt wel wat kostbaar. Dat robuuste Gallische spul wil ze niet, dus bestelt ze alles in Rome.”

Zo komen alle vazen, kruiken, parfumflesjes, bordspelletjes, schrijfgerei, teltafels, kussens, lakens en zelfs de schapenvachten uit Rome. „Gallische schapen zijn ook zacht, zeg ik dan. Maar Gallische schapen vindt ze smerig. Ze is ook uitgekeken op deze brave fresco’s van Bacchus, dus moet er ook een Romeinse schilder komen.”

Toen ze een houten tafel uit Rome bestelde, werd het Lucius te gortig. „De timmerman uit de wijk is prima.” En voor het feest heeft hij ook een paar extra kotsschalen gehaald bij de Romeinse pottenbakker om de hoek. „Je gasten moeten toch kunnen braken bij de derde gang.”

Antonia houdt van een strakke inrichting met weinig prullaria. Drie banken, zoals dat hoort in een triclinium, een tafel, wat zitbankjes en een stoel waar je tijdens je feesten je lustknaap of slavin op kunt zetten, waarmee je gasten zich even terug kunnen trekken.

En oh ja, de buste van oom Tullius. Die viel gisteravond om. „Een dronken gast. Nu zit er een barst in. Als oom Tullius maar niet komt spoken om wraak te nemen. We hebben de beeldhouwer al ingelicht.”

Met dank aan Ratna Drost en Joris Binkhorst van Archeon.