Bewegen voor het plezier

Onze verslaggever zag op zijn reis dat Romeinen sporten. Belangrijk is het competitieve element.

Veruit de populairste sport in Rome is ‘wagenrennen’.

Wagenrennen in een gevaarlijke sport, vaak lopen de menners en de paarden ernstig letsel op. Foto uit de film Ben-Hur (1959) Ben Hur (1959) / Ben-Hur Dir: William Wyler Ref: BEN003CF Photo Credit: [ MGM / The Kobal Collection ] Editorial use only related to cinema, television and personalities. Not for cover use, advertising or fictional works without specific prior agreement
Wagenrennen in een gevaarlijke sport, vaak lopen de menners en de paarden ernstig letsel op. Foto uit de film Ben-Hur (1959) Ben Hur (1959) / Ben-Hur Dir: William Wyler Ref: BEN003CF Photo Credit: [ MGM / The Kobal Collection ] Editorial use only related to cinema, television and personalities. Not for cover use, advertising or fictional works without specific prior agreement The Picture Desk

In Rome is een nieuw, voor de Lage Landen nog onbekend, verschijnsel: mensen die bewegen voor hun plezier. Dit fenomeen wordt ‘sport’ genoemd. Er is een competitief element, men heeft er alles voor over om te winnen. In de Lage Landen is dit tot dusver nog nooit waargenomen. De verslaggever van deze krant deed deze ontdekking toen hij na een maandenlange tocht te voet, te wagen en per boot, langs de route van de Rijn, in Rome aankwam.

De sporten die in Rome veel worden beoefend heten ‘worstelen’, ‘boksen’, ‘hardlopen’, ‘speerwerpen’ en ‘verspringen’ (zie kader voor de betekenissen). Veruit de populairste sport in Rome is ‘wagenrennen’: een aantal paarden – meestal vier – trekt een wagen voort, die wordt bestuurd door een zogenoemde ‘wagenmenner’. De combinatie die op het daarvoor uitgezette parcours als eerste over de finish komt wint. Wagenrennen is een gevaarlijke sport, vaak lopen de menners en de paarden ernstig letsel op, soms met de dood als gevolg.

Het wagenrennen beheerst het leven van de Romeinen, het is verankerd in de samenleving. Jaarlijks zijn er tientallen van deze racespektakels in de stad, zo heeft onze verslaggever vernomen. Van de elite tot het voetvolk, iedereen komt er op af.

Plaats van handeling is de renbaan van het Circus Maximus, een immens groot stadion in het centrum van Rome. Vier grote renstallen zitten er in de stad, met ieder hun eigen vaste supportersaanhang. De renstallen ontlenen hun naam aan de kleur waarin hun wagens zijn geschilderd: de Groenen, de Blauwen, de Roden en de Witten. De stallen van de ploegen zijn grote trainingscomplexen met tientallen menners en honderden paarden.

Onze verslaggever maakte in het Circus Maximus een wagenrace mee. In het vervolg van dit artikel doet hij verslag van zijn ervaringen.

Een paar uur voor de races van vandaag is het al erg druk in de straten rond Circus Maximus, de best bezochte en grootste renbaan in het Romeinse Rijk. In de kroegen zijn de toppaarden en de sterkste wagenmenners hét gespreksonderwerp deze dag. Langzaam schuifelt de mensenmenigte richting de toegangspoorten van het stadion. Wegen raken verstopt, overal is geschreeuw en gekrijs. Door het gedrang ontstaat er wat geruzie tussen nerveuze toeschouwers. De sfeer is opgefokt, kort voor de rennen.

Bij de menners en de paarden is het niet anders. In de houten startboxen is de spanning te snijden. De paarden drukken zich tegen de vergrendelde klapdeuren, terwijl hun adem door de planken dampt en de renbaan al voor de race doordrenkt is van hun lucht. Ze duwen, ze trekken, ze zijn vurig en ze maken sprongetjes. Met hun hoeven trappen de dieren tegen het harde hout, geen moment houden ze hun benen stil. De paarden staan strak van de adrenaline. Ze moeten alles geven, zo’n tien minuten lang: zeven ronden van ongeveer zevenhonderd meter.

Na het neerlaten van de witte vlag vliegen de paarden de boxen uit. Met een snelheid van ongeveer zestig kilometer per uur suizen de wagens over het rechte stuk van de renbaan van het Circus Maximus.

Met hun zweep jagen de wagenmenners de dieren op om nog sneller te gaan. De aarde beeft onder de voeten. Het zweet gutst van de voorhoofden van de menners, ware duivelskunstenaars die in een wankel evenwicht staan. De 150.000 toeschouwers in het stadion staan op de banken, bloedfanatiek als ze zijn. „Win, win” schreeuwen de Romeinen naar hun helden. De keizer kijkt vanuit de keizerlijke loge goedkeurend toe.

De laatste twee ronden halen de menners alles uit hun paarden. Ze geven ze de vrije teugel, voeren het tempo op en nemen bij de keerpunten grote risico’s. In de heksenketel van het Circus Maximus telt voor de menner aan kop alleen nog de overwinning. Geen middel wordt geschuwd om de concurrenten uit te schakelen. Ze snijden elkaar af, waaieren uit over de volle breedte van de baan of rijden doelbewust op andere wagens in. Menners slaan paarden van de tegenstanders met hun zweep, waardoor het dier van zijn rechte baan afwijkt.

De winnaars zijn voor even de helden van de stad, de verliezers verlaten stilletjes het Circus Maximus. De ceremonie protocollaire staat enkel in het teken van de winnaar, vol trots rijdt de menner zijn ereronde. Voor de keizerlijke loge brengt hij een saluut en loopt de trappen op om zijn prijs te ontvangen: een olijftak en een laurierkrans.

De avond valt. Langzaam stroomt de arena leeg. De kroegen lopen weer vol. Overal wordt nog lang nagepraat over deze dag.

Dit artikel is grotendeels gebaseerd op het boek ‘Wagenrennen. Spektakelshows in Rome en Constantinopel’ (2004) van Fik Meijer. Ook is er gebruik gemaakt van het boek ‘Het sportieve leven van de Romeinen’ (2007) van Patrick Gouw.