'Afwijkende mening niet op prijs gesteld'

Oud-renner Jaap ten Kortenaar stoort zich aan de kritiekloze bewondering voor topsport en topsporters. Hij zag als een van de weinigen de problemen van Sven Kramer aankomen.

Jaap ten Kortenaar heeft alleen voor de foto zijn fiets uit de kelder gehaald. "Ik heb al jaren geen fiets meer aangeraakt. Ik durf niet meer." Foto Floren van Olden Zoetermeer 12-12-2010 Portret Jaap ten Kortenaar. Foto Floren van Olden
Jaap ten Kortenaar heeft alleen voor de foto zijn fiets uit de kelder gehaald. "Ik heb al jaren geen fiets meer aangeraakt. Ik durf niet meer." Foto Floren van Olden Zoetermeer 12-12-2010 Portret Jaap ten Kortenaar. Foto Floren van Olden

Reageerde schaatscoach Gerard Kemkers vorig jaar in Erfurt echt zo boos, toen hij kritiek uitte op de TVM-ploeg? „Dat bewijst alleen maar dat hij wist dat ik gelijk had”, zegt Jaap ten Kortenaar in een kamer van de vmbo-school in Delft waar hij leraar Nederlands en teamleider is. „Ze zijn gewoon geen kritiek gewend in het schaatsen. Of denk je dat Martin Jol ook zo zou reageren? Dan zeg je toch gewoon: wie is die Kortenaar, die leek kan zelf niet eens schaatsen.”

In de aanloop naar de Olympische Spelen van Vancouver schreef Ten Kortenaar (46) een jaar geleden een e-mail naar alle Nederlandse sportredacties. Sven Kramer, al vier jaar onaantastbaar, zou volgens de algemene verwachting minimaal drie keer goud winnen. Maar niet volgens Ten Kortenaar. ‘Waarom Sven Kramer geen goud wint’, luidde de titel van zijn betoog, waarin hij wees op de falende TVM-ploeg en toenemende technische onvolkomenheden bij kopman Kramer. „Een schandalige actie”, vond Kemkers. „Bewust onrust stoken.”

Ten Kortenaar kan er achteraf wel om lachen. Kemkers had zijn generatiegenoot – broer van oud-schaatser Marnix en in 1992 als wielrenner negende op de olympische ploegentijdrit – beter moeten kennen. „Ik heb Gerard in de jaren negentig wel ontmoet in een trainingskamp in Collalbo. Aardige gozer, beminnelijk. Via mijn broer heb ik hem nog willen helpen toen hij als schaatser kampte met die zwabbervoet. Nooit iets gehoord. Misschien dacht hij toen al: wie is die eikel? Maar ik ken de schaatswereld vrij goed, heb er zelf vijftien jaar in rond gelopen voordat ik ging wielrennen. Mijn broer is schaatser geweest en mijn zwager is oud-schaatser Thomas Bos. Ik durf mezelf insider te noemen.”

Kramer won goud op de vijf kilometer, maar werd op de tien kilometer in gewonnen positie gediskwalificeerd na een fout van zijn coach. Dit seizoen doet hij niet mee door een blessure aan het rechterbovenbeen. Mensen in zijn omgeving spreken van een burn-out. „Ik heb iets later gelijk gekregen dan ik dacht, door de uitzonderlijke kracht van Kramer. Fysiek is hij sterker geworden doordat hij meer trainingsjaren heeft. Maar technisch werd hij veel zwakker, door welke reden dan ook. In Vancouver was hij nog maar net goed genoeg om de vijf kilometer te winnen en eigenlijk ook de tien.”

Ten Kortenaar zag het verval als een van de eersten aankomen. „Kramer had in 2006 al goud kunnen winnen op de vijf kilometer, als hij na Chad Hedrick had mogen starten. Toen was hij een fabuleuze schaatser, technisch magnifiek. De twee jaar daarna waren geweldig. Lachend over de finish, doen wat hij wilde. Maar in 2008 zag ik af en toe al technisch verval. Een jaar later draait hij er dan ineens nog die geweldige 6.09 uit bij de WK in Hamar, maar bij de WK afstanden klopte zijn techniek helemaal niet meer. Hij zat duidelijk te hoog en zwierde veel meer over de baan.”

Weinigen hadden er oog voor. „Je zag dat hij de grenssituatie naderde dat hij niet meer ging winnen. Maar tv-commentatoren bleven roepen dat Sven met de handrem op reed als zijn voorsprong kleiner werd. Toen hij op de 1.500 meter van Bøkko verloor, zeiden ze dat hij het liet lopen. Zo ontstaat beeldvorming, waarin Kramer misschien zelf ook gaat geloven. Het moet een enorme schok voor hem zijn geweest dat hij begin vorig seizoen zoveel moeite had om Bob de Jong en Bøkko te verslaan. Ik vraag me af in hoeverre Kemkers dit soort processen door heeft gehad. Ik denk van niet. Kramer zelf is waarschijnlijk de enige die dit weet, en misschien zijn vader. Verder was niemand op de hoogte van zijn geworstel en getwijfel. Kramer-Kemkers wordt afgeschilderd als een twee-eenheid. Dat is het niet, nooit geweest. En na die tien kilometer in Vancouver vindt Sven Kemkers gewoon een klungel.”

Bang voor zijn mening is Ten Kortenaar nooit geweest. In 1998 schreef hij al eens een brief aan media en wielerbond over dopegebruik in het peloton. „Ik werd voor gek verklaard, maar achteraf had ik geen ongelijk. Ik stoor me aan het conformisme in de media. Afwijkende meningen worden niet op prijs gesteld. Zo’n Johan Derksen en René van der Gijp zijn in het voetbal nog quasi kritisch. Maar als het eropaan komt, willen ze ook liever lachen en vriendjes blijven. In het schaatsen heb je tussen de ritten de theekransjes. Altijd positief, beetje soap, supporters van het schaatsen.”

Zo ontstaat een vals beeld van topsport, volgens Ten Kortenaar. „Als ik kinderen had, zou ik niet willen dat ze terechtkwamen in het schaatsen, fietsen of in andere duursporten. De wereld van ouders, haat en nijd, hypocrisie en achterklap. Een slangenkuil. Als ik terugkijk, had ik er nooit aan moeten beginnen, dat zeg ik regelmatig tegen mijn vrouw (oud-shorttrackster Manuela Ossendrijver, red). Ik heb jaren gefietst tegen jongens die aan de epo zaten. Het is alleen maar tranen en teleurstelling geworden.”

Met een ernstig hartprobleem op de koop toe. „Mijn hart sloeg soms over, meer duursporters hebben dat. In 2007 kreeg ik tijdens een wedstrijd een stoornis waardoor ik flauw viel. Een jaar later schoot mijn hartslag ineens naar 250. Direct naar het ziekenhuis. ‘U heeft geluk gehad’, zei de cardioloog. Ik had een VT (ventriculaire tachycardie), probleem in de hartkamer, levensgevaarlijk. Een maand in het ziekenhuis gelegen. En ik mocht niet meer sporten. Sindsdien heb ik nooit meer een fiets aangeraakt. Hij staat in de kelder, onder de spinnenwebben. Ik durf niet meer.”

Bij oud-collega’s ziet hij meer nadelige gevolgen van topsport. „Ze weten vaak niet wat ze met hun leven aan moeten. De hoofddrijfveer van veel topsporters is de roem, meer nog dan het geld. Het werkt verslavend om op straat herkend te worden en op tv te komen. Zo ontstaat een persoonlijkheidstik, narcisme. Maar als je stopt, kijkt niemand meer naar je. Daar sta je dan, na jaren op een extreme manier te hebben geleefd. Met gebruik van middelen, stress, fysieke belasting. Ik hoor van artsen hoe moeilijk sommigen het hebben om daarvan los te komen. Dat zijn echt zwarte gaten.”

Steeds vaker kiezen topsporters ervoor om hun carrière te rekken. „Zie al die oudere schaatsers die nu weer aan een nieuwe olympische cyclus beginnen”, zegt Ten Kortenaar. „Dat is een groot gevaar voor het Nederlandse schaatsen. Ze zijn allang over hun top en houden de plek bezet van jongeren die in 2014 kunnen scoren. Het Nederlandse schaatsen gaat de zeven magere jaren tegemoet. Maar iedereen gaat gewoon door in de polonaise en Sven gaat ons in Sotsji weer even blij maken met drie keer goud. Of Tuitert, die roept dat hij het straks op zijn 34ste nog een keer gaat doen. Vergeet het!”

Daagt daar een volgende brief aan de media? „Ik erger me dat niemand dit blijkbaar ziet. Kramer is een heel bijzondere sportman, die de boel jaren hoog hield. Maar er komen geen nieuwe aansprekende figuren door. Ik zie Kramer straks weggaan bij Kemkers en TVM, misschien probeert hij het wel in Noorwegen bij Peter Mueller. Dan is het einde van de grootste sponsorploeg in zicht.”

Zelf blijft Ten Kortenaar alles hoe dan ook volgen. „Dat is het rare, ik kan er niet van loskomen. Schaatsen is een saaie sport. Ik worstel me door al die ritten en het gewauwel, om één keer te zien hoe Shani Davis onderdoor knalt bij Stefan Groothuis. Schitterende schaatser, Davis. Jammer dat hij net als Kramer over zijn hoogtepunt heen is.”