Snot, sneeuw en zweet voor iedere boom

Kerstbomen van 1 meter 60 staan drie jaar op het veld van de kerstboomkwekers. De bomen van 2 meter 40 wel vijf.

Een dag uit het leven van kwekers Carlo en Piet.

Duizenden kerstbomen kweken ze per jaar, Carlo Dingemans (31) en zijn vader Piet (59). Hun bedrijf is een van de 25 grote kerstboomkwekers in Nederland.

Het hele jaar hebben ze gewied en gesnoeid, nu wordt er verkocht. Hoeveel ze ermee verdienen? Dat varieert, afhankelijk van de hoeveelheid bomen en de marktprijzen. Maar de prijzen zijn goed, dit jaar. Een dag uit het leven van de kerstboomkwekers.

7:10 uur Carlo stapt de keuken binnen. Vader Piet eet een bruine boterham met peperkoek. Moeder smeert. Tien boterhammen voor vader, zes voor Carlo. Ieder een eigen broodtrommel. Vader vraagt aan Carlo: „Wat gaan we doen?” Carlo, geïrriteerd: „Dat zien we zo wel.”

7:25 uur Vest, overall, laarzen, handschoenen, muts. En een regenbroek, want als je nat wordt, ben je gezien. Buiten vriest het elf graden. In de schuur slijpt Carlo een groot mes. Vonken spatten naar alle kanten. Vader spant op het erf een nettenrol om een groene plastic buis. Daarna rijden ze in een terreinwagen met aanhanger naar het Spinderspad, een van hun percelen. De kerstbomen liggen al, ze zijn een paar weken geleden door Polen gerooid. Carlo pakt ze bij de kluit, schudt de sneeuw eraf en sleept. Twee tegelijk, naar de aanhangwagen. Vader stapelt en telt. Vijftig. Hij heeft een scheur in zijn regenbroek. Carlo: „Klop de sneeuw van uw handschoenen, pa. Straks worden ze nat.”

9:55 uur John is een vaste klant. Hij verkoopt kerstbomen op de parkeerplaats bij het zwembad in Hendrik-Ido-Ambacht – een zakcentje voor de dure dagen van december. „Ik moet het van de service hebben. Vrouwtjes die niet weten hoe de achterbank achteruit gaat.” Hij neemt er twee weken vrij voor, normaal zit hij op kantoor. Dit jaar komt hij samen met zijn schoonzoon en nog twee mannen 550 bomen halen. Eén sleept de kerstbomen uit het veld, steeds wegzakkend in de kuilen waar ooit kerstbomen stonden. Eén duwt ze door de groene plastic verpakkingsbuis. Eén trekt ze eruit en snijdt het net af met het geslepen mes. John legt de verpakte bomen in de gehuurde vrachtwagen. Hij blaast snot uit zijn neus. Carlo stapelt. „Als ze dat zelf doen, gaat de helft er in.” Min tien.

10:25 uur Carlo telt: 95, 96. De laders werken zwijgend. De jassen gaan uit, de mutsen af, zweet mengt zich met gesmolten sneeuw. „Ik ga vanavond niet meer fitnessen.” „Ik kan geen kerstboom meer zien.” John vraagt zijn schoonzoon of het nog gaat. De schoonzoon komt uit de nachtdienst. Hij werkt in de Rotterdamse haven.

11:15 uur Driehonderd kerstbomen. De laadbak zit vol. De mannen hijgen witte wolken in de koude lucht. Als ze geweten hadden hoe ze kerstbomen moesten tillen, waren ze minder moe geweest, weet Carlo. „Dag John. Tot straks dan.”

11:35 uur In de warme keuken schenkt moeder koffie. Carlo en zijn vader openen hun broodtrommel.

Ja, hij is ingenieur. Maar nog eerder was hij kerstboomkweker. Al toen hij vijf was en zijn vader tegen hem zei: „Deze honderd bomen zijn van jou.”

Carlo weet nog goed hoe hij met schoffel tussen de boompjes liep. Nee, zijn zus niet. „Die geeft er niks om.”

12:45 uur Klant Bouwmeester vertrekt met honderd kerstbomen. Hij verkoopt ze in het nabijgelegen Waalwijk aan huis. Carlo wijst naar de platte kar achter de tractor. „Een vrachtwagenas waar ze zelf wielen onder hebben gezet. Prima bij elkaar geraapt. Echt boerenmensen.”

12:55 uur Klant Daandels’ aanhangwagen ligt vol. „Ik heb het geld bij me. Ik kan hier op het veld afrekenen.” Vader: „Nee, doe dat maar bij ons thuis, dan krijgt u een bon.” Daandels: „Hier kan ook, hoor. Geen probleem.” Carlo: „Liever bij ons ma, alstublieft. En pa, wij gaan.” Hij loopt naar zijn auto. „Wij gaan, pa.”

Omdat de kerstbomen dit jaar in Nederland schaars zijn, krijgen alle klanten er tien procent minder. Sommigen proberen nog wat te ritselen.

De kerstbomenmarkt is grillig. Het ene jaar zijn er te veel, het andere te weinig. Dit jaar zijn de prijzen goed.

15:05 uur Chocolademelk, stroopwafels, worstenbroodjes. Carlo’s kousenvoeten op de verwarmde keukenvloer.

15:55 uur Klant Bouwmeester is terug. Ook de geel gemerkte bomen op het perceel achter Carlo’s ouderlijk huis zijn voor hem. Sommige kluiten zijn aan de grond gevroren. Vader steekt ze met een schop los en zegt: „Dubbel werk door de vorst.” Bouwmeester: „En dan mauwen ze nog dat de boom te duur is.”

Carlo staat op de platte kar te laden. De bomen worden voor twee tot drie keer zoveel verkocht als waarvoor hij ze van de hand doet, weet hij. Maar híj heeft geen geduld voor mensen die een half uur over één boom twijfelen. Koude voeten, nat vest.

16:30 uur De zon verdwijnt achter de kale bomen. Sneeuw krijgt een oranje gloed. De drukste weken van het jaar zitten er bijna op. Straks weer: grond klaarmaken, onkruid verdelgen, nieuwe aanplant, kunstmest. En snoeien, altijd snoeien. Elke boom die weggaat, heeft Carlo meer dan eens vastgehad. De bomen van 1 meter 60 staan drie jaar op het veld, de bomen van 2 meter 40 vijf.

Eerst vijf jaar onkosten. Dat staat hem wel eens tegen. En elk jaar plant hij meer bomen aan, want hij wil groeien.

17:30 uur Jassen uit, vest, handschoenen, laarzen, regenbroek, muts, overall. Moeder heeft de boerenkoolstamppot klaar, met worst.

Vader wast zijn handen. Carlo begroet vriendin Gwyneth, die aan de keukentafel zit. Gwyneth: „Heb je nog gebeld over die vloer?” Carlo: „Nee.” Gwyneth: „Ik had je toch ge-sms’t.”