Kuifje en het koortsdromen van de jaren zeventig

Cover van het stripboek 'X' van Charles Burns
Cover van het stripboek 'X' van Charles Burns

Charles Burns: ‘X’. Oog & Blik / De Bezige Bij, 56 blz. € 19,90

De horrorstrip Zwart gat van de Amerikaanse tekenaar Charles Burns behoort tot de klassiekers in het genre. De contrastrijke, sterk gearceerde tekeningen zijn van uitzonderlijke klasse en de verhaallijn is unheimisch: adolescenten die een mysterieuze soa krijgen waardoor ze misvormd en geïsoleerd raken. Dit alles speelt zich af in de jaren 70, in de buitenwijken van Seattle.

Het eerste deel van Burns’ nieuwe stripproject, X, bevat opnieuw sterke beelden en een verontrustende sfeer. Het grootste verschil met zijn eerdere werk is dat Burns nu duidelijk flirt met de Europese, of specifieker, Waalse strip. Het albumformaat is niet Amerikaans (pocket, of iets groter) maar Europees (klassiek stripalbum) en X staat bol van verwijzingen naar Kuifje van de Franstalige Belg Hergé.

Zo draagt de verslaafde hoofdpersoon Doug – althans in zijn drugsdromen – een kuif. En op het omslag van het boek staat een ei met rode vlekken, een directe verwijzing naar het omslag van het Kuifje-album De geheimzinnige ster, waar een dergelijk object (bij Kuifje is het een paddenstoel) op te zien is.

Doug draagt een Kuifje-masker met dopneus als hij zijn (William S. Burroughs-achtige) cut-ups voorleest. Hij slaapt in een T-shirt dat verwijst naar een gestileerde Kuifje-hommage uit 1984 (het omslag van Tintin en Barcelona). Zelfs het gat in de bakstenen muur op de eerste pagina verwijst naar Kuifje, naar het slot van De schat van Scharlaken Rackham, waar een gat in de muur van kasteel Molensloot leidt tot de vondst van de schat. Bij Burns vindt de hoofdpersoon trouwens geen schat, maar een vervuilde rivier met een gemuteerd monstertje.

De vergelijking tussen het klassieke stripalbum en X gaat dan ook mank bij het verhaal. Burns gebruikt de strakke indeling en heldere kleuren – jawel, Burns werkt voor het eerst in kleur – om een complex verhaal te vertellen. Een verhaal dat zich afspeelt in de punktijd.

Dougs koortsdromen worden als flashbacks of doorkijkjes naar een parallel leven gepresenteerd. Doug is bezig te minderen met pillen, maar dat gaat niet van een leien dakje. Traumatische herinneringen aan een liefdesrelatie met het bevreemdende meisje Sarah, weerhouden hem ervan om af te kicken. ‘Dit blijft altijd voortduren, ik vind nooit een uitweg’, denkt Doug ergens in het verhaal. „Er stroomt een rivier onder me door, die mij meevoert. Ik zit op een vlot... ik drijf af, meegesleurd door de vloed. Een vlot dat is afgeladen met mijn rotzooi... alles wat ik nog steeds niet kan loslaten.”

Voor Burns, naar eigen zeggen een van de weinige Amerikanen die in hun jeugd in de jaren zestig Kuifje- strips lazen, dienen de citaten uit het oeuvre van Hergé wellicht als verwijzingen naar de eigen jeugd. Een onbewust soort verwijzing: de beelden uit de strips van je vroege jeugd zul je altijd met je meedragen. Burns heeft aangegeven dat X het eerste deel vormt van een tweeluik, net als Het geheim van de Eenhoorn en De schat van Scharlaken Rackham.