In Finland zijn alleen de meisjes erg goed

Wanneer Nederland op de PISA-ranglijst over onderwijs niet nog verder wil zakken, moet worden gesleuteld aan de wiskundeknobbel van meisjes. Die wordt in 2012 gemeten, waarschuwt Leo Prick.

Aan het PISA-onderzoek naar de leerprestaties van vijftienjarige leerlingen namen het afgelopen jaar 65 landen deel. Het accent van dit onderzoek, dat om de drie jaar wordt gehouden, ligt afwisselend op lezen, wiskunde en wetenschappen. Dit jaar was het de beurt aan lezen.

Het enige Europese land dat zich met de Aziatische landen kan meten, blijkt nog steeds Finland te zijn. Om dit wonder van vernuft van nabij te aanschouwen, is inmiddels half onderwijskundig Nederland daar op bezoek geweest. De boodschap waarmee deze deskundigen huiswaarts keerden, was steeds dat de sleutel van het Finse onderwijssucces lag in het hoge opleidingsniveau en de hoge maatschappelijke status van de Finse leraar. Opmerkelijk is dat er geen aandacht besteed aan de opvallende prestaties van de Finse meisjes. Toch ligt vooral daarin de verklaring voor de hoge plaats van Finland op de wereldranglijst. Het is een bekend gegeven dat Nederlandse meisjes het op school beter doen dan jongens. Zowel bij de havo- als bij de vwo-gediplomeerden zijn de meisjes in de meerderheid. Zo bestaat een gemiddelde vwo-eindexamenklas van dertig leerlingen uit zeventien meisjes en dertien jongens.

Het achterblijven van jongens wordt vaak toegeschreven aan typische kenmerken van het Nederlandse onderwijs, zoals het accent op werkstukken en zelfstandig werken. Omdat jongens naar verhouding slordiger, speelser, sneller afgeleid, rumoeriger, kortom: minder gedisciplineerd zijn, zijn ze bij deze studiehuisachtige aanpak ernstig gehandicapt. Een andere verklaring wordt gezocht in de vervrouwelijking van het onderwijspersoneel.

Interessant aan het afgelopen PISA-onderzoek is dat de superioriteit van Nederlandse meisjes juist beperkt blijkt te zijn. In Finland is het tegendeel het geval. Zo deden Finse jongens het op de toets leesvaardigheid met een score van 508 weliswaar beter dan de Nederlandse jongens (496), maar bleven ze achter bij de score van 520 van de Nederlandse meisjes. Zijn hoge plaats op de ranglijst heeft Finland aan zijn meisjes te danken. Met de score van 564 is Finland op dit onderdeel wereldkampioen bij de dames.

Het PISA-onderzoek besteedde beperkt aandacht aan wat wordt omschreven als ‘wiskundige geletterdheid’. Daarin bezet Finland de zesde en Nederland de twaalfde plaats. Dat verschil is ook weer grotendeels het gevolg van de opvallende rol van de meisjes. Waar Nederlandse meisjes op het gebied van wiskunde achterblijven bij de jongens in hun klas, scoren ze in Finland ongeveer even hoog. In tegenstelling tot landen in Azië en het vroegere Oostblok zijn de exacte vakken in het Westen het typische domein van jongens. Ook wat dit betreft is Finland een uitzondering.

Bij de volgende PISA-meting, in 2012, ligt het accent op wiskunde. Willen we voorkomen dat Nederland dan niet verder zakt op de wereldranglijst, dan zullen we vooral moeten sleutelen aan de wiskundeknobbel van meisjes.

Leo Prick is medewerker van NRC Handelsblad.