Baan is onzeker, maar werk genoeg

Nederland kent steeds meer flexwerkers en zzp’ers, becijferde het CBS. En wie een baan zoekt zal zijn leven lang moeten bijscholen, voorspellen deskundigen. Want de wereld verandert razendsnel.

Illustratie Dik Klut
Illustratie Dik Klut

Op de arbeidsmarkt lijkt zich een klein wonder te voltrekken. De werkloosheid daalt sinds begin dit jaar. Vorige maand waren er 409.000 mensen werkloos, 5,2 procent van de beroepsbevolking. Tijdens de piek in februari was dit nog 6,1 procent. Dat is heel iets anders dan het zwarte scenario van 8, mogelijk 9 procent dat het Centraal Planbureau (CPB) na de uitbarsting van de kredietcrisis voorspelde.

Nederland hoort daarmee in Europa tot de landen met de laagste werkloosheid. Tegelijkertijd neemt het aantal werknemers met een flexibel contract (flexwerkers) toe, net als het aantal zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers). En de groep werknemers in vaste dienst wordt kleiner, blijkt uit de jongste cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

De flexibiliteit is doorgeschoten, vindt de grootste vakcentrale FNV, die de Wet flex en zekerheid graag wil aanpassen om de wildgroei aan sociaal onzekere banen te stoppen. Arbeidsmarktdeskundige Ton Wilthagen van de Universiteit van Tilburg ziet een „nieuwe sociale kwestie” ontstaan.

Buiten de harde kern van werknemers met een vast contract groeit bij bedrijven en instellingen de schil van mensen, die zelf alle risico’s dragen en een minimum aan sociale zekerheden hebben. Een flexibele schil die werkgevers liefst groter maken, omdat ze daarmee beter zijn opgewassen tegen de groeiende druk van de internationale concurrentie. De bonden moeten afzien „van een krampachtig streven naar beperking van de flexibele schil”, schreef bedrijfsadviseur Ila Kasem deze week.

Maar is Nederland wel zo flexibel als de cijfers doen geloven? Sterven de veilige, vaste banen uit? Over de arbeidsverhoudingen zijn verschillende mythes in omloop, die kunnen verleiden tot politieke dwaalwegen en de ontwikkeling naar een moderne arbeidsmarkt in de weg staan. Een echt dynamische arbeidsmarkt waarin ook jongeren met een krasje en senioren volop meedraaien. Een arbeidsmarkt die ook op volle toeren moet draaien om de welvaart en sociale voorzieningen zoals pensioen, zorg en onderwijs in stand te houden.

1De werkloosheid is laag.

De cijfers geven een vertekend beeld, want de verborgen werkloosheid is veel hoger. De groep mensen die wel wil en kan werken maar geen baan heeft, wordt op 1,2 miljoen geraamd (jonggehandicapten, deels arbeidsongeschikten, zieken, werklozen, vroeg gepensioneerden). „Ook worden mensen die niet meer dan 12 uur in de week willen of kunnen werken in de CBS-statistiek niet meegeteld. In andere Europese landen gebeurt dat wel”, zegt Ton Wilthagen, hoogleraar institutionele en juridische aspecten van de (internationale) arbeidsmarkt in Tilburg en directeur van het onderzoeksinstituut Reflect voor arbeidsmarktvraagstukken.

Toch is er de afgelopen jaren het nodige gebeurd om het aantal werkenden te verhogen, zegt Wilthagen. Er werken ook steeds meer Nederlanders (66,9 procent van de beroepsbevolking van 7,3 miljoen), maar niet in uren. Dat komt volgens de hoogleraar door het hoge aantal deeltijdbanen van vrouwen.

Wilthagen: „Lukt het niet om werknemers meer productieve uren te laten werken, dan krijgen we een groot probleem om het sociale stelsel te financieren. In de nabije toekomst komen er meer 65-plussers en wordt de beroepsbevolking kleiner omdat minder baby’s geboren worden. Nederland kan zich niet permitteren dat grote groepen inactieven zoals 55-plussers, en ook jongeren die hun school niet hebben afgemaakt, werkloos langs de kant staan.”

2De werkloosheid daalt alleen door de demografie.

Het aantal werklozen is vooral beperkt gebleven omdat veel bedrijven hun personeel wilden vasthouden en mede dankzij de deeltijd-WW niet hoefden te ontslaan. Ook heeft de grote groep kleine zelfstandigen als buffer gewerkt. Zij teerden in op hun spaargeld door het wegvallen van opdrachten of werkten onder de prijs, zodat bedrijven hun vaste kern aan personeel zoveel mogelijk in stand konden houden.

Het effect van de krimpende beroepsbevolking op de arbeidsmarkt is nog beperkt. De afgelopen vijf jaar verdween een kwart miljoen mensen van de arbeidsmarkt in verband met pensioen. Maar vanaf 1 januari 2011 gaat de vergrijzing snel oplopen als de eerste babyboomers met pensioen gaan. Tussen 2011 en 2015 verlaten liefst een half miljoen 65-plussers de arbeidsmarkt. Omdat er ook minder kinderen komen, verwacht het CBS dat de beroepsbevolking tot 2040 met een miljoen vermindert.

„We hoeven ons niet meer blind te staren op werkloosheidscijfers”, zegt Chris Heutink, directeur van de uitzendorganisatie Randstad Nederland. Bedrijven hebben echte zorgen over de grote tekorten aan personeel die gaan ontstaan. In bepaalde sectoren van de economie is nu al schaarste aan vakmensen. Alle inspanningen van de politiek en sociale partners moeten erop gericht zijn meer mensen vanuit de uitkering aan een baan te helpen, vindt Heutink.

„Ook moeten werknemers die in een sector overtollig worden, bereid zijn een ander beroep te leren zodat ze naar een andere sector kunnen overstappen. We moeten af van de idee dat iedereen in zijn eigen wereld kan blijven zitten.  Nu al zijn er 130.000 openstaande vacatures, waarvoor bedrijven niemand kunnen vinden. Dat wijst op een enorme kortsluiting tussen vraag en aanbod.”

De nodige taboes zullen moeten sneuvelen. Heutink: „De crisis heeft mensen in slaap gesust. Werk vinden is straks het probleem niet meer. Dat is er genoeg, maar straks hebben we geen mensen meer om dat werk te verrichten. Leidt de grote groep jongeren op die hun opleiding niet hebben afgemaakt. Ook oudere werknemers moeten in staat worden gesteld langer door te werken en bereid zijn ander werk te doen. Dat is noodzakelijk.”

Een onafhankelijke commissie heeft twee jaar geleden becijferd dat van de tien miljoen mensen die gezien hun leeftijd kunnen werken, bijna 30 procent geen baan heeft. Dat zijn 2,7 miljoen mensen. Heutink: „Als het lukt deze mensen te activeren, hebben we een geweldige banenmotor.”

3 Er zijn geen ‘veilige’ banen meer.

„Dat klopt”, zegt Hans Dijkman, manager personeelszaken Benelux voor Philips. „De wereld om ons heen verandert razendsnel. De mate waarin kennis veroudert neemt enorm toe.” Of iemand insider is met een vaste baan of een flexwerkende outsider maakt volgens Dijkman geen verschil meer. Iedereen zal zelf zorgen moeten zorgen dat zijn employability, zijn vaardigheden en kennis up-to-date zijn. „De wereld van morgen kan er heel anders uitzien. Met portiekgedrag gaat ook de insider het niet redden”, aldus Dijkman.

Een levenlang leren, daar draait het volgens de Philips-manager in de toekomst om. „Een baan is onzeker, maar werk is er genoeg.” Dat is een zekerheid, maar dan moeten mensen wel bereid zijn zich bij te scholen en van baan te wisselen.

De levenslange baan bij een werkgever die met een gouden horloge werd bekroond is allang verleden tijd. De gemiddelde duur van een baan is inmiddels gedaald tot zeven jaar. En een op de drie werknemers heeft flexibel werk, blijkt uit onderzoek van de Tilburgse hoogleraren Ruud Muffels en Ton Wilthagen. Dat is voor de meeste werknemers ook een vrije keuze. De groep zelfstandigen steeg vorig jaar naar een miljoen, van wie ruim 700.000 zzp’ers, bijna 10 procent van de beroepsbevolking. Het aantal flexwerkers, oproep- uitzend- en invalkrachten, is inmiddels opgelopen van 12 tot 18 procent van alle werknemers.

En dat aantal zal groeien. De Algemene Bond van Uitzendondernemingen verwacht een stijging van de flexibele schil die bij veel bedrijven op 36 procent wordt geschat.

Het beeld dat er geen veilige banen meer zijn, wordt ontkracht door de macrocijfers.  Tussen 1996 en 2009 is het aandeel werknemers met een vast contract als percentage van de werkzame beroepsbevolking vrijwel constant 80 procent geweest, wijst onderzoek uit van de Tilburgse wetenschapper Ronald Dekker en CBS-onderzoeker Lian Koesters.

4 Flexibele banen zijn kwalitatief minderwaardig en slecht betaald.

„Een misverstand”, stelt Heutink van Randstad. „Het gaat om serieuze banen waarvoor cao-lonen worden betaald.’’ Hij keert zich sterk tegen ronselaars die voor een appel en een ei tijdelijke krachten in het Westland laten werken. In toenemende mate gaat het volgens Heutink ook om werk voor middelbaar en hoogopgeleide flexwerkers. Die krijgen goed betaald.

Dat geldt in ieder geval voor de technologische hotspot rondom Eindhoven waar bij bedrijven als Philips en chipfabrikant ASML vrijwel het gehele bestand van flexwerkers (respectievelijk 16 en 20 procent) uit hoogopgeleide technici en ingenieurs bestaat.

Uit recent SER-onderzoek naar zzp’ers blijkt dat een royale meerderheid van deze groep uit middelbaar en hoger opgeleiden bestaat. De meeste zzp’ers werken in zakelijke en culturele dienstverlening, de bouw en de landbouw.

Dat laat onverlet dat een belangrijk deel van zowel de zzp’ers als flexwerkers het financieel niet ruim hebben. Zo’n 60 procent van de zzp’ers verdient minder dan 20.000 euro per jaar, blijkt uit het SER-onderzoek – 30 procent haalt een inkomen hoger dan modaal van 33.000 euro. Zo’n 60 procent van de zzp’ers heeft overigens wel een werkende partner.

Veel laagopgeleide flexwerkers krijgen fors minder betaald dan werknemers in vaste dienst, ook als rekening wordt gehouden met de duur van het dienstverband, opleidingsniveau, leeftijd, sector en geslacht”, zegt Wilthagen, die dit met hoogleraar Ruud Muffels heeft onderzocht. Het netto uurloon valt voor werknemers met een flexibel contract gemiddeld 35 procent lager uit.

5 Groei flexibel werk levert minder welvaart op.

„Integendeel”, meent zowel Heutink van Randstad als Dijkman van Philips. Zowel werknemers als werkgevers hebben belang bij meer flexibiliteit op de arbeidsmarkt. De economie heeft er juist baat bij. „Nederland genereert per hoofd van de bevolking een bruto binnenlands product dat tot de hoogste in Europa behoort”, zegt Dijkman, 28.400 euro per jaar. In Frankrijk is dat met 24.800 euro een stuk lager.

Ook menen ze allebei dat door de krapte aan personeel de werknemer de toekomst heeft. „Bedrijven die erin slagen werknemers aan zich te binden worden de winnaars”, meent Dijkman. Heutink: „Het zou toch prachtig zijn als er over tien jaar niet meer over ontslag gepraat hoeft te worden, maar iemand kan zeggen: wat valt er voor mij nog te doen. Dan kan iemand van 57 jaar ook nog een geweldige nieuwe baan vervullen.”

Wil Nederland dan wel stappen zetten in de richting van nieuw beleid en afscheid nemen van de oude structuren in de ‘polder’, luidt de Kerstboodschap van Ton Wilthagen. „Want de nieuwe dynamiek moet in elk geval samengaan met meer kwaliteit en nieuwe vormen van sociale zekerheid.”