Bureaucratie heeft dakloze niet op de radar

Topmodel Kim Feenstra heeft eindelijk een slaapplekje gevonden. Foto KRO

Het idee is simpel: registreer wat er aan de dakloze scheelt, zoek er een subsidiepot bij en regel een woning. Met dit concept beoogt de Amerikaanse vrijwilligersorganisatie Common Ground voor juli 2013 honderdduizend zwervers ‘het systeem’ in te loodsen. Het is een groot succes.

Volgens de New York Times is de campagne 100.000 Homes het equivalent van NASA’s project om een man op de maan te krijgen. Maar in werkelijkheid maakt Common Ground slechts een bureaucratische blinde vlek zichtbaar: daklozen zijn namelijk staatsverlaters, ‘het systeem’ weet niet wie ze zijn, waar ze uithangen en kan daarom geen hulp bieden.

Dat probleem blijkt te tackelen door vrijwilligers met fototoestel en formulier op pad te sturen: zij maken een portret, noteren personalia en regelen een medische diagnose. Want als je de dakloze niet meer als dakloze beschouwt, maar als HIV-patiënt, bejaarde, iemand met een psychiatrische aandoening of als gehandicapte gaan opeens de deuren van de instanties open. “Het systeem voorziet niet in een programma dat daklozen aan een huis helpt”, verklaart oprichter Rosanne Haggerty in The New York Times.

Haar mensen fungeren dus eigenlijk als intermediair tussen bureaucratie en dakloze. Een gouden vondst: de teller staat sinds juli 2010 op 6.828 gehuisveste mensen. En omdat de vrijwilligers hun daklozen opsporen in de eigen buurt, worden ze direct opgenomen in de gemeenschap. De uitgeslotenen worden hiermee ingesloten, wat een terugval voorkomt.

Het tegenovergestelde van 100.000 Homes is momenteel te volgen op televisie. Gisteravond zond de KRO de eerste aflevering van Stinkend, beroemd en dakloos uit. Vier Bekende Nederlanders moeten zich zes dagen en nachten op straat zien te redden. Zonder geld en mobiel. Topmodel Kim Feenstra verwoordde het ‘maatschappelijke uitsluitingsmechanisme’ treffend. “De ene dag ben je een ster, de andere dag niemand.”