Wel een plan, geen zout voor strooiroutes

Gemeenten hebben zich voorbereid op een strenge winter. Maar elk plan voor gladheidsbestrijding faalt als er te weinig strooizout wordt geleverd.

Negentien pagina’s telt het Gladheidsbestrijdingplan 2010-2011 van Gouda, dat vorige maand uitkwam. Er staan kaartjes van strooiroutes in en je leest erin dat elke Gouwenaar, als het glad is of heeft gesneeuwd, binnen 350 meter op een gestrooide weg moet kunnen komen.

Er staat ook een evaluatie in, van de gladheidsbestrijding van vorig jaar. Gouda heeft geleerd van het strenge winterseizoen 2009-2010: „Landelijk kampten we met een tekort aan strooizout. Door het afsluiten van contracten met leveringsgaranties kan dit voorkomen worden voor het nieuwe seizoen.”

Dus kwam de gemeente, net als veel andere, dit jaar zo’n garantie overeen met zoutleverancier AkzoNobel – een extra bevestiging van je bestelling, bovenop het normale contract. „Voor de zekerheid”, legt een woordvoerder van Cyclus uit, het bedrijf dat voor Gouda de gladheidsbestrijding uitvoert.

En voor niets, bleek afgelopen weekend. Of zoals de woordvoerder het netjes zegt, „van die garantie blijkt vooralsnog weinig terecht te komen”. Want Gouda kreeg van AkzoNobel te horen dat de gemeente nu 70.000 kilo zout per wéék krijgt, in plaats van per dag, zoals afgesproken.

Dat was niet genoeg om de wegen met de hevige sneeuwval van de afgelopen dagen schoon te krijgen. Gouda strooide daarom hoofdzakelijk met zand, of een mengsel van zout en zand. De routes moesten worden aangepast en bewoners werden voor gladdere wegen gewaarschuwd. Om over dat streven van 350 meter tot een begaanbare weg maar niet te spreken.

„We staan met onze rug tegen de muur”, zegt de woordvoerder van Cyclus. Ze vertelt dat juristen bezig zijn uit te zoeken welke stappen het bedrijf tegen AkzoNobel kan ondernemen.

Net als Gouda zijn veel gemeenten en provincies voor hun zout afhankelijk van een paar grote leveranciers, zoals AkzoNobel, Frisia Zout en Eurosalt. Voor de provincie Utrecht is die afhankelijkheid extra groot, want ze heeft onvoldoende plek om al het benodigde zout zelf op te slaan. Utrecht bestelde daarom uit voorzorg 1.700 ton meer dan vorig jaar. Afgelopen weekend had de provincie nog voldoende om over alle wegen zout uit te rijden. „Maar de nieuwe lading moet nu wel echt komen”, zegt een woordvoerder.

Bij een tekort aan zout ligt de prioriteit van gemeenten of provincies altijd bij de grootste wegen, ‘ontsluitingswegen’, ringwegen en wegen die langs ziekenhuizen voeren.

Roosendaal strooide vanaf vorige week vrijdag „noodgedwongen” alleen op hoofdwegen, fietspaden en busroutes. „Mede doordat Rijkswaterstaat voor de rijkswegen beslag legt op aanwezige zoutvoorraden”, meldde de gemeente in een persbericht. „Ook op de voorraad van de leverancier van de gemeente Roosendaal werd beslag gelegd.”

Niets van waar, stelt Rijkswaterstaat. „Wij hebben gewoon netjes een leveringscontract afgesloten, net als veel provincies en gemeenten”, zegt de woordvoerder van Verkeerscentrum Nederland van Rijkswaterstaat. De dienst had voldoende zout in de eigen depots om de snelwegen zo snel mogelijk tijdens en na sneeuwval „weer zwart te maken”, zoals dat in jargon heet. „Je hoort nu alleen gemeentes piepen die zich niet goed op dit weer hebben voorbereid en daarom nu een tekort hebben.”

Inmiddels beraadt Rijkswaterstaat zich wegens de schaarste op opening van het zoutloket. Daar brengen alle partijen – gemeenten, provincies en Rijkswaterstaat – zout in, dat naar behoefte wordt verdeeld. Gemeenten kunnen zich tot 1 januari aanmelden, waarbij het de bedoeling is dat ze dan ook een deel van hun zout in de gemeenschappelijke ‘pot’ stoppen.

Volgens Rijkswaterstaat hoeven gemeenten niet mee te doen. „Maar als ze daarvoor kiezen, hoeven ze later niet alsnog voor zout bij ons aan te kloppen.”

Leveringsgarantie of niet, zoutproducent AkzoNobel zette álle klanten op rantsoen. Dat maakte het bedrijf vorige week al bekend. De voorraad van de zoutproducent is sindsdien fors geslonken, al kan de woordvoerder geen precieze cijfers geven. Wel is duidelijk dat het bedrijf gemeenten en provincies de contractueel afgesproken tonnen zout niet in één keer kan leveren. Die contracten beslaan vaak de hele periode van begin december tot maart. Een klant kan dus best nog recht hebben op 600 ton, legt de woordvoerder uit, „maar dat kunnen we absoluut niet morgen afleveren.”

Gemeenten die afgelopen zomer hoopten dat het weer deze winter zou meevallen en geen contract voor levering afsloten, vissen achter het net. Alleen contractanten krijgen voorlopig zout. En zij moeten alles eerlijk delen, daar komt het volgens AkzoNobel wel ongeveer op neer. „Stel, er bellen tien klanten, dan zullen we die allemaal naar rato zout leveren. Meer gaat gewoon niet.”