Natura 2000, daar werf je geen leden mee

Natuurmonumenten had twee jaar geleden nog bijna 900.000 leden. Nu zijn er minder dan 770.000 over.

Hoe komt dat? Moet de vereniging vaker actie voeren?

„Ik baal er fors van”, zegt algemeen directeur Jan Jaap de Graeff van Vereniging Natuurmonumenten. Het aantal leden is het afgelopen jaar gedaald van 830.000 naar 767.000. Vorig jaar daalde het aantal leden óók al flink, met 52.000.

Oorzaak is volgens hem de „vanzelfsprekendheid” die bezoekers van natuurgebieden aan de dag leggen voor het werk van organisaties zoals Natuurmonumenten. Maar ook de belangstelling van media als televisie is gedaald in vergelijking met de jaren negentig, zegt De Graeff. Tevens signaleert hij een „afnemende urgentie” in de politiek. Tel daar de economische recessie bij op, en de toegenomen concurrentie van andere goede doelen. „Dan krijg je dit.”

Het zou kunnen dat het verlies van Natuurmonumenten mede te wijten is aan het beeld van een ambtelijke organisatie. De vereniging staat niet bekend om het voeren van actie maar simpelweg om het beheren van natuur – met bijna zevenhonderd medewerkers, onder wie driehonderd boswachters.

De Graeff: „We moeten herkenbaarder worden. Duidelijker zijn. En ons onafhankelijker van de overheid opstellen. Los komen van de woorden die de overheid gebruikt. Woorden als Ecologische Hoofdstructuur. Robuuste verbindingen. Natura 2000. Mij hoor je die woorden niet meer gebruiken. Het moet begrijpelijker.”

De Graeff steekt ook de hand in eigen boezem. Natuurmonumenten moet beter gaan luisteren naar de mensen „die wij zeggen te vertegenwoordigen”.

Zo wil een ecologisch verantwoord plan nog wel eens botsen met wat bewoners in het desbetreffende gebied waardevol vinden. De Graeff noemt als voorbeeld de Horstermeerpolder in Noord-Holland, waar bewoners eerder dit jaar zelfs een vrijstaat uitriepen uit protest tegen plannen om de polder deels onder water te zetten. De Graeff: „We moeten niet losraken van wat mensen vinden. Je kunt een heel goed ecologisch verhaal hebben, maar als dat leidt tot een clash met culturele normen en waarden, moeten we niet meteen ons gelijk claimen. Je moet dan soms dingen ook eens niet doen.”

Over een onderwerp als de jacht blijken sympathisanten van Natuurmonumenten ook vaak minder „krampachtig” te denken dan de organisatie zelf. „Dat is heel zuiverend om te horen”, zegt De Graeff.

Intussen dwingt het verlies aan leden tot bezuinigen. Of bezoekers dat gaan merken, is nog onduidelijk. Entreegeld vragen voor natuurgebieden doet Natuurmonumenten liever niet. „Op korte termijn zal van entreeheffing dan ook geen sprake zijn”, aldus een persbericht.

Liever hoopt Natuurmonumenten op financiële steun van nieuwe leden. De Graeff: „Wij hebben veel natuurgebieden die duur zijn, omdat ze relatief veel onderhoud vergen. Weidevogelgebieden. Wateren zoals de Nieuwkoopse Plassen en De Wieden. Landgoederen. In zulke gebieden moet je voortdurend plaggen en maaien. Doe je dat niet, dan groeit het dicht, dan verslonst de natuur. Dan verdwijnt het voor Nederland karakteristieke landschap.”