Een vertalende camera op je mobiele telefoon

Dat internet het taalonderzoek zou veranderen, is al vaak beweerd. Vorige week werd een doorbraak bereikt: enkele geleerden van Harvard publiceerden in Science een artikel waarin ze aantonen dat de ontwikkeling van het Engels veel nauwkeuriger in kaart kan worden gebracht op basis van de miljoenen boeken die door Google zijn gedigitaliseerd. Zo blijkt ruim de helft van de ‘nieuwe’ woorden in recente woordenboeken al eeuwenlang in gebruik te zijn. Sommige woorden waren zelfs al over hun hoogtepunt heen toen ze in het woordenboek terechtkwamen. Google stelt een programma beschikbaar (ngrams.googlelabs.com) waarmee dit soort analyses kunnen worden uitgevoerd. Het werkt helaas nog niet voor het Nederlands, maar wel voor het Engels (met een onderscheid tussen Brits en Amerikaans), Duits, Frans, Spaans en Russisch.

Heeft het zin om lijsten te publiceren met woorden die vermeden zouden moeten worden? Nee, stelt Peter Zuijdgeest. Zuijdgeest onderzocht 23 van dergelijke woordenlijsten die sinds 1961 in boeken en tijdschriften zijn verschenen. Zijn conclusie: ,,Veel modewoorden zijn is een veel langer leven beschoren dan taalpublicisten lief is. Ze zijn misschien niet duidelijk, mooi of origineel maar voorzien kennelijk in een behoefte. Doen ze dat niet of niet meer, dan verdwijnen ze vanzelf.’’ Daarom vindt Zuijdgeest het onzinnig om dergelijke verbodenwoordenlijsten aan te leggen. Hij stelde een top 100 samen van de woorden die het vaakst in dit soort lijsten worden genoemd. Ze staan sinds gisteren op internet. De lijst wordt aangevoerd door opstarten, (het) gebeuren en (het financiële) plaatje. Deze komen al sinds het begin van de jaren tachtig op dergelijke lijsten voor – telkens weer. Tevergeefs dus.

Vorige week verscheen een programmaatje voor de iPhone, Word Lens, dat teksten die je door de cameralens van je telefoon bekijkt automatisch vertaalt – van het Spaans naar het Engels of andersom. Wie zijn camera bijvoorbeeld richt op een waarschuwingsbord met de tekst ,,Playa cerrada. Reciente ataque de tiburón’’, krijgt op het scherm van zijn telefoon precies hetzelfde bord te zien, maar dan met de Engelse tekst: ,,Beach closed. Recent attack of shark’’. De online reclame voor Word Lens is inmiddels zo’n twee miljoen keer bekeken op YouTube (tinyurl.com/36pkeov).

De miljardair en filantroop George Soros is een van de weinige moedertaalsprekers van het Esperanto. Dat vertelde hij vorige week op een symposium in New York. Soros’ vader Tivadar leerde de taal toen hij in de jaren twintig in een interneringskamp in Siberië zat. Hij werd zo enthousiast dat hij, eenmaal terug in Boedapest, een literair tijdschrift in het Esperanto begon en zijn zonen erin opvoedde.

Een groep onderzoekers van de Radboud Universiteit Nijmegen werkt aan een computerprogramma dat de uitspraak en de intonatie van het Engels corrigeert bij Nederlandse leerlingen. In de toekomst moeten ook grammaticafouten worden opgespoord. Dat is opmerkelijk, omdat onderzoeksleider Herbert Strik in 2005 in een artikel in het tijdschrift Onze Taal nog uitlegde hoeveel problemen er zijn bij automatische foutopsporing. De onderzoekers kregen vorige week een subsidie van tweehonderdduizend euro.

Deze maand werd de website Schuppies en schoegies geopend, met Drentse namen voor ruim 200 wilde planten, struiken en heesters. De plant met de meeste vermeldingen blijkt de lisdodde, die onder ruim tachtig Drentse namen bekend staat, waaronder kattestaart, laampepoetser en negerpielen. Het materiaal voor de website komt onder meer uit de nalatenschap van de Drentse woordenboekenmaker Henk Hadderingh (1949-2005) en uit een database van het Meertens Instituut (tinyurl.com/23r3oft).

Spreken in het openbaar gaat niet iedereen even goed af. Daarom maakten Piet van Sterkenburg en Ed Landman een ‘toesprakenboekje’ getiteld Nooit meer met de mond vol tanden (Uitgeverij Scriptum, 9,95). Dit pas verschenen boekje bevat alfabetisch gerangschikte voorbeelden zoals afscheid, begrafenis, dankwoord, diploma-uitreiking, etc. ,,Wat onze toespraken wel willen laten zien, is de noodzaak van een elementaire structuur om de toehoorders te kunnen behagen, te ontroeren, te doen schaterlachen of tussen uitersten heen en weer te slingeren’’, aldus de auteurs.