Radicaal muziekvernieuwer die leefde als kluizenaar

Necrologie

Zijn ‘Trout Mask Replica’ geldt als een hoogtepunt in de pophistorie. Captain Beefheart gaf een ruige en absurdistische draai aan de bluesmuziek.

Radicaal muziekvernieuwer, dictatoriaal bandleider, kluizenaar die koos voor een eenzaam bestaan als kunstschilder. Don van Vliet alias Captain Beefheart, die vrijdag in een Californisch ziekenhuis overleed, trok zich niets aan van conventies. Hij gromde en schmierde, piepte op een saxofoon of basklarinet, liet zijn muzikanten hun instrumenten geselen en zocht de grenzen van het inlevingsvermogen van het poppubliek. Blues en jazz waren zijn vertrekpunten, maar hij vertrapte de grenzen tussen de genres. Voor zijn schijnbaar chaotische muziek was maar één predicaat mogelijk: „Beefheartiaans”.

Als nakomeling van Nederlandse immigranten in Glendale, Californië hield Don van Vliet vol dat hij in directe lijn afstamde van de schilder Peter van Vliet, een tijdgenoot van Rembrandt. Al op jonge leeftijd toonde hij talent voor schilderen en beeldhouwen. Met schoolvriend Frank Zappa luisterde hij naar blues, jazz, pop en modern klassiek. Samen smeedden ze plannen voor eigenzinnige trips in de popwereld. Later vertelde Van Vliet aan David Letterman dat hij de artiestennaam Captain Beefheart aannam omdat hij een strijd („beef”) in zijn hart voelde met de burgermaatschappij.

Begin jaren zestig stichtte Captain Beefheart een eerste versie van zijn Magic Band, waarmee hij een ruige en absurdistische draai gaf aan zijn geliefde bluesmuziek. De intimiderende gromstem van Howlin’ Wolf was zijn grote voorbeeld. Het album Safe As Milk werd in eerste instantie ongeschikt bevonden voor de tere oren van het poppubliek. Met hulp van Frank Zappa werkte Beefheart aan zijn magnum opus Trout Mask Replica (1969), een briljant en complex dubbelalbum dat pas vele jaren later als een hoogtepunt in de pophistorie werd herkend.

Van Vliet beweerde dat hij de 28 nummers van Trout Mask Replica schreef in één ultraproductieve sessie van acht uur aan de piano, een instrument waarop hij eigenlijk niet kon spelen. Tijdens de opnamesessies terroriseerde hij zijn muzikanten, onderwierp hen aan slaap- en voedselgebrek en paste hypnose toe om de muziek exact te laten klinken zoals hij het in zijn hoofd had gehoord. Frank Zappa betaalde de sessies maar hield zich afzijdig, omdat hij in Beefheart een verwante ziel herkende waarmee niet gemarchandeerd mocht worden.

Nadien onderhield Van Vliet een gespannen relatie met Zappa, die hij van ideeënroof betichte, met zijn Magic Band, die constant van personeel wisselde en met de platenindustrie, die hem in een toegankelijker richting probeerde te dwingen.

Het album Ice Cream For Crow (1982) met de beroemde hoesfoto van Anton Corbijn tegen een achtergrond van Joshua Tree-cactussen in de Californische woestijn werd zijn laatste. Zijn galeriehouder hem had voorgehouden dat hij als beeldend kunstenaar serieuzer zou worden genomen wanneer hij niet langer als „schilderend muzikant” te boek zou staan.

Don van Vliet trok zich terug in de Mojavewoestijn, waar Anton Corbijn hem in 1993 nogmaals opzocht voor de documentaire Some Yo Yo Stuff. Van Vliet schilderde in abstract-expressionistische stijl en noemde Mondriaans Broadway Boogie Woogie als zijn favoriete kunstwerk, „omdat je er de claxons op kunt horen toeteren”. De laatste dertig jaar van zijn leven werden getekend door de mutipele sclerose die hem het werken steeds moeilijker maakte. Hij was trots dat het uit 1972 stammende filmpje bij Lick my decals off baby als een van de eerste videoclips in de collectie het New Yorkse Museum Of Modern Art was opgenomen. Met de popcultuur wilde hij niets meer te maken hebben: „Als MTV mijn muziek niet wil tonen, wil ik geen MTV in mijn leven.” Kunst en muziek waren één ding, vond hij: grillige monsters die constant staan te dringen om aan het menselijk denkraam te ontsnappen.