Meeste Polen die kwamen, zijn weer gegaan

‘De Polen komen’ klonk het in 2004 toen Polen toetrad tot de Europese Unie. Inderdaad vestigen zich sindsdien ieder jaar duizenden Polen in Nederland. In 2009 waren het er ruim 13.000, duizend minder dan in 2008, toen de Poolse immigratie haar hoogtepunt bereikte. Maar wat opvalt: van alle Polen die sinds 2000 naar Nederland zijn gekomen, heeft 60 procent het land inmiddels alweer verlaten.

Dat percentage ligt iets lager dan bij de Spaanse en Italiaanse immigranten uit de jaren zestig en zeventig, maar beduidend hoger dan onder Turken en Marokkanen die in die tijd naar Nederland kwamen. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vandaag.

Van de Turkse en Marokkaanse immigranten bestond het merendeel uit alleenstaande mannen die in Nederland kwamen werken. Zij lieten later hun gezinnen overkomen, met als gevolg een toename van het aantal vrouwen en kinderen dat immigreerde.

Onder Poolse immigranten daalt het aandeel vrouwen juist. Dit wijst erop dat grootschalige gezinshereniging onder Poolse migranten op dit moment niet aan de orde is.

Van de Polen die Nederland weer hebben verlaten, ging 90 procent terug naar het geboorteland. Ongeveer 5 procent ging naar Duitsland, een kleiner deel vertrok naar België en het Verenigd Koninkrijk.

Verschillende steden in Nederland hebben te kampen met overlast veroorzaakt door Oost-Europese arbeidsmigranten. De gemeente Den Haag sprak begin vorige maand over een „tsunami van Oost-Europeanen” die zich in de stad vestigen.

In een reactie zei minister Donner (Binnenlandse Zaken, CDA) dat hij verwachtte dat de meeste migranten vroeg of laat naar hun land van herkomst zouden terugkeren. De cijfers van het CBS lijken dat vermoeden nu te bevestigen.