Kans op geslaagde ivf-bevruchting in Nederland groter dan ooit

Een ivf-bevruchting.
Een ivf-bevruchting. Foto Reuters/Kacper Pempel

De kans dat een reageerbuisbevruchting in een Nederlandse kliniek slaagt, is groter dan ooit. In 2009 leidde 26 procent van de ivf-bevruchtingen tot een baby. Dat schrijft NRC Handelsblad vandaag.

In 2009 werden 4.860 ivf-kinderen geboren, blijkt uit cijfers die de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) vandaag publiceerde. Dat betekent dat zeker een op de 38 Nederlandse pasgeborenen een ivf-kind is. Veel ouderparen wijken uit naar het buitenland voor een ivf-bevruchting, waardoor het werkelijke percentage nog tien tot twintig procent hoger kan liggen.

Hoe verhouden die percentages zich tot andere landen? Loopt Nederland voorop? Dat is helaas niet te meten, zegt wetenschapsredacteur Wim Köhler.

“Nederland is het enige land waar op nationaal niveau inzage is in dit soort cijfers. In het buitenland is de concurrentie tussen klinieken veel groter en laten ze anderen niet in de keuken kijken. Over de grens zijn ook meer commerciële klinieken die selecteren op patiënten om hogere percentages te halen. Jonge stellen die pas een half jaar proberen wel, oudere stellen die al veertig jaar bezig zijn niet.”

Binnen de ivf-cijfers van het NVOG vallen ook de steeds populairder wordende ICSI-bevruchtingen. Bij ICSI wordt de spermacel direct in de eicel wordt geïnjecteerd. Bij ivf wordt de spermacel in een laboratoriumschaaltje gespoten, waarna het zelf de harde schil van de eicel moet doorboren. De kans is groot dat in 2010 reageerbuisbaby’s vaker uit ICSI dan uit ivf worden geboren.