Verse miljonairs door verkoop van bedrijven

De omstandigheden om bedrijven te verkopen zijn op dit moment gunstig. De winstgevendheid van bedrijven is hersteld. Wie koopt warenhuis de Hema?

Nog voor de Oudejaarstrekking van de Staatsloterij heeft Nederland er een paar verse miljonairs bij. Woensdag werd bekend dat de firma Hyva uit Alphen aan den Rijn, een fabrikant van hydraulische systemen, voor 525 miljoen euro wordt verkocht aan de Aziatische investeringsmaatschappij Unitas Capital. Tien leden van het management lopen binnen: zij delen zo’n 20 procent van de aandelen. Directeur Louwrens Dijkstra verdient in z’n eentje een kleine 16 miljoen euro.

De grootste klapper is voor investeringsmaatschappij 3i uit Groot-Brittannië, die de rest van de koopsom opstrijkt: 420 miljoen euro. Volgens 3i’s Nederlandse managing partner Menno Antal verdient zijn bedrijf daar „tien keer onze inleg mee terug”.

De verkoop van Hyva zat er aan te komen. 3i, een van de grotere zogeheten private-equityfirma’s die in Nederland actief is, kocht zijn belang in 2004. Hoewel veel investeringsmaatschappijen een ‘langetermijnhorizon’ zeggen te hanteren, willen zij doorgaans na vijf tot zeven jaar van hun belegging af. Dan wordt het tijd voor een exit, zoals dat heet, om hun rendement te kunnen verzilveren. Menno Antal is er eerlijk over. „Wij zitten niet voor eeuwig in een bedrijf. Na een jaar of vijf is het goed dat er nieuwe aandeelhouders komen, die met nieuwe energie het bedrijf verder ontwikkelen.”

Ook voor 3i speelt het rendementsvooruitzicht een grote rol bij het bepalen van de exit. Antal: „Er is al jaren veel belangstelling voor Hyva geweest. In 2008 zaten we al dicht bij een verkoop, maar toen kwam de crisis.”

Nu het dieptepunt van die economische crisis achter de rug lijkt, trekt de markt voor fusies- en overnames aan. Private-equity krijgt weer volop de kans om de markt op te gaan.

Dat is zichtbaar. En de bedragen worden hoger. Het Amerikaanse KKR, grootaandeelhouder van Maxeda, rondt in hoog tempo het opsplitsen en afstoten van het veelzijdige winkelconcern af. Dit najaar gingen V&D, La Place, De Bijenkorf, Hunkemöller en M&S Mode de deur uit. Opbrengst: ruim 700 miljoen euro. In juli verkocht Bencis voor meer dan 400 miljoen euro kinderopvangbedrijf Catalpa. Begin deze week kondigde AAC Capital Partners, de voormalige private-equitytak van ABN Amro de verkoop aan van de Rotterdamse chemicaliëndistributeur IMCD voor naar verluidt 650 miljoen euro.

Er hangt nog veel meer in de lucht. In de zomer startte de veiling voor de Hema, het warenhuis dat nog maar 3,5 jaar geleden door de huidige eigenaar Lion Capital werd aangekocht (van Maxeda). Volgens geruchten is alleen Ahold nog in de race, maar heeft het supermarktconcern niet de 1,5 miljard euro voor de Hema over die Lion in het hoofd heeft.

Neerlands eigen private-equityreus Alpinvest staat zelf op het punt te worden overgenomen. De beheerder van ruim 13 miljard euro aan beleggingen (onder meer in Maxeda) is nu van pensioenfondsen ABP en Zorg & Welzijn.

Volgens de website Overfusies.nl is de stijging van het aantal private-equitytransacties in Nederland aanwezig, maar niet eens spectaculair: 113 turfde de site tot nu toe dit jaar, tegen 99 vorig jaar. In 2007, het topjaar vóór de crisis, waren het er 199.

Nu moet de grote stroom nog op gang komen, vermoeden veel betrokkenen uit de markt. En dat zal snel gebeuren. De markt heeft twee jaar nagenoeg droog gestaan, betoogt Marc Staal van AAC Capital Partners. „Dus nu komt er een ongekend groot aanbod aan.”

De omstandigheden zijn gunstig. Hoewel nog geen conjuncturele hausse, is de economie wel aanzienlijk stabieler geworden. „De winstgevendheid van bedrijven is in snel tempo hersteld”, zegt Staal. Dat maakt hen niet alleen aantrekkelijker om te verkopen, de waarde voor de nabije toekomst is ook beter in te schatten. Daardoor zijn bedrijven ook gemakkelijker verhandelbaar.

Daarnaast, en daardoor, zijn banken weer meer bereid om geld aan de zakelijke markt uit te lenen. Ook dat vergemakkelijkt de initiatieven voor fusies en overnames. Banken zijn wel aanmerkelijk voorzichtiger geworden dan in de hosannajaren vóór 2008, zegt consultant Arnoud van der Slot van Roland Berger. „Ze werken mee, maar met de handrem erop.”

Waar private-equityfirma’s voorheen voor 70 tot 80 procent aan bankschuld aantrokken om een overname te financieren, willen banken tegenwoordig voor een veel lager percentage meedoen. Investeerders moeten zelf veel meer geld meebrengen.

Dat geld – een derde stimulerende factor – is er ten overvloede. „Private-equityfondsen zijn in de goede jaren behoorlijk goed gevuld”, zegt een zakenbankier die ongenoemd wil blijven. Private-equitybedrijven halen vooral geld op bij rijke particulieren en institutionele beleggers. „Dat geld is nog lang niet opgesoupeerd, omdat er in de crisisjaren zo weinig werd geïnvesteerd.”

Om die reden is het niet gek – maar wel opvallend – dat de meeste, vooral grotere transacties van het ene private-equityfonds over gaan op het andere. Dat doet vermoeden dat een van beide partijen iets niet goed doet: de koper mist het rendement dat de verkoper erop maakt, of de verkoper doorziet niet de extra waarde die de koper er juist nog wel in ziet. Bij deze zogeheten secondary deals valt er voor de tweede eigenaar van bedrijven nog wel wat te halen, zegt de anonieme bankier. Zeker nu de economie aantrekt. Maar bij een derde ronde, de tertiaries, wordt het knap lastig. „Dan is het citroentje toch wel behoorlijk uitgeknepen.”