'Ik wil ook wel naar Nepal, maar helaas'

De strijd voor emancipatie van de gehandicaptensport is volgens rolstoeltennisster Esther Vergeer nog lang niet gestreden. „Het is allerminst een vanzelfsprekend onderdeel van de totale sport.”

17-12-2010, Rotterdam. Esther Vergeer. Foto Bas Czerwinski
17-12-2010, Rotterdam. Esther Vergeer. Foto Bas Czerwinski

Altijd die rolstoel. Functioneel moet-ie zijn. En dat is-ie gelukkig. Vraag Esther Vergeer naar haar relatie met de rolstoel en de woordkeus is alleszeggend. „Liever had ik die stoel natuurlijk niet nodig gehad.”

Het misprijzen strookt niet geheel met haar status als wereldberoemde tennisster. Die heeft ze toch mede aan de rolstoel te danken? Maar daarom hoef je er geen speciale band mee te hebben. De 29-jarige Vergeer ziet de stoel als onderdeel van haarzelf. Maar net zo min als haar kleding zijn haar stoelen met veel kleuren en bloemetjes bedrukt. Zwart, zilver of grijs is mooi genoeg. „Gewoon lekker neutraal, dat past het beste bij me.”

Trouwens, een rolstoel is allerminst praktisch. Dat weet iedereen, maar het is wat anders als je dagelijks met de beperkingen geconfronteerd wordt. „Zoals? Ik kan geen romantische strandwandeling met mijn vriend Marijn maken. Dat vind ik vervelend; ik zou het graag willen. Niet dat ik daarover scheld, maar toch. Weet je hoe Marijn dat eens heeft oplost? Door mij op zijn rug te nemen. En zo liepen we eens over het stand. Dat was echt een spontane actie. Lief toch?” En er verschijnt een glimlach op haar gezicht.

De rolstoel blokkeert soms ook vakantiebestemmingen. Verhalen van Vergeers broer, die in de reisbranche werkzaam is, of van vrienden over trektochten naar verre oorden doen wel eens pijn. Zonder klagerig te willen doen: „Ik wil ook wel eens naar Nepal om de Himalaya in te trekken. Of tochten door de bushbush maken. Maar dat zit er helaas niet in.”

Genoeg redenen om de rolstoel te vervloeken. Maar niet door Vergeer. Het is zo zinloos. Ook al is een geldautomaat wel eens te hoog gesitueerd. Ook al ben je thuis bij de hooggelegen spullen afhankelijk van anderen. Ook al zijn ruimten weer eens te smal of drempels te hoog. En ook al word je in China als een curiositeit bekeken, Vergeer wil overal het beste van maken. Maar de tennisster wil vooral acceptatie van de gehandicapte sporter. En daar is nog een wereld te winnen.

Twintig jaar is Vergeer intussen aan de rolstoel geklonken. Geen reden voor een feestje, ook al heeft ze veel te vieren. De rolstoeltennisster is tien jaar onafgebroken de nummer één van de wereld. Ze heeft een duizelingwekkende erelijst en een recordreeks van 402 overwinningen op rij. 402! Roger Federer en Rafael Nadal staan mathematisch in haar schaduw.

Alles heeft Vergeer gewonnen: Europese, olympische en wereldtitels. Plus vanzelfsprekend de grandslamtoernooien. En ze is op alle niveaus gelauwerd. Vijf keer de Nederlandse gehandicapte sporter van het jaar en twee keer ontving ze de Laureus Award voor de beste gehandicapte sporter ter wereld. Ze is in haar tak van sport een fenomeen. Vergeer haalt vaker de internationale pers dan welke Nederlandse sporter ook. The New York Times typeerde haar tijdens de US Open als the champ with rivals, no equals. En ze verscheen naakt op de cover van het Amerikaanse ESPN-magazine Body Issue.

Als sportvrouw heeft Vergeer een ontembare prestatiedrang. Ze wil altijd winnen. En dat lukt haar door altijd gemotiveerd te blijven en zichzelf voortdurend te willen verbeteren. „Dat zit diep in me”, zegt ze met een zekere mate van vanzelfsprekendheid. „En daardoor maak ik steeds weer vorderingen. Op die manier blijf ik scherp. Er komt een dag dat ik verlies. Maar dan wil ik op kwaliteit verslagen worden. Ik wil mezelf dan niets kunnen verwijten. Hoe ik op een nederlaag zal reageren? Dat ligt er helemaal aan hoe die tot stand is gekomen. Ik heb daar nu nog geen idee over.”

In haar vernieuwingsdrift nam Vergeer twee jaar geleden na de Paralympics van Peking afscheid van haar trainer Aad Zwaan, met wie ze tien jaar had samengewerkt. Tja, dat hoort bij een topsporter die steeds meer wil en steeds naar vernieuwing zoekt, vindt de tennisster. „Na ‘Peking’ vroeg ik me af: hoe nu verder? Ik had nieuwe prikkels nodig. En die ontving ik niet voldoende meer van Aad. Na tien jaar te hebben samengewerkt en ontzettend veel van hem te hebben geleerd, voelde ik dat het tijd was voor een nieuwe impuls. In zo’n geval vind ik het verstandig van elkaar afscheid te nemen. Het was een moeilijk besluit en een emotionele boodschap, maar gelukkig reageerde Aad begripvol. We zijn zonder ruzie uit elkaar gegaan. We spreken elkaar nog regelmatig en drinken een kopje koffie, maar op tennisgebied zijn we uitgepraat. Ik word nu getraind door Sven Groeneveld, die ook samenwerkt met de Deense Caroline Wozniacki (de nummer één van de wereldranglijst, red.). Zijn aanpak heeft me opnieuw geïnspireerd.”

Want Vergeer heeft een missie: over anderhalf jaar goud winnen bij de Paralympics in Londen. Het moet haar vierde gouden medaille op rij in het enkelspel worden. Ze hoopt ook op haar derde goud in het dubbelspel, maar die medaille is ondergeschikt aan de titel in het enkelspel. Na ‘Londen’ komt het moment van bezinning. „Dan ga ik eens goed nadenken hoe ik verder ga met mijn leven. Blijf ik tennissen of kies ik voor een maatschappelijke carrière? Nee, ik weet het nog niet; het kan beide kanten op.”

Om hét doel te bereiken zal Vergeer vanaf volgend jaar haar leefritme moeten intomen. Ze beseft dat ze onmogelijk het intensieve bestaan naast haar tennisleven kan blijven leiden. Vergeer heeft een eigen bedrijfje waarin ze al haar aan tennis gerelateerde activiteiten heeft ondergebracht en de Esther Vergeer Foundation waarmee ze lichamelijke gehandicapte en beperkte kinderen wil laten kennismaken met sport. Die activiteiten slokken veel tijd op. Zonder beklagenswaardig te willen zijn: „Mijn agenda stroomt over. Ik kom al mijn verplichtingen na, maar er zijn dagen dat ik tot laat doorwerk en doodvermoeid in bed val. Als ik dan weer wat rustiger aan doe,dan word ik steevast ziek. Alsof alle fut ineens verdwijnt. Als ik een bepaald doel moet bereiken dan geef ik daar alles voor. Als ik dat doel heb bereikt, moet ik echt bijtanken. Ach weet je, ik ben een perfectionist en een controlfreak die moeilijk taken uit handen kan geven. Maar wil ik in 2012 opnieuw olympisch kampioen worden, dan zal ik in 2011 scherpere keuzes moeten maken. Daar is geen ontkomen aan.”

Ongeacht de invulling van haar postolympische leven zal Vergeer blijven strijden voor emancipatie van gehandicaptensport. Dat ziet ze min of meer als haar levenstaak. „Het zal een zware klus worden om de gehandicapte sport overal op een gelijkwaardig niveau te krijgen. En dat is ook niet zo gek. Er is tenslotte ook een verschil tussen mannen- en vrouwensport. Maar ook wij doen er alles voor om ons maximale niveau te bereiken. Wij trainen net zo hard en laten er net zo veel voor als valide sporters. Waarom zouden we dan minderwaardig behandeld moeten worden. Daarom blijf ik streven naar een brede acceptatie. En dat kan door toernooien te combineren. Zoals deze week bij de Masters in Rotterdam, waar wij rolstoeltennissers onze nationale kampioenschappen afwerken. Of bij het jaarlijkse ABN AMRO-toernooi in Rotterdam, waar ik naast Richard Krajicek toernooidirecteur bij de rolstoeltennissers ben. Het gaat de goede kant op, maar de situatie is nog niet ideaal.”

Maar het begint allemaal met de bereidheid van gehandicapten om te willen sporten. En van sportorganisaties om gehandicaptensport als onderdeel van de totale sport te zien. Dát moet gestimuleerd worden. Omdat het nog steeds niet vanzelfsprekend is. En daarvoor heeft Vergeer haar foundation opgericht. Zelf kwam ze via een revalidatiecentrum in aanraking met sport. Eerst met basketbal, pas in tweede instantie met tennis. En voor die sport bleek ze aanleg te hebben. Haar motivatie, haar opofferingsgezindheid en haar doorzettingsvermogen stuwden Vergeer vervolgens naar de top van de Olympus.