'Ik werd moe van mijn eigen humor'

Liever dan geluk heet de cd/dvd van Herman Finkers die binnenkort verschijnt. Eerst waren het alleen liedjes, toen is hij clips erbij gaan maken. ‘Dat kostte me een jaar, wat niet de bedoeling was.’

Nederland, Amsterdam, 16-10-2010 Herman Finkers (Almelo, 9 december 1954) is een Nederlands cabaretier uit Twente PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS
Nederland, Amsterdam, 16-10-2010 Herman Finkers (Almelo, 9 december 1954) is een Nederlands cabaretier uit Twente PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Roger Cremers

„Daniël Lohues begon erover. Hij zei dat ik de liedjes uit mijn laatste cabaretprogramma, Na de pauze, in een studio moest vastleggen met echte muzikanten. Nou ja, in werkelijkheid zei hij: dan kom die liedtjes van joe nog veule better uut – dan komen die liedjes van jou veel beter tot hun recht. Dat sprak me wel aan. Vooral toen Daniël ook nog zei dat hij zelf graag wilde meespelen en dat hij zich ook wel met de productie wilde bemoeien.

„Na twee maanden stond alles erop. En toen dacht ik: tegenwoordig bestaat een liedje alleen als er een clip bij is. Ik was het daar niet mee eens, omdat ik vond dat het beter is als mensen er in hun hoofd een eigen filmpje bij maken. Maar tegelijk moest ik toegeven dat ik zelf óók kan worden betrapt op het kijken naar clips. Als iemand mij wijst op een mooi nummer van de oude Johnny Cash, ga ik meteen naar YouTube om te zien of er een filmpje van is. Daarom is er naast de cd met zestien liedjes nu ook een dvd met zestien clips. Dat laatste heeft me een jaar werk gekost, wat niet de bedoeling was. Maar ik ben blij dat het er nu toch is”.

Herman Finkers (56) komt in de laatste week van december met Liever dan geluk, een cd/dvd waarop hij liedjes zingt over leven, liefde, wanhoop en dood. Ze zijn afkomstig uit Na de pauze, de succesvolle voorstelling waarmee hij in 2007 op het podium terugkeerde na een afwezigheid van zeven jaar. Finkers was in 2000 met optreden gestopt „omdat ik moe werd van mijn humor” en kreeg kort daarna te horen dat hij een milde vorm van leukemie onder de leden heeft. Mede daardoor liet het voormalige kwinkslagenkanon in zijn comebackprogramma een heel andere cabaretier zien – met een bijna delicate voorstelling vol filosofische berusting en een onverstoorbaar relativeringsvermogen. Ook de liedjes troffen een andere toon.

„Ik schreef mijn liedjes altijd om op het podium te zingen. Ze moesten meteen werken, en dus grappig zijn. Toen ik in 2000 gestopt was, kwam mijn vriend Willem Wilmink bij me langs. Hij gaf me een schoolschrift dat, afgezien van een voorwoordje dat hij erin had geschreven, nog helemaal leeg was. Vergeet de grappen, zei Willem, ga gewoon liedjes schrijven en schrijf ze niet voor het publiek, maar voor jezelf. Kom dan af en toe met een nieuw liedje bij me langs, dan drinken we een Duvel en gaan we erover praten. Dat zijn de liedjes geworden voor Na de pauze.”

Lohues produceerde ook de nieuwste cd van Rob de Nijs. U dacht: wat Rob de Nijs kan, kan ik ook?

„Rob de Nijs kwam pas later op zijn pad. Ik ken Daniël Lohues sinds 2005. We waren alle twee, los van elkaar, door Herman van Veen gevraagd een gastoptreden te doen in het Sportpaleis in Antwerpen, ter gelegenheid van zijn zestigste verjaardag. Herman moet hebben gedacht: die Drent en die Twent, die zullen elkaar wel verstaan. Dat was ook zo; het grootste verschil is dat het Drents voor de rest van Nederland herkenbaarder is dan het Twents. „Daniël wist dingen die ik niet wist. Zo heb ik van hem geleerd hoe je een gitaar moet stemmen en hoe je kunt voorkomen dat een nieuwe snaar op een gitaar gaat piepen – dan peuter je even in je oor en je doet wat oorsmeer op die snaar. Dat wordt je volgens mij op het conservatorium niet verteld.”

Wat dragen de door Jan van den Nieuwenhuijzen geregisseerde clips aan de liedjes bij?

„Sommige teksten hebben we in de clip wat duidelijker kunnen maken door ironie toe te voegen. Neem zo’n liedje als Mijn laatste eer. Daarin zing ik dat ik ooit met respect begraven wil worden, met alleen wat kraaien en een uil. Geen witte kist die de dood verbloemt, geen rouwclowns, maar alles zwart. Dat meen ik. Maar halverwege zit er een omslag. Dan zing ik: en brullen zullen jullie, janken van verdriet. Dat heb ik ooit eens door iemand horen zeggen, en ik vond het mooi dat te gebruiken. Maar dat is natuurlijk niet serieus. In de zaal zaten de mensen altijd wat verward te kijken, omdat ze niet goed wisten wat ik ermee bedoelde. In de clip ben ik op dat moment verkleed als dictator. Dan is de ironie dus veel helderder.”

Het comebackprogramma groeide uit tot een tournee van twee seizoenen. Was dat ook de bedoeling?

„Nee, twee seizoenen was eigenlijk te veel, één seizoen was mooier geweest. Dat programma zat in mij en moest eruit. Ook mijn vrouw Hetty zei destijds: je zit zó vol, je moet het podium weer op, anders plof je uit elkaar. En zo ben ik eraan begonnen. Maar ik ben geen theaterbeest; het schrijven is eigenlijk al genoeg voor mij en dan zou ik het prima vinden als het door iemand anders zou worden uitgevoerd – ik weet alleen niet door wie”.

Staat er nu nog iets in uw agenda voor volgend jaar?

„Niet meer dan twee concrete dingen. De St. Jorismis, die ik voor onze trouwerij heb gecomponeerd en die ook nog geregeld door amateurs wordt gespeeld, wordt in juni uitgevoerd door professionele musici van het Orkest van het Oosten, onder leiding van Klaas Stok, en het Bachkoor. Dat vind ik nogal wat. Ik heb beloofd dat ik de partituur hier en daar ga herschrijven. Sommige stukken zijn nog niet goed. In het Gloria ga ik bijvoorbeeld van de ene modulatie naar de andere. Terwijl het veel mooier is alles in één toonsoort te laten staan.

„Het tweede is dat ik een audiotour in het Twents ga maken voor museum TwentseWelle in Enschede. Ze hebben daar al een Nederlands audiotour met Astrid Joosten. Ik ben eerst begonnen die in het Twents te vertalen, maar dat werkte niet. Fellini heeft al eens gezegd: een andere taal is een andere wereld. Als je in het Fries naar een schilderij kijkt, is dat een heel ander schilderij dan wanneer je er in het Frans naar kijkt. Ik zou misschien nog wel wat meer in het Twents willen schrijven. Wie weet. Maar verder ligt er nog niets vast – en dat bevalt me goed. Ik zie wel wat er op mijn weg komt”.

Dus geen theaterplannen?

„Nee. Het grote verschil met de jongen die ik vroeger was, is dat ik gaandeweg aan de weet ben gekomen dat ik een functie heb. Nee, echt: in mijn jonge jaren wist ik volstrekt niet wat mijn functie was. Als er een Schepper is, dacht ik, begrijp ik niet waarom Hij mij in dit leven laat rondlopen. Ik vroeg me af wat Hij in vredesnaam met mij had bedoeld. Tot het grote succes kwam. Toen begreep ik het: mijn functie was dat ik mensen, die de hele dag voor te weinig geld hard hadden gewerkt op de fabriek, ’s avonds twee uur lang vanaf het podium aan het lachen zou maken. Eindelijk werd me dat duidelijk. Maar op een gegeven moment kwam het punt waarop ik alles al eens eerder had gedaan. En het leek me geen goed idee het kunstje eindeloos te herhalen. Het was mooi geweest”.