Hofnarreslee

Het sneeuwt in de stad. En niet een beetje. Een dik pak sneeuw bedekt de daken, de bomen, de auto’s. Dus ook op kinderdagverblijf Het Hofnarretje valt sneeuw. Dat gebouw kan wel wat verse sneeuw gebruiken.

Mijn hoofd probeert al een dag of wat te bevatten wat daar gebeurd is, maar mijn hoofd kan dat niet aan. Mijn hart ook niet trouwens. Mijn hoofd is te leeg en mijn hart te dom.

Vieze dikke leeftijdgenoten die naar Thailand afreizen om met twaalfjarigen te wriemelen maken me al razend, kapelaans en pastoors die frunniken aan onschuldige misdienaars hebben mij en een eventuele god in de loop van mijn leven verder uit elkaar gedreven dan ooit, maar mannen die met kleuters aan de gang gaan…zuigelingen zelfs….. ik denk aan dingen als doodstraf door middeleeuwse martelingen, stenigen, brandstapels. Dingen waar ik normaal nooit aan denk.

Ooit heb ik zo’n kleuterneuker ontmoet. Een man die mij na afloop van een voorstelling zei dat hij mij wel geestig, maar veel te hard vond. Ik discussieerde nog even met hem. Over ethiek, geloof en moraal. Midden in het gesprek liep hij boos weg. Twee jaar later werd hij aangehouden met zes overvolle computers. Laptops vol krijsende kinderen. Duizend? Nee hoor, twintigduizend. Heb toen nog even het plan gehad om naar de gevangenis te gaan om de discussie daar af te maken. Maar dat vond ik te gemakkelijk. Daarbij wilde ik die ranzige viespeuk niet meer ontmoeten. Vlak na zijn vrijlating werd hij weer opgepakt. Nu met nog meer en nog smeriger materiaal.

Moet steeds aan het Bussumse slaapfeestje denken. Vooral aan die arme ouders die die kinderen te goeder trouw aan die mensen meegaven. Het is toch raar dat kinderen van vier een zogenaamd uitzwaaifeestje krijgen omdat ze van de kinderopvang naar de kleuterschool gaan. Dan ben je als school toch al een beetje in de war? Dat dat niet gewoon met een glas limonade in het Amsterdamse lokaal gebeurde, maar twintig kilometer verderop in een Gooise villa in een kamer vol matrassen. De vrouw van de directeur heeft verklaard dat er niks gebeurd is. Dan nog vind ik het raar. Dat een zakenman zijn werk mee naar huis neemt snap ik, maar als baas van een hol met krijsende kleuters ben je toch blij als die krengen naar hun ouders zijn. Die neem je toch niet mee naar je huis? En dan ook nog om een nachtje te tukken? Dan klopt er iets toch niet helemaal? Of liever gezegd: helemaal niet! Pamperseks. Kleuters! Zuigelingen! Hoe ziek moet je zijn? En wat is de volgende stap? Embryo’s? Demente bejaarden? Dat voordat mevrouw Jansen euthanasie krijgt het hele verpleeghuis bij de directeur gaat slapen. Geen slaapfeestje, maar een zogenaamd inslaapfeestje. En dat later blijkt dat de directeur en een paar vrienden los gingen in hun Mickey Mouse-pyjama’s! En dat eentje het gefilmd heeft en het daarna versleuteld over de wereld heeft gestuurd. En dat hele bisschoppenconferenties trillend onder hun mijtertjes daar naar hebben zitten loeren. Met de Belgische bisschop voorop!

Soms word ik zo moedeloos van het leven. Al die volwassen viespeuken die alles bezoedelen. Vunzige pastoors, vieze kapelaantjes, therapeuten bij wie de tv vanzelf op porno springt, bejaarde Italiaanse politici die hem in kinderen van zeventien duwen.

Er valt sneeuw op Het Hofnarretje. Genoeg sneeuw voor een prachtig sneeuwballengevecht. Kinderen mogen gooien naar de juffen. De juffen gooien zachtjes terug. Terug op de lachende kinderen.

Er valt sneeuw op Het Hofnarretje. Genoeg sneeuw voor een lange tocht op een slee. Kraaiende kinderen met rode wangen onder warme capuchons. De warme chocolademelk wacht. Ze smullen van de gevulde speculaas.

Er valt sneeuw op Het Hofnarretje. Sneeuw voor wel zeven poppen. Sneeuwpoppen met een ontroerende schoorsteenvegerhoed. Met twee stukken antraciet als prachtige ogen en een winterpeen als neus. Als neus. Gewoon als neus. Een niks anders dan als neus. Neus, neus en nog eens neus.