Euroleiders moeten wel vaag blijven

Je moet weten wanneer je ermee voor de dag kunt komen – en dit is niet het goede moment.

Dit is in een notedop de boodschap aan beleggers van de leiders van de Europese Unie, ondanks de wens van beleggers om de details te leren kennen van het permanente noodfonds dat in 20123 wordt geïntroduceerd. De topconferentie in Brussel van deze week is het eens geworden over een klein, maar belangrijk amendement op het verdrag, dat het mogelijk maakt een lidstaat in financiële moeilijkheden te hulp te schieten. De gekozen woorden zijn welbewust vaag gehouden. Dit is ten dele het gevolg van meningsverschillen, maar zeker ook zo bedoeld. De markten in het duister laten tasten is het beste wat overheden op dit moment kunnen doen.

De beperkte reikwijdte van het amendement maakt het mogelijk dat het in alle landen van de Europese Unie wordt aangenomen, zonder het politieke drama van referenda en grote nationale debatten. Het mechanisme moet in stelling zijn gebracht als de European Financial Stability Facility (EFSF), die voor Griekenland en Ierland werd gebruikt, over 3 jaar is afgelopen. Het zal worden geactiveerd „als het onmisbaar wordt geacht om de stabiliteit van de eurozone als geheel te bewaken”, een ietwat zachtere formulering dan de ‘laatste noodoplossing’ die de Duitse leiders eerder noemden.

De hulp zal van geval tot geval worden beoordeeld en kan ook kortingen voor particuliere beleggers inhouden.

Net zo belangrijk is wat de top heeft besloten niet te gaan doen. Er was geen verhoging van de vuurkracht van de huidige faciliteit noch enige uitbreiding van haar bevoegdheid om het aankopen van staatsobligaties te dekken. Maar een verhoging van de financiering van het EFSF en het noemen van een exact bedrag zouden onmiddellijk zijn geïnterpreteerd als de voorbereiding op een grote reddingsoperatie (lees: Spanje), met het grote risico dat deze dan ook inderdaad dichterbij zou zijn gekomen.

Regeringen hoeven niet al hun kaarten te laten zien. Ze hebben gelijk als ze vaag blijven over de randvoorwaarden voor reddingsoperaties en over de vraag of en waar particuliere crediteuren getroffen kunnen worden. Het volstaat als ze herhalen dat ze hun uiterste best zullen doen om de euro intact te houden. Het prijsgeven van te veel details zou het nemen van onverantwoorde risico’s stimuleren door geloofwaardigheid te verlenen aan het idee dat er een recht bestaat op een reddingsoperatie – voor krap bij kas zittende eurozonelidstaten en hun crediteuren. In de huidige crisis is het de opdracht van de overheid om vaag te blijven.

Pierre Briançon