DEBAT VAN DE WEEK

Debatreeks De Staat van de Staat deel 3: Zorg voor Jezelf. Door: RRKC, De Unie en NRC Handelsblad. Met o.a.: Louise Gunning, Jaap Maljers, Robert W. Kreis en Aysel Erbudak. Zaal de Unie, Rotterdam, woensdag 15 december.

Ooit was de zorg niet ingewikkeld, nu zéér

Probeer het maar eens uit te leggen. Tot in de jaren tachtig pronkt Nederland met goede, betaalbare gezondheidszorg, zeg maar de ‘ziekenfondsperiode’, en komt – in de woorden van chirurg Robert Kreis – „de halve wereld naar Nederland om naar ons fantastische systeem te kijken”. Onder politieke druk om de kosten naar beneden te brengen, wordt het systeem vervolgens gesocialiseerd, de Britse National Health Service is het ideaal.

Dan beginnen de problemen: van oplopende wachtlijsten in de jaren tachtig en negentig via een stelselwijziging naar de bestaande situatie van... ja, van wat eigenlijk?

Jaap Maljers, oprichter van adviesbureau Plexus Medical Group, hapert als hem om een typering van de situatie wordt gevraagd. „De zorg is heel divers. Vergelijk het met de transportsector. Er is een groot verschil tussen vliegtuigverkeer, wegtransport en vervoer over het water.” Sinds toenmalig zorgminister Hans Hoogervorst (VVD) het mes in de zorgsector zette, werd toch gesproken over, op zijn minst gereguleerde, marktwerking? „Ik herken de marktwerking niet, het is meer retoriek.”

Louise Gunning dan. Zij zou het moeten weten. Gunning was jarenlang bestuursvoorzitter van het AMC in Amsterdam en thans voorzitter van de Gezondheidsraad. „Er is niet zoveel veranderd. Het debat over zorg en marktwerking vindt voornamelijk plaats in de politiek en de media.” Niet zo veel veranderd? Terwijl Robert Kreis net in een analyse zei dat in de afgelopen twee decennia juist te veel veranderd was. Kreis: „We hebben een dubbel besluit genomen: enerzijds kiezen voor markt, anderzijds voor het beteugelen ervan.” Wie heeft er gelijk? Of hebben ze allebei gelijk?

Aysel Erbudak, directeur van Slotervaartziekenhuis – eerste opmerking: „waarom doe ik eigenlijk mee?” – komt in de praktijk geen marktwerking tegen. Het ziekenhuis moet zich schikken naar de wensen van de overheid, niet naar de wensen van de markt.

Enfin. Marktwerking, gereguleerde marktwerking of niet, over één ding zijn de sprekers het eens: de zorg is een ondoorzichtige brij. De kosten zullen blijven stijgen en het bestaande basispakket is niet langer houdbaar. De vraag waar het heen moet, verdeelt de deelnemers in ‘meer marktwerking’ (meer dan wat?) en ‘niet meer marktwerking’, maar een beperkter basispakket om de kosten te drukken, bijvoorbeeld geen vergoeding voor rollators (Louise Gunning).

Intussen wordt zichtbaar wat de voor- en nadelen zijn van het bestaande systeem. De nadelen: verzekeraars lobbyen zich suf – 1,2 miljard euro per jaar – en verrekenen de kosten daarvan in hun premies, er is te weinig controle op kwaliteit, ziekenhuizen specialiseren niet uit angst voor een verslechterende concurrentiepositie en patiënten zijn zorgconsumenten geworden. Voordelen: het verschil tussen particulier en ziekenfonds is opgeheven, de wachtlijsten zijn geslonken en er wordt beter geluisterd naar ‘zorgklanten’.

Toch overheerst bij de sprekers vooral het chagrijn over het stelsel. Op Louise Gunning na wijzen ze allemaal de overheid aan als grote boeman: zij dumpt de gezondheidszorg, net als energie en spoor, in de markt en kijkt er niet meer naar om (Robert Kreis), de overheid moet het zorgaanbod bepalen, niet de markt (hoogleraar gezondheidszorg Martin Buisen) en de overheid maakt geen keuzes waardoor een tweedeling onafwendbaar is (Aysel Erbudak).

Meer of minder bemoeienis, de vraag is of het de zorg zal helpen. Resultaten uit het verleden bieden geen garanties. Anders gezegd: Nederland heeft sinds het probleem met de wachtlijsten – lees: de toenemende zorgvraag – gepoogd met ideologische stelselhervormingen de kosten te drukken. Socialiseren en – gedeeltelijk – liberaliseren, het is allebei geprobeerd, maar de uitkomst is tot op heden hetzelfde: een ondoorzichtig stelsel waarbij de kosten én de vraag naar zorg toenemen.

Misschien is het tijd te accepteren dat we, linksom of rechtsom, niet meer terugkunnen naar het „fantastische” zorgsysteem van de jaren zeventig. Beter kunnen we het niet maken, ingewikkelder wel.

Huib Modderkolk