Meisjes

Het was beter om een stomp uit te delen dan aan haren te trekken wanneer je iemand iets duidelijk wilde maken. Je kon het beter op een schelden zetten dan huilen, wanneer je je zin niet kreeg. Poppen kwamen het huis niet in. Giechelen deden we niet en nagellak werd alleen gebruikt om lakschade aan autootjes weg te werken.

Ik ben opgegroeid met twee broers. We hadden de stilzwijgende afspraak dat meisjesgedrag met man en macht vermeden werd. Meisjesgedrag stond gelijk aan zwakte. We scholden elkaar uit voor meisje wanneer een van ons in een onbewaakt moment in tranen uitbarstte.

Ik huilde – het moet gezegd – vaker dan mijn broers. Als ik van mijn moeder een jurk aan moest of als ik uit een boom was gevallen.

Toen ik van een hoge tak op de grond was gedonderd, bleef ik even liggen in het bladerdek en keek omhoog. Mijn broers leken zich moeiteloos te bewegen in de toppen van de boom. Als lenige panters sprongen ze van tak tot tak, met een kracht en vaart die ik nooit zou evenaren.

Terwijl ik ruim twee jaar ouder was dan mijn jongste broer, was hij me op vijfjarige leeftijd al te snel af met voetballen. Al kon ik een aardig schot lossen, nooit zou ik me zo rap als hij met de bal uit de voeten kunnen maken.

Ik giechelde wel eens per ongeluk en – al bleef ik protesteren – begon ik jurken mooi te vinden.

Ik kan jurken inmiddels prachtig vinden, maar draag ze zelden. Ik scheld liever dan dat ik huil. Maar ik lak mijn nagels en heb in de loop der tijd ontdekt dat meisjesachtige of vrouwelijke eigenschappen sterk kunnen zijn. Sterker dan ik als meisje ooit had kunnen vermoeden.

Die kracht ervaar ik bij het luisteren naar I’m Leaving This Room, een cd van Klaske Oenema (te bestellen op www.klaskeoenema.nl). Ze heeft een stem die zowel vertedert als doet huiveren.

Het liedje ‘Plenty’ beluister ik al enkele weken keer op keer. Oenema nodigt in dit nummer een man uit aan tafel. Uit haar benieuwdheid naar zijn manieren blijkt dat ze meer over hem heeft gefantaseerd dan ze over hem weet.

Oenema zingt onderkoeld over wanhoop. Het concrete en het geïnterpreteerde vallen in haar teksten samen, als in de beste gedichten. En vallen net zo gemakkelijk weer uiteen: In the salad I eat I’m falling apart / and the evening takes a piece of your face / we’re filling the voids in general abundance. Ik zie hoe ze haar gezicht tijdens de maaltijd wil verbergen tussen slabladeren, die op haar bord uiteen vallen. Tussen het slappe blad ligt ze zelf.

‘When I am yours, I will be plenty’ besluit Oenema op kalme, bezwerende toon. Ze belooft er volop te zijn voor de man. ‘Plenty’ suggereert ook: meerdere mensen tegelijk.

Elke keer dat ik de regel beluister, hoor ik een andere betekenis. Ik hoor de zangeres beloven dat haar geliefde niet meer naar anderen op zoek hoeft. Ik hoor daardoor ook dat de man mogelijk niet trouw is. Daarnaast begrijp ik dat ze in liefde niet alleen zichzelf, maar ook de ander, anderen wil zijn.

Ik hoor in Klaske Oenema een sterke vrouw die soms een meisje aan het woord laat. Dat meisje is breekbaar en sterk tegelijk. Nu ik al lang niet meer zo genoemd kan worden, kan ik met trots zeggen dat ik een meisje was.