Maar alleen voor Dutchies, dude

Het kabinet wil dat de nieuwe wietpas drugsoverlast voor burgers vermindert.

De kans bestaat juist dat die overlast groter wordt, door illegale handel op straat.

Coffeeshop Nobody’s Place ligt in een rustige woonwijk achter het treinstation van Venlo. In 1992 werd er op straat veel gehandeld in drugs. De eigenaar van de coffeeshop wilde daarom weten wie hij binnenliet. Zo werd Peter Schneider uitvinder van de wietpas.

Als bezoekers hun paspoort lieten zien, kregen ze een pasje waarmee ze hasj of wiet konden kopen. Hij gaf er sindsdien 120.000 van uit. Een witte voor 5 euro, een met een print van de zaak erop kost 8 euro. Voor 10 euro mag de klant er zelf een ontwerpen. Psychedelische prints en afbeeldingen van wietplanten doen het goed.

Schneiders idee sloeg aan. Alle coffeeshops in Venlo hebben nu wietpassen. Als het aan het kabinet ligt, volgen de ruim 660 coffeeshops in de rest van het land hun voorbeeld. Maar dan onder striktere voorwaarden.

Het kabinet wil dat coffeeshophouders met die pasjes niet alleen bijhouden wie wat koopt. Ze moeten dat ook van elkaar weten. Zo kunnen ze voorkomen dat mensen bijvoorbeeld meer dan hooguit 5 gram per dag kopen. Voor zo weinig drugs gaat niemand uren in de auto zitten, is de redenering. Het Europees Hof van Justitie adviseerde gisteren bovendien dat pasjes aan buitenlandse blowers mogen worden geweigerd. Coffeeshophouders kunnen geen beroep doen op de verkeersvrijheid van goederen, omdat cannabis een illegaal product is.

Minder drugstoeristen betekent minder overlast, zegt een woordvoerder van het ministerie van Veiligheid en Justitie. En het zorgt voor minder afzet. En dus voor minder wietteelt, waardoor de georganiseerde misdaad die met die teelt gepaard gaat kan afnemen. Maar, benadrukt de woordvoerder, de pas is in eerste instantie bedoeld om de overlast rondom coffeeshops te laten afnemen.

De burgemeester van Venlo wilde dat de bewoners van zijn stad minder last zouden hebben van drugstoeristen en verplaatste in 2004 twee coffeeshops naar de rand van de stad, op de grens met Duitsland. In de coffeeshop Roots Oase – de twee zaken fuseerden – klinkt rapmuziek. Jongeren blowen aan houten tafels. De klanten aan de bar zijn wat ouder. Voor het verkooploket staat een lange rij. De bezoekers worden door 32 camera’s in de gaten gehouden.

Ook hier kunnen bezoekers alleen drugs kopen met een pasje. Een witte met een zwart registratienummer, voor 5 euro. De coffeeshop noteert naam en geboortedatum en maakt een pasfoto, gegevens die voor onbeperkte tijd worden bewaard. De klant haalt de pas door een scanapparaat. Als de verkoper in zijn scherm ziet dat de klant die dag al 5 gram heeft gekocht in Roots Oase wordt hem de deur gewezen.

De verkoper kan niet controleren of deze klant al bij andere coffeeshops drugs heeft gekocht. En buitenlanders zijn er meer dan welkom. Acht op de tien klanten zijn Duits. Nog wel. De coffeeshophouder vindt dat het kabinet met de nieuwe wietpas een niet-bestaand probleem aanpakt. Er is geen overlast. Er komen straks net zoveel drugstoeristen als nu, denkt hij, alleen niet meer in zijn coffeeshop. „De handel verplaatst zich gewoon naar de straat. Net als begin jaren negentig. Dan wordt het weer een grote bende. Terug naar af.”

Burgemeester Hubert Bruls (CDA) van Venlo bevestigt dat de coffeeshops amper problemen geven. Toch is hij voorstander van een wietpas die buitenlanders uitsluit. „Ik wil geen burgemeester zijn van een stad die alleen wordt geassocieerd met drugs.”

Bruls zegt de nieuwe wietpas enkel te willen invoeren als hij daarvoor extra geld en agenten krijgt. Zeker in het begin verwacht ook hij door invoering van zo’n pas meer straathandel, meer overlast. Zoals vroeger mag het niet worden, zegt hij. „Ik ga van mijn stad geen proeftuin maken. De minister moet mij iets leveren, anders gaat het hele verhaal niet door.”

Veel grote coffeeshops houden al bij wie er komt. Al was het maar om zich te kunnen verweren als iemand na een aanhouding zegt daar te veel drugs of harddrugs te hebben gekocht. Een coffeeshop in Maastricht heeft een speciale paspoortscanner, gekoppeld aan toegangspoortjes. „Net zo een als bij de douane op Schiphol.” Het computersysteem bepaalt of de bezoeker oud genoeg is en of het identiteitsbewijs geldig is. Pas dan gaan de poortjes open. Andere shops werken op de ouderwetse manier: de verkoper schat of een klant oud genoeg is en vraagt bij twijfel om een legitimatie.

Dat er een wietpas komt, staat vast. Maar zelfs op het ministerie weten ze nog niet wat de voorwaarden worden en wie straks een pasje mag kopen. Coffeeshops worden besloten clubs, maar zonder een maximumaantal klanten per zaak. Niet duidelijk is nog of er een gemeentelijk, regionaal of een landelijk pasjessysteem komt.

Achter de bar van Nobody’s Place schudt Peter Schneider zijn hoofd. Je ziet hem denken. Hebben ze het in Venlo eindelijk goed voor elkaar, komt het nieuwe kabinet zich ermee bemoeien. „Ongelofelijk. Ze weten in Den Haag niet waar ze over praten.”