Femke Halsema: de kunst van idealen in de praktijk

Werd Femke Halsema gisteren alsnog politicus van het jaar? De journalistieke en publieke jury’s die vorig weekeinde Mark Rutte respectievelijk Geert Wilders als zodanig aanwezen hadden hun deel van het gelijk. De vrolijke ‘jeune premier’ en de PVV-leider hebben de politieke kaart opnieuw getekend. Maar in het democratisch debat kan Halsema niet zomaar worden gemist.

Werd Femke Halsema gisteren alsnog politicus van het jaar? De journalistieke en publieke jury’s die vorig weekeinde Mark Rutte respectievelijk Geert Wilders als zodanig aanwezen hadden hun deel van het gelijk. De vrolijke ‘jeune premier’ en de PVV-leider hebben de politieke kaart opnieuw getekend. Maar in het democratisch debat kan Halsema niet zomaar worden gemist.

Tussen de eerste twitter-reacties gistermiddag zaten ook van die ‘opgeruimd staat netjes’-teksten van lieden die waren blijven steken bij aan Halsema’s verontwaardigde beginjaren. Die lieden hadden gemist dat zij intussen uitgroeide tot een van de werkelijk relevante figuren in een Kamer met te weinig leden die zich ten volle bewust zijn van rol, taak en plaats van het parlement.


Geen wonder dat zij bij Pauw & Witteman haar tv-vaarwel beleefde. Femke Halsema leeft in het elektronische heden, maar publiceert vandaag ook een boek (papier, letters, hele zinnen). Zij was (bah, verleden tijd) een van die politici die in staat zijn oude kernwaarden van democratische politiek via alle beschikbare media te dienen. Met het parlementaire debat als centraal station.

Naarmate de politiek steeds meer een emotiegedreven kijksport is geworden, is de verleiding voor politici groot om zich via de daarin dominante korte termijn-prikkels een weg te banen naar een onsje roem en politiek gewin. ‘Straks gaat de koningin ook nog’, was een andere twitter-opwelling. Grappig, die associatie had ik vaker de afgelopen jaren.

Femke Halsema ontwikkelde een steeds meer boven het gewoel uitstijgende waardigheid in debatten. Misschien dat niet al haar partijgenoten dat waardeerden. Een flinke stroming binnen Groen Links voelde haar links-liberale denken ook niet helemaal mee. Maar scherp debatteren, met humor en voorkomendheid is voor iedere politieke richting een geducht wapen.

Misschien was Femke Halsema daarom wel het beste Kamerlid van de laatste jaren: zij had nagedacht over haar opvattingen, bleef eraan schaven, was niet te zeer vervuld van zichzelf om zonder veel gedoe toe te geven dat haar ideeën zich hadden ontwikkeld. Goed omschreven idealen als gps zijn vrij zeldzaam in het doordeweekse debat in ons parlement.

Kamerleden besturen vaak mee, op de leuning van bewindslieden die overigens vaak te weinig gewicht hebben om hun ambtenaren politiek de baas te zijn. Femke Halsema maakte zich steeds meer los van die hijgerige cirkelpolitiek. Na twaalf en een half jaar intensief Kamerwerk is de behoefte aan vrijheid begrijpelijk. Maar als zij en haar gezin het kunnen opbrengen, dan heeft zij als voorvechter van de publieke zaak nog een toekomst voor zich.

Als een praktische vertaling zoeken van idealen Halsema’s kracht is, dan voltrekt zich op het ogenblik een debat waarin dat nogal ontbreekt. Deze week nam de Eerste Kamer een motie aan tegen de voorgenomen verhoging van de btw op podiumkunsten. Een geval van tegenstrijdigheid volgens Joop van den Ende. Hij schreef de premier: u wilt meer geld van bezoekers en vermogenden zien maar maakt tegelijkertijd het theaterkaartje duurder.

Als het kabinet de Eerste Kamer niet tegemoetkomt zal de Senaat waarschijnlijk niet het hele belastingplan tot zinken brengen. In de Tweede Kamer stond de nieuwe staatssecretaris voor kunstzaken maandag met een nogal economisch getint verhaal gereed om de ingrijpende bezuinigingen te verdedigen. Ja, het is veel, maar ach, zo ingewikkeld is het niet. Subsidieverslaving is fout. Met zijn partijgenoot De Liefde: kunst is wat mensen mooi vinden.

De quasi-helderheid van zo’n debat reduceert iedere zaak, in dit geval die van kunstbeleid tot een kwestie van bedrijfsvoering. Bijna niemand, ook niet in de kunstenwereld waagt zich er nog aan zich hardop af te vragen waar kunst goed voor is en wat de taak van de overheid daarin moet zijn. De oude idealen van spreiding van cultuurgoederen en verheffing van achtergeblevenen, zoals de ministers Van der Leeuw, Klompé en Van Doorn die na de Tweede Wereldoorlog formuleerden, zijn stilletjes afgevoerd.

De PVV verzet zich tegen de grachtengordel die daar al die tijd een boterham in heeft verdiend. En de Wildersianen leggen ook de vinger op het cultureel verheffen van de nieuwe achtergeblevenen, de immigranten en hun kinderen - het extra argument voor subsidie op kunst en cultuur. Die multiculti bodem onder het openbare kunstgebouw is vrij stilzwijgend toegevoegd en heeft het hele draagvlak aangetast.

Nu de onevenredig zware bezuiniging op uitvoerende kunsten een kaalslag aankondigt, valt op dat bijna niemand een fundamentele cultuurverdediging aandurft. In Frankrijk besteedt ook Jean-Marie Le Pen geen hoon aan de letterlijke spreiding van onderdelen van de nationale kunstcollectie over moderne provinciale musea. Kunst (hangend en uitgevoerd) is een deel van waar het land trots op wil zijn.

In Nederland komen heel weinig kunstenaars ertoe uit te leggen waar hun werk goed voor is. Zou vanzelfsprekend moeten zijn. Hun bonden zijn verwikkeld in taaie worstelingen over de kunstplansystematiek. Ambtenaren op het ministerie hebben macht over geldstromen, maar hoeveel kunst zij genieten? En de Kamerleden die kunst-idealen kunnen en durven verwoorden kunnen samen in een Citroën C1.

Nu zit mijn werk er op, zei Femke Halsema toen zij haar vertrek aankondigde. Zij keek opgelucht. Rust en gezelligheid zij haar gegund. Een boek, een film. Maar wie weet dat zij als premier Halsema over enige tijd de perfecte belichaming is van een democratische politiek die naar mensen luistert en en laat zien dat je al luisterend en argumenterend tot fatsoenlijke arrangementen kunt komen in dit land.