Pas als de camera het ziet, is het echt gebeurd

Je lijkt het niet echt te hebben meegemaakt als het niet is gefotografeerd.

Matthijs Rooduijn (28) pleit voor een bewustere omgang met camera en werkelijkheid.

Iedereen kent ze wel: de klikgrage Japanse toeristen. Ze rijden in een bus door Amsterdam, stappen op drie plekken uit om in twee minuten zeshonderd foto’s te maken, en rijden na een half uur meteen weer door richting Parijs. Wij doen vaak een beetje lacherig over dit camerafetisjisme, niet beseffende dat wij Nederlanders ons net zo goed schuldig maken aan dit merkwaardige gedrag.

Afgelopen zomer bezocht ik een Kroatisch natuurpark waar vrijwel alle toeristen rondliepen met een digitale fotocamera – klaar om toe te slaan als er tussen de bomen ineens een mooi uitzicht opdook. Dan grepen ze naar de camera en liepen direct daarna door naar het volgende mooie uitzicht. Dit cameracentrische gedrag doet zich ook voor tijdens popconcerten. Laatst was ik in een uitverkochte Amsterdam Arena om mijn favoriete band te zien. Om mij heen uitzinnige fans die uren voor het stadion hadden gelegen. Toen tijdens het concert de zanger vlakbij kwam staan, bekeken ze hem allemaal via hun schermpjes – te druk met fotograferen en filmen om hun idool met eigen ogen te aanschouwen.

Waarom zijn we niet in staat van een bijzonder moment te genieten zonder het direct vast te leggen op foto of film? In 1977 schreef de Amerikaanse schrijfster Susan Sontag in haar boek On Photography dat mensen door de grote rol die foto’s zijn gaan spelen in hun leven – denk aan zelfgemaakte foto’s, maar ook aan foto’s in kranten, tijdschriften en boeken – de wereld steeds meer zijn gaan waarnemen met een fotografische blik: we nemen de wereld om ons heen eigenlijk waar alsof we continu door een fotocamera kijken. Deze fotografische blik is niet alleen van invloed op de fotografie, maar heeft ook de manier waarop wij de wereld om ons heen beleven ingrijpend veranderd.

Volgens Sontag is fotografie een onderdeel geworden van onze persoonlijke beleving; onze ervaringen zijn pas echte ervaringen wanneer er foto’s van zijn gemaakt. Sontag: „Ultimately, having an experience becomes identical with taking a photograph of it, and participating in a public event comes more and more to be equivalent to looking at it in photographed form.”

Sontag schreef profetische woorden. Want vooral sinds de opkomst van de digitale fotografie is dit ‘fotograferen om te beleven’ pas echt tot bloei gekomen. Met het oude, analoge fototoestel moest je rolletjes kopen die je vervolgens ook nog eens moest laten afdrukken. Met een digitale camera kun je kosteloos zoveel foto’s maken als je wil en is het bovendien ook niet meer nodig om de foto’s af te drukken. Je kunt immers een vrijwel onbeperkt aantal afbeeldingen op je computer opslaan.

Door deze laagdrempeligheid bestaat er tegenwoordig geen enkele maat meer voor de fotograferende toerist en is de macht van de digitale camera ongemerkt gigantisch gegroeid. Nu je ook nog eens met vrijwel iedere mobiele telefoon digitale foto’s kunt maken, is het hek pas echt van de dam. Mensen lijken in zekere zin afhankelijk te zijn geworden van hun fotocamera. Sontag spreekt zelfs van een verslaving: „Needing to have reality confirmed and experience enhanced by photographs is an aesthetic consumerism to which everyone is now addicted.”

Dat het steeds meer gaat om de foto als een bevestiging en versterking van de beleving op het moment zelf, betekent ook dat het belang van de foto als herinnering op de lange termijn afneemt. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de manier waarop ik na mijn vakanties met mijn foto’s omga.

Toen ik alweer twee weken terug was van mijn reis, realiseerde ik me opeens dat ik nog niet één keer mijn vele foto’s had bekeken. Bovendien had ik ook de foto’s van mijn vorige vakanties nooit meer gezien. De oorzaak is waarschijnlijk dat ik de foto’s tijdens mijn reis al een paar keer op mijn toestel had bekeken, waardoor het verrassingseffect bij thuiskomst volledig was verdwenen.

Doordat ik mijn vakantiefoto’s na terugkomst nauwelijks nog bekijk, selecteer ik ze ook niet meer. Alle vier precies dezelfde foto’s van die mooie kerk kunnen immers eenvoudig worden bewaard. Waarom zou je dan nog je tijd verdoen met het eruit filteren van dubbele en onscherpe foto’s? Dat ik ze niet meer selecteer, leidt er weer toe dat ik mijn foto’s op de langere termijn ook minder snel bekijk. Het zijn er immers enorm veel – en er zit ook nog eens een hoop troep tussen.

Ironisch genoeg zijn foto’s op de zeer korte termijn juist steeds belangrijker geworden. Voor de allermodernste vakantiegangers onder ons moeten er voor een échte belevenis namelijk niet alleen foto’s zijn genomen, maar moeten anderen hier ook nog eens zo snel mogelijk digitaal deelgenoot van zijn gemaakt. Waar foto’s eerst bewijzen waren van wat je had gedaan, worden ze tegenwoordig steeds meer bewijzen van wat je aan het doen bent. Wat je hebt meegemaakt heb je pas écht meegemaakt als je vrienden (die er fysiek niet bij waren) fotografisch op de hoogte zijn gesteld. Het liefst op het moment zelf moet de mooiste foto naar al je vrienden thuis in Nederland worden gestuurd. ’s Avonds laat worden de overige foto’s dan nog eens op Facebook gezet.

Zo is er een bizarre situatie ontstaan waarin we alleen nog maar optimaal kunnen genieten van de wereld om ons heen met een camera in onze hand. We zijn klikkende machines geworden die pas tevreden zijn wanneer de werkelijkheid is samengevat op een plaatje van 10 bij 15 centimeter. De digitale camera oefent hierdoor een ontoelaatbare macht over ons uit, waar de meesten van ons zich bovendien nauwelijks bewust van lijken te zijn.

Ik zou daarom willen oproepen tot een opstand tegen het camerafetisjisme. Bevrijd je van de dwang van het oppermachtige fototoestel en beleef je avonturen weer met je eigen zintuigen en in volledige onafhankelijkheid. Geniet van een mooi uitzicht, een gezellig moment of een unieke gebeurtenis zonder meteen naar je camera of telefoon te grijpen.

Neem bijvoorbeeld dat popconcert waar ik het eerder over had. Wanneer je het concert met je eigen ogen registreert – en dus ook niet de helft van het concert zit te kloten met je camera-instellingen – krijg je veel meer mee van wat er om je heen gebeurt. Na afloop zul je je dan ook het concert zelf weten te herinneren in plaats van de paar tweedimensionale plaatjes die je eruit hebt weten te destilleren. Eenmaal thuis kun je als versterking van die herinnering overigens nog altijd professionele foto’s en filmpjes van internet plukken. Je boekt dan zelfs een dubbel voordeel: je hebt het concert met je eigen zintuigen beleefd én je hebt mooiere foto’s en filmpjes.

Dit alles moet overigens niet opgevat worden als een totale afwijzing van de digitale camera. Er zijn nog steeds genoeg situaties waarin je mooie foto’s kunt maken zonder vanalles te missen. Het gaat er alleen om dat je je vakantie, popconcert of wat voor gebeurtenis dan ook, in eerste instantie onafhankelijk van je camera beleeft. Neem het Kroatische natuurpark. Er is niets mis met het fotograferen van de mooie watervallen, maar doe het pas nadat je er eerst met eigen ogen naar hebt gekeken.

Zelf ben ik inmiddels enigszins genezen van het camerafetisjisme. Dit gebeurde tijdens een vakantie op een vulkanisch eiland in de Middellandse Zee. Onder begeleiding van een gids maakte ik met een aantal anderen een wandeltocht naar een plek met uitzicht op de krater. Na zonsondergang zagen we vanaf deze plek drie spectaculaire vulkanische uitbarstingen. Net als de mensen om mij heen aanschouwde ik het natuurlijke vuurwerk – je raadt het al – door de lens van mijn fotocamera.

Twee erupties en een aantal mislukte foto’s later realiseerde ik me opeens dat ik de lava nog helemaal niet met mijn eigen ogen had gezien. Ik heb toen de camera in mijn tas gedaan en zag, onderuitgezakt in het zand, de roodgloeiende sproeiregen in 3D uit de mond van de vulkaan opspringen.

En het kan me geen barst schelen dat ik er geen foto van heb.