Eén op de elf kinderen groeit op in 'armoede'

Voor het eerst in jaren stijgt het aantal kinderen in Nederland dat in armoede leeft.

Zij maken bijna nooit uitstapjes en gaan zelden op vakantie. Ook sporten ze weinig en krijgen nauwelijks vriendjes over de vloer. In 2009 ging het om één op de elf kinderen. Dat blijkt uit het gisteren gepubliceerde rapport Armoedesignalement 2010 van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Vorig jaar leefden 311.000 kinderen onder de armoedegrens: 9,1 procent van de kinderen tot 17 jaar. Twee jaar terug was dat 8,1 procent. Hoewel er sprake is van een stijging, ligt het absolute aantal lager dan een decennium geleden, toen leefde 10,6 procent van de kinderen in armoede.

Er is niet één leidend criterium voor wat armoede precies is. Zelf vinden Nederlanders zichzelf arm als ze betalingsachterstanden hebben of zich geen nieuwe kleren kunnen veroorloven, danwel dat de warme maaltijd er regelmatig bij inschiet.

Het SCP hanteert voor de armoedegrens het „niet-veel-maar-toereikendcriterium”. Het bedrag van die grens is gebaseerd op een aantal minimaal vereiste uitgaven voor voedsel, kleding, woning en sociale participatie, die het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) hanteert. (NRC)