Hij is een filmer, een goeroe wil hij niet zijn

Nederland, Amsterdam, 14-12-2010 filmregisseur Spike Lee brengt een bezoek aan het jongerencentrum Nolimitz in de Bijlmer. Hij spreek met jongeren over filmmaken. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS
Nederland, Amsterdam, 14-12-2010 filmregisseur Spike Lee brengt een bezoek aan het jongerencentrum Nolimitz in de Bijlmer. Hij spreek met jongeren over filmmaken. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Roger Cremers - 2010

‘Ik vroeg me al af waar alle zwarte mensen waren. Maar ze zitten dus hier.”

Zo begroette de Amerikaanse regisseur Spike Lee dinsdagochtend zijn eerste publiek in Amsterdam. Maureen Healy, een van de organisatoren, had de zaal toen al gevraagd of ze Lee misschien wilden verwelkomen met een Surinaams liedje, omdat er zoveel Surinamers in de zaal zitten. BB met R, suggereert iemand, Bruine bonen met rijst. Maar dan komt Lee al binnen en wordt er gewoon geklapt en gejuicht.

Spike Lee was in Nederland op uitnodiging van het John Adams Instituut, een instelling die belangstelling wil wekken voor de Amerikaanse cultuur. Hij gaf een lezing in de uitverkochte Stadsschouwburg in Amsterdam en een masterclass in het Binger Film Instituut. Dinsdagochtend ging hij in gesprek met jongeren in NoLIMIT, het jongerencultuurcentrum van Amsterdam Zuidoost, beter bekend als de Bijlmer, de modernistische wijk van Amsterdam die nog wel eens een getto wordt genoemd.

Een van de eerste vragenstellers leidt zijn vraag in met de mededeling dat hij uit Suriname komt, „een voormalige Nederlandse kolonie in Zuid-Amerika”. Hij wil weten hoe in Nederland een organisatie als de NAACP, de burgerrechtenbeweging The National Association for the Advancement of Colored People, kan worden gesticht, „om voor onze belangen op te komen en discriminatie tegen te gaan”.

Spike Lee antwoordt kort en helder: „Ik ben maar een filmmaker, geen Obi Wan Kenobi.”

De zaal lacht. Uit de vragen voor Lee blijkt dat hij hier meer is dan een filmmaker. Hij is een ster, een held, een goeroe. Ja, ook Obi Wan Kenobi, de spirituele tovenaar uit Star Wars. Honderd jongeren hebben zich opgegeven en vullen nu de stoelen. Velen van hen – niet allemaal even jong – zijn filmmaker, acteur, cameraman of willen een van die dingen worden.

Spike Lee (Atlanta, Georgia, 1957) maakte naam met zijn speelfilmdebuut She’s Gotta Have It (1986), en is beroemd sinds het overrompelende Do The Right Thing (1989), een speelfilm over raciale spanningen in Brooklyn. Veel is er sindsdien niet veranderd, denkt Lee. Ook de verkiezing van Obama tot president van de VS bracht geen verbetering. Het postraciale tijdperk is niet aangebroken. „In Amerika zitten meer jonge zwarte mannen in de gevangenis dan op de universiteit. Ik hoop niet dat we wat dit betreft een voorbeeld voor jullie zijn.”

Ook de manier waarop Afrikaans-Amerikanen in speelfilms worden geportretteerd is volgens Lee niet veranderd: „We zijn rappers, drugdealers of idioten.” Volgens hem zal er pas iets veranderen als er niet alleen zwarte sterren als Denzel Washington en Will Smith zijn, maar ook zwarte ‘poortwachters’ – de bazen van filmstudio’s en filmfondsen, mensen die bepalen of een film gemaakt wordt.

Dit gegeven is het antwoord op veel vragen, al voegt Lee soms nog iets wrangs toe. Waarom is er geen sciencefiction film met zwarte acteurs, vraagt bijvoorbeeld iemand. „Hell, ik krijg niet eens een film gemaakt over [de overleden soul zanger] James Brown, en die leefde op deze planeet.”

De economische crisis hoeft voor kunst niet slecht te zijn, vindt Lee. „De beste kunst wordt gemaakt op dieptepunten. Zie de crisis als een uitdaging. Als ik in Londen ben, klagen ze altijd: Help ons! Ik zeg: help jezelf. Dankzij de digitale revolutie is er geen excuus meer om stil te zitten. Maak een korte film met je telefoon, monteer hem op je laptop en zet hem op YouTube.”

Probeer je vak zo goed mogelijk onder de knie te krijgen, adviseert hij de aspirant-filmmakers. Vroeger moest je daarvoor naar de filmacademie. „De beste filmschool is nu het commentaar van regisseurs in de extra’s op de dvd’s. Daar leer ik ook nog steeds van.”

In de zaal ontstaat het plan om een organisatie voor zwarte filmmakers op te richten.

„Doe het dan ook echt”, zegt Lee.

En weg is hij.

Bianca Stigter