Lof met zoet deeg

‘Eten wat je wordt voorgeschoteld is de eerste dwang waartegen je je verzet. Vooral de groentes moeten het ontgelden. In ontelbare Nederlandse huisgezinnen spelen zich dagelijks dramatische worstelingen af tussen de kleuter en zijn erfvijanden, zoals de spinazie, de schorseneer en de lof.” Dat schreef Remco Campert in een van de columns die verzameld werden

‘Eten wat je wordt voorgeschoteld is de eerste dwang waartegen je je verzet. Vooral de groentes moeten het ontgelden. In ontelbare Nederlandse huisgezinnen spelen zich dagelijks dramatische worstelingen af tussen de kleuter en zijn erfvijanden, zoals de spinazie, de schorseneer en de lof.”

Dat schreef Remco Campert in een van de columns die verzameld werden in het boekje Eetlezen, een onverminderd vrolijk stemmend boekje. Je ziet erin hoe columns kunnen zijn, elegant en grappig.

Intussen is het onverminderd waar, de strijd tegen de groente wordt door menig kind hardnekkig en vergeefs gevoerd. Weliswaar zijn sommige vroegere boosdoeners zoals lof en andijvie min of meer onschadelijk gemaakt doordat ze veel minder bitter zijn geworden, maar een beetje bitter zijn ze nog wel (gelukkig! zeg ik met de fijn ontwikkelde smaak van de volwassen lekkerbek).

Kinderen zullen er des te meer mee worden gekweld nu vlees eten almaar minder in de mode is om uiteenlopende redenen.

Maar, hier komt de huisfee om de hoek kijken, zelfs bittere groenten kunnen heel lekker zijn voor kinderen.

Ik ontdekte een gerecht doordat iets lichtelijk mislukte.

Dat kwam zo. In de novemberaflevering van Delicious stond een aantal crumble-recepten. Ook eentje voor bosvruchten met een amandeldeeglaagje. Dat deegje leek me lekker en ik dacht: ik maak het bovenop cranberries die zijn lekker zuur, dan is zo’n zoet kruimeldeeg heel geslaagd.

Zo gezegd zo gedaan. Maar enthousiast was ik niet, want het deeg wilde niet zo erg kruimelen en bood daardoor niet dat zoete knapperige tegenwicht tegen de zure bessen dat ik me had voorgesteld. Teleurgesteld keek ik naar het deeg dat ik nog over had – wat daarmee te doen.

En soms dient een oplossing zich dan vanzelf aan. Want op een avond viel de soep die ik in gedachten had uit, wegens het ter ziele gaan van een noodzakelijk ingrediënt. Dus in plaats van knolselderijsoep gevolgd door een salade met gegrilde witlof en radicchio, geitenkaas en balsamicorozijnen, zat ik nu alleen met die salade en dat leek me als complete maaltijd wat mager.

Toen dacht ik aan dat deegje. En aan het licht bittere van lof dat zo goed combineert met iets zoets. En aan de geitenkaas die ik in huis had. En zodoende.

Zo lusten denkelijk ook kinderen wel lof, al mogen we niet alles toegankelijk maken door zoetigheid. Nee!

Maak een deeg door het bakmeel, het amandelmeel (verkrijgbaar bij natuurwinkels, of maal amandelen heel fijn), de boter en de kristalsuiker in de keukenmachine te doen en het met de pulseerknop door elkaar te mengen tot een kruimelig deeg. Schenk er dan de karnemelk bij en meng tot een zacht deeg.

Verwarm de oven op 200 graden. Stoom de doormidden gesneden struikjes lof in ongeveer een kwartier gaar. Bestrooi ze met wat zout en leg ze in een ingevette ovenschaal.

Strooi brokjes geitenkaas over de lof en maal er peper overheen. Bedek het geheel met het deeg en zet het 35 à 40 minuten in de oven tot het deeg goudbruin is.

Lof met zoet deeg

Voor 4 personen

150 g zelfrijzend bakmeel

40 g amandelmeel

80 g koude boter in blokjes

70 g kristalsuiker

1,5 dl karnemelk

8 struikjes lof

200 g zachte geitenkaas