Het nieuws van 15 december 2010

Echt, we blijven

„Pet op als je naar de speeltuin gaat! Als je door het hek bent op school, langs de beveiliging, mag je pas je keppel weer op.” Ik was vijf jaar en iets anders kende ik niet. Mijn keppel mocht ik soms wel laten zien en soms niet. Al snel werd mij duidelijk dat de keppel op mocht waar bewaakt werd, of binnenshuis. Buitenshuis was dat anders.

Doodsangsten heb ik uitgestaan. Bijvoorbeeld toen een groep luidruchtige, grote jongens stilviel terwijl ik instapte in de tram met mijn keppel op, me tijdens de rit aanstaarde en me uitschold toen ik weer uitstapte. En ja, soms wordt er ook naar me gespuugd. Ik kan eigenlijk niet als jood herkenbaar naar publieke aangelegenheden, laat staan uitgaan op zaterdagavond met mijn keppel op. Het hoeft er maar één te zijn die agressief wordt als hij dronken is. Ik ben altijd op mijn hoede en geregeld grijp ik in een reflex naar mijn keppel. Een vriend van me zei gister nog: „In Amsterdam een keppel op is vragen om problemen. Je maakt dan blijkbaar iets los bij de ander en in gezelschap van mijn jongere zusje neem ik geen risico.”

Beveiligd op school, beveiligd op de jeugdvereniging en beveiligd met de klas naar het Amsterdamse Bos voor het herfstproject. Ja, blaadjes verzamelen is nou eenmaal gevaarlijk.

Als student geneeskunde kan ik nu onbewaakt mijn opleiding genieten, maar de synagoge wordt nog altijd gecheckt op bommen voordat ik naar binnen mag. Een deur ‘s nachts open laten staan betekent een half uur later beginnen met de dienst.

Bewaking is voor mij iets alledaags. Alles wordt bewaakt en we moeten altijd rekening houden met onze veiligheid.

Vorige week was ik aanvankelijk verbaasd dat de opmerking van Bolkestein over bewuste joden ‘nieuws’ was [zie kader: ‘Geen toekomst’]. Wat hij beschrijft is toch realiteit! Waarom is dit nieuws? dacht ik.

Maar terwijl ik mij in gedachte voorbereidde op de volgende dag – op mijn amateurambassadeursrol waarin ik gewoonlijk verantwoording afleg aan mijn niet-joodse medemensen als joden in het nieuws komen – begon er bij mij iets te dagen.

Meneer Bolkestein drukt mij met de neus op de feiten. Hij opent mijn ogen en toont mij de context van mijn bestaan. Nooit eerder zag ik de spijlen van mijn kooi zo helder en duidelijk als nu.

Ik wil de opmerking van Bolkestein zo graag nuanceren. Zeggen dat het niet zo is. Maar wat Bolkestein benoemt is voor ons realiteit. Als ik een feestje organiseer moet ik zelf de beveiliging regelen. „Ach, dat is normaal; dat heb je.”

Ik ben Nederlander. Ik ben doordrongen van het beeld dat Nederland een plek is waar iedereen alle rechten kan genieten en mensen vrij kunnen bewegen. Gek genoeg gaat dat niet op voor mij.

Maar ik vertik het om een slachtoffer te zijn. Ik ben op een positieve manier bezig met mijn omgeving en optimistisch over de pluriforme toekomst van ons land.

En bovendien: 375 jaar Joodse Gemeente spreekt voor zich. Wij blijven. Niet alleen joden, maar wij allemaal; ongeacht religie, culturele achtergrond of persoonlijke voorkeuren. Nederland, door de eeuwen heen een haven voor hen die elders verstoten werden, is in de kern een door pluriformiteit verrijkte samenleving. Laten we het zo houden.

Ik krijg het benauwd, benauwd van de paradox van beveiligde vrijheid. Als ik morgen weg moet, waar kan ik dan zonder beveiliging leven? Engeland of Frankrijk? Nee, daar speelt dezelfde problematiek. Israël, …. nou ja, humor is voor een ander moment. Misschien Amerika...

Nu vraag ik me af, is dit de manier waarop minderheden in Nederland moeten leven? Op welke partij moet ik stemmen om met een keppel of davidsterkettinkje veilig door het leven te kunnen gaan? Ik hoor het graag van u.

Lester M. Wolff van Ravenswade (25 jaar)