Wat zich elke dag voor onze ogen afspeelt

Vanaf zijn verhuizing naar de Bijlmer ging Hans Eijkelboom er fotograferen.

Als chroniqueur langs honingraatflats, graffiti en neergepleurde bankstellen.

. Alles met de beste bedoelingen. Toen al en nu weer. Eerst waren het de goede bedoelingen van de modernistische utopie die in de jaren zestig aan de basis lagen van de Bijlmer. Het werd geen succes. En nu is de Bijlmer, ook weer met de beste bedoelingen, gedomesticeerd – het onderscheidt zich nu in weinig van de zoveelste Vinexwijk, vindt beeldend kunstenaar en fotograaf Hans Eijkelboom. „Er is maar één conclusie mogelijk”, zegt hij thuis op de negende verdieping in een van de flatgebouwen in de ooit beruchte G-buurt. „We leren nooit van onze mislukkingen.”

Hans Eijkelboom (1949) maakt fotoseries. Voor het nieuwe DeLaMar theater in Amsterdam fotografeerde hij uitgaanspubliek: wuft uitgedoste Ghanese vrouwen, Gay Pride-mannen, Sensation White-gangers. In 10-Euro Outfits was hij zelf de hoofdpersoon. In steden over de hele wereld stak hij zichzelf in het nieuw, met als enige voorwaarde dat het niet meer dan tien euro mocht kosten.

Het lijkt of Eijkelboom in reeksen kijkt, met per dag een andere selectieve waarneming die één saillant element uit het straatbeeld pikt: jongens met een Che Guevara T-shirt, of opstellingen van telkens drie coniferen in voortuintjes.

En nu heeft hij een boek gemaakt over zijn eigen omgeving, Goede Bedoelingen en Modern Wonen – Fotonotities over de Bijlmer. Het is de neerslag van zeven jaar fotograferen, vanaf het moment dat hij en zijn vrouw er in 2002 kwamen wonen. Ze moesten weg uit hun huis buiten Arnhem, ze wilden naar het westen en ontdekten dat de Bijlmer de enige plek was met een ruime hoeveelheid betaalbare vierkante meters. Maar dan wel negen hoog in een flatgebouw met van die gewassen grinttegels die we nu vooral met de DDR associëren. „Ik ben hier meteen begonnen met fotograferen”, zegt Eijkelboom. In 2008 kreeg ik opdracht om deze omgeving te fotograferen voor een lange wand in het AMC. Na zeven jaar kwam het tot het maken van dit boek.”

Ook het boek bestaat uit een groot aantal reeksen, de meeste van zes foto’s over meerdere pagina’s. Je moet steeds verder bladeren om te zien hoe het beeldverhaal zich ontrolt. Hij noemt het zelf een „leeservaring”, met de fotoreeksen als zinnen die de ‘lezer’ steeds verder voeren. Langs de eindeloze wanden van de beruchte honingraatflats, voorbij de graffiti en de op straat neergepleurde bankstellen, langs opgewekte kunstwerken op talloze rotondes, langs beladen namen als Kruitberg en Gooioord, langs speelplaatsen en parkeerstroken en bankjes en klikobakken – het repeteergeweer van het alledaagse leven.

„De Bijlmer is ontstaan uit een autoritair idee van mensen die meenden te weten wat goed was voor anderen. Dat beter weten is nu nog heviger: laagbouw is goed, een houten schutting of schuurtje móet.” Het valt hem op dat de verbeteringen net zo dwingend zijn als de oude Bijlmer – en vaak zelfs met dezelfde middelen, zoals kunst op een rotonde of een kleurig betegelde wand.

Wat hij niet begrijpt: „Dit stadsdeel telt 120 nationaliteiten, je kunt hier een echt grootstedelijk gevoel hebben. De kleine winkels en de restaurants op drie hoog werden gezien als een probleem voor de wijk in plaats van een oplossing. Het enorm populaire Kwakoe-festival mag geen goedkope tentjes hebben, maar moet keurige witte party-tenten gebruiken. Nergens in deze wereldstad mag iemand op de straathoek staan om sigaretten stuksgewijs uit een pakje te verkopen. Waarom eigenlijk niet?”

En toch zegt de fotograaf dat we zijn boek niet moeten zien als een aanklacht tegen de dwingelandij van het grote plan, en al helemaal niet als kritiek op de goede bedoelingen. Alsof hij zich niet wil toestaan boos te worden op zijn adoptiebuurt. Hij wil vooral de chroniqueur zijn die met een zekere milde ironie de neerslag observeert van al die grootse plannen op de omgeving en ook de mensen observeert die binnen het plan er het beste van proberen te maken.

„Het gaat bij mij vaak over de sleur van het alledaagse, van dat wat zich iedere dag opnieuw voor onze ogen afspeelt. In hoeverre beïnvloedt ons dat? Of sluiten we ons ervoor af?” Er iets van maken, dat gebeurt overal, zegt Eijkelboom, wat dat betreft is de Bijlmer een woonwijk zoals zovele. Gebouwd én verbouwd op het drijfzand van goede bedoelingen.