Stap voor stap strijden tegen klimaatverandering

Het voordeel van pessimistische verwachtingen is dat ze gemakkelijk kunnen leiden tot meevallende resultaten. Dat geldt bijvoorbeeld voor de klimaattop van de Verenigde Naties die de afgelopen weken in de Mexicaanse kustplaats Cancún is gehouden. Het applaus klaterde vrijdagnacht op, waarmee de vertegenwoordigers van de 190 landen die aan de onderhandelingen hadden deelgenomen, zichzelf feliciteerden en misschien nog wel meer de voorzitter, de Mexicaanse minister van Buitenlandse Zaken, Patricia Espinosa.

Het was mede aan haar leiderschap te danken dat ze concrete resultaten kon melden. Een heel verschil met de klimaattop van een jaar geleden in Kopenhagen, die onder Deens voorzitterschap aan chaos ten onder ging en degenen die zich met recht en rede bezorgd maken over de opwarming van de aarde, met een kater achterliet.

Niet dat er nu reden is voor euforie, maar het is van betekenis dat wat in Denemarken nog een vrijblijvende tekst was, nu is omgezet in echte besluiten waarmee alle landen, uitgezonderd Bolivia, hebben ingestemd. Zij binden zich zo aan de afspraak dat de uitstoot van broeikasgassen, zoals CO2, wordt gereduceerd. Er komt een ‘Groen Klimaatfonds’, waardoor er geld van rijke naar arme staten wordt gesluisd. En er is de gedeelde wens om de ontbossing een halt toe te roepen. Dat is de winst van Cancún.

Dat neemt niet weg dat de menselijke strijd tegen de klimaatverslechteringen er een van stap voor stap blijft, de soms apocalyptische voorspellingen ten spijt. En bovendien afhankelijk is van de wijze waarop doelstellingen in maatregelen worden omgezet. Wat dat betreft is de rol van bedrijven, inclusief hun vermogen tot technologische vernieuwing, en burgers wezenlijker dan afspraken die politici met elkaar maken.

In 2012 loopt het huidige klimaatverdrag af, het Kyoto-protocol van 1997. Dat is weliswaar van betrekkelijke betekenis omdat snel opkomende economieën als China en Brazilië er niet aan waren gebonden en de VS het niet hebben geratificeerd, maar ook voor ‘Kyoto’ gold: iets is beter dan niets. Bovendien kan van een land als China worden gezegd dat het zich weliswaar niet bindt aan afspraken die zijn autonomie aantasten, maar wel met praktische voorzieningen, zoals het grootschalig gebruik van zonne-energie, zijn bijdrage levert.

De grote opgave wordt om in het Zuid-Afrikaanse Durban, waar in 2011 de klimaattop wordt gehouden, tot een vernieuwd protocol te komen dat meer reikwijdte heeft dan ‘Kyoto’. Met als lastigste probleem de positie van de grootste economie ter wereld: de Verenigde Staten. Het politieke klimaat in dat land is er op het ogenblik helaas niet naar om voor dat andere klimaat ingrijpende concessies te doen aan de rest van de wereld.