Proces brand Schiphol moet opnieuw

De 30-jarige Libiër Ahmed Isa Al-J. die is veroordeeld voor de Schipholbrand van vijf jaar geleden, is onder voorwaarden bereid naar Nederland te komen voor de herziening van zijn proces. Dat zegt hij in reactie op de uitspraak van de Hoge Raad dat het proces over moet.

Het hoogste rechtscollege vernietigde vanmiddag de veroordeling van de Libiër tot achttien maanden cel door het Amsterdamse gerechtshof. Daarmee krijgt de Schipholbrand, die grote politieke en maatschappelijke consequenties heeft gehad, opnieuw een vervolg. Bij de brand in een cellencomplex kwamen in de nacht van 26 op 27 oktober 2005 elf illegalen om het leven. Vijftien raakten gewond.

De Libiër wil graag meewerken aan een nieuw proces, zegt hij telefonisch vanuit de Libische hoofdstad Tripoli. Maar dat kan alleen als de Immigratie- en naturalisatiedienst de ongewenstverklaring tegen hem opheft. Anders komt hij Nederland niet in. Ook wil hij niet worden gedetineerd. Hij heeft altijd gezegd dat hij onschuldig is.

De IND heeft de Libiër vorig jaar het land uitgezet als ongewenste vreemdeling. Op dat moment zat hij al ruim twee jaar gevangen. In hoger beroep veroordeelde het gerechtshof in Amsterdam hem vorig jaar.

De Hoge Raad heeft dat vonnis nu vernietigd. Volgens de Raad heeft het gerechtshof niet voldoende onderbouwd dat er sprake was van opzettelijke brandstichting. De verdediging had gevraagd om nader statistisch onderzoek naar de kans dat de verdachte met een weggeschoten sigaret de brand had veroorzaakt. Dat verzoek heeft het gerechtshof ten onrechte verworpen. Met de uitspraak neemt de Hoge Raad in grote lijnen het advies over van advocaat-generaal Ad Machielse.

„Bij een nieuw proces zal het onderzoek worden heropend”, verwacht de advocaat van de Libiër, cassatiespecialist Benno de Boer. Volgens hem is nooit onomstotelijk bewezen dat zijn cliënt de brand heeft aangestoken: „Er zijn allerlei andere mogelijke oorzaken.” Volgens De Boer kan de Libiër zelfs geen grove nalatigheid worden verweten, een veel lichter vergrijp dan opzettelijke brandstichting.

Bij vrijspraak kan de Libiër aanspraak maken op een schadevergoeding. Hij laat uit Libië weten dat hij daarover nog niet wil nadenken: „Belangrijker is dat mijn naam gezuiverd wordt.”

Er hadden niet elf doden hoeven vallen: pagina 4