Bij brand hadden niet elf doden hoeven vallen

Het proces tegen de Libiër die is veroordeeld voor de Schipholbrand, moet over. Dat heeft de Hoge Raad vanmiddag bepaald. Zeven vragen over de zaak.

Wie was verantwoordelijk voor de brand?

De brand in het cellencomplex, waarbij vijf jaar geleden elf illegalen om het leven kwamen, was „het gevolg van het tekortschieten van drie instanties”: de gemeente Haarlemmermeer, de Dienst Justitiële Inrichtingen en de Rijksgebouwendienst. Dat stelde de Onderzoeksraad voor Veiligheid in 2006 vast. Er had nooit een bouwvergunning mogen worden gegeven. Brandveiligheid kreeg te weinig aandacht. Veiligheidsvoorschriften werden onvoldoende nageleefd en gehandhaafd. Opvang en nazorg voor overlevenden schoten ernstig tekort. Twee ministers en een burgemeester trokken de consequenties. Piet Hein Donner (Justitie), Sybilla Dekker (Volkshuisvesting) en Fons Hertog (Haarlemmermeer) stapten op.

Hadden de directeur van het centrum en de bewakers niet ook cruciale fouten gemaakt?

Dat klopt. Er hadden niet zo veel doden hoeven vallen. Als de bewakers maar hadden geweten wat ze bij brand moesten doen. Door celdeuren open te zetten, bevorderden ze juist verspreiding van het vuur. Niemand van de leiding of het personeel werd vervolgd.

Waarom werd de Libiër Ahmed Isa Al-J, destijds 25 jaar, wel aangeklaagd?

Hij zou de brand hebben veroorzaakt. Dat zou hij hebben gedaan door een smeulende peuk weg te gooien. De Libiër zou de volgende dag het land worden uitgezet.

Maar waarom zou hij het risico hebben genomen zelf levend te verbranden?

Op die vraag is nooit een bevredigend antwoord gegeven. Bij de brand raakte de Libiër zwaar gewond. Elf dagen na de ramp werd hij in het brandwondencentrum in Beverwijk gearresteerd. Pas op dat moment, vertelde hij later in het radioprogramma Argos, hoorde hij van de brand. Hij herinnerde zich er niks van. Pas toen kwam hij te weten dat er elf doden waren gevallen. De meesten kende hij. Een politieman vertelde hem dat hij die brand had aangestoken. Hij kon het niet geloven. Hij dacht aan de nabestaanden van de slachtoffers. „Wat zullen ze van me denken.” Pas toen kwamen de herinneringen.De Libiër is tot twee keer toe veroordeeld?

In 2007 door de rechtbank in Haarlem tot drie jaar. In 2009 door het gerechtshof in Amsterdam tot anderhalf jaar. Op een belangrijk punt verschilden de vonnissen. De rechtbank vond hij dat hij zijn medebewoners in het cellencomplex in levensgevaar had gebracht. Volgens het gerechtshof was hij voor het overlijden en gewond raken van de slachtoffers niet aansprakelijk. Verder volgden rechtbank en gerechtshof in grote lijnen dezelfde redenering. Zij verklaarden de Libiër schuldig aan opzettelijke brandstichting. Door het wegschieten van een brandende peuk nam hij het risico van brand, ook als dat niet zijn bedoeling was.

De Hoge Raad vindt dat het gerechtshof die beschuldiging onvoldoende heeft onderbouwd. Was er eerder twijfel?

De oorzaak van de brand is nooit met zekerheid vastgesteld. Dat de Libiër een peuk heeft weggegooid, is louter gebaseerd op zijn eigen verklaringen. Hij dacht dat die uit was, heeft hij steeds gezegd. Zelfs als de sigaret nog brandde, is het de vraag of een smeulende peuk de bron kan zijn van een brand die zo snel om zich heen greep. Deskundigen noemen ook andere mogelijke oorzaken. Een technisch mankement kan de bron van de brand zijn. De eerste rook zou in de technische ruimte naast cel 11 zijn gesignaleerd.

Vijf jaar na de Schipholbrand is de onderste steen niet boven?

Veel prangende vragen over de Schipholbrand zijn nooit beantwoord, constateren Willem de Haan en Bart Zuidervaart in hun onlangs verschenen boek De Schipholbrand. Reconstructie van een tragedie. Hoe groot was de druk op het Openbaar Ministerie om de Libiër veroordeeld te krijgen? Waarom stond de Libiër wel terecht en de directeur van het cellencomplex niet? En waarom werd de Libiër acht maanden in een isoleercel gestopt?