Armoede in Nederland gestegen

De armoede in Nederland is de afgelopen jaren toegenomen. Vorig jaar leefde 6,2 procent van de Nederlanders onder de armoedegrens. In 2008 was dat 5,5 procent. Dit meldt NRC-redacteur Michèle de Waard vanuit Den Haag, op basis van een vandaag gepubliceerd rapport van het SCP en CBS.

Het gaat om 971.000 personen, ofwel 453.000 huishoudens. De meeste armoede heerst onder eenoudergezinnen, bijstandontvangers en Poolse en Russische immigranten. Veel arme mensen geven volgens de onderzoekers aan dat ze vaak betalingsachterstanden hebben en regelmatig geen warme maaltijd of nieuwe kleren kunnen aanschaffen.

Ook het aantal kinderen dat in armoede opgroeit is voor het eerst in jaren gestegen. Michèle de Waard legt de cijfers voor.

“Lange tijd daalde het aantal kinderen dat in armoede leeft. Deze trend is nu doorbroken. Vorig jaar leefden 311.000 kinderen onder de armoedegrens, ofwel 9,1 procent van de kinderen tot 17 jaar. In 2008 was dat 8,1 procent. Hoewel het aantal arme kinderen stijgt, zijn het er minder dan in het jaar 2000 toen 10,6 procent van de kinderen in armoede leefde.” - Michèle de Waard

Armoedegrens verschilt per bureau
De armoedegrens ligt volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) voor een eenoudergezin op 1310 euro per maand. Voor een alleenstaande onder de 65 jaar op 980 euro per maand. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hanteert een iets lager bedrag als armoedegrens. Dat bedraagt voor een eenoudergezin met één kind €1240 euro per maand en voor een alleenstaande onder 65 jaar 930 euro per maand. De Verenigde Naties verstaan onder armoede het niet kunnen voorzien in de eerste levensbehoeften zoals schoon water, voedsel, kleding, huisvesting en gezondheidszorg. Het Europese bureau voor de statistiek Eurostat verstaat onder armoedegrens 60 procent van het modale inkomen.

Donderdag bespreekt de Tweede Kamer wat er gedaan kan worden aan de stijgende armoede.

    • Peter van der Ploeg