Geen druppel kerosine door de straf van Teheran

Nederland weigerde Iran de garantie te geven dat de zakenjet van een Iraanse minister hier kon tanken. De KLM is nu de dupe van de verslechterde relatie.

Nederland heeft een moeizame relatie met Iran. En met de weigering van Nederland om het zakenvliegtuig van de Iraanse minister Manouchehr Mottaki niet bij te tanken, wordt die er zeker niet beter op.

De verslechterde sfeer komt door toenemende internationale sancties vanwege Iran’s controversiële nucleaire programma. En sinds Uri Rosenthal leiding geeft aan Buitenlandse Zaken, gaat de broze relatie tussen beide landen bergafwaarts. Nederland kiest voor een onverzettelijke lijn, maar de Europese Unie volgt niet terwijl de Iraniërs hard terugslaan. Ook zit er een Iraans-Nederlandse activiste in een dodencel.

Nadat Rosenthal na Amerikaans advies had besloten geen brandstof te geven aan het toestel van zijn Iraanse collega, draaide Teheran de kerosinekraan KLM voor dicht. De maatschappij moet nu gedwongen zes keer per week dure tussenstops maken op de route Amsterdam – Teheran. Lijdzaam ziet de maatschappij toe hoe concurrent Lufthansa probleemloos rechtstreeks vliegt.

Rosenthal zegt via een woordvoerder „geen mening” te hebben over de verslechterde concurrentiepositie van KLM.

Anders dan de Amerikanen wil Europa juist Iraanse burgers steunen en in gesprek blijven met Iraanse leiders. Daarnaast wil het binnen bepaalde mate handel drijven met Iran. Tegelijkertijd probeert het blok met sancties het land te dwingen het verrijken van uranium te stoppen. Dit zogenaamde ‘tweesporenbeleid’ geldt voor alle lidstaten. Vorige week was Mottaki voor gesprekken in Griekenland, daarvoor in Brussel.

Toen de PVV begin november vragen stelde over de Nederlandse interpretatie van het Europese beleid committeerde Rosenthal zich aan het tweesporenbeleid en noemde het contact met de Iraanse leiders „noodzakelijk”. Maar toen het Iraanse ministerie om de brandstofgarantie verzocht werd in praktijk alles gedaan om het bezoek van Mottaki te frustreren. Niet alleen vroeg Nederland advies aan de VS in plaats van de EU-richtlijn aan te houden, ook schoof het de verantwoordelijkheid voor het bijtanken af op de brandstofleveranciers.

Die zeggen echter dat als van hogerhand toestemming was gegeven, Mottaki’s toestel zonder problemen brandstof had gekregen. „Als de Nederlandse overheid ons vraagt te leveren, op hun verantwoordelijkheid, dan doen we dat natuurlijk”, zegt een woordvoerder van een oliemultinational die anoniem wil blijven.

Beledigd zeiden de Iraniërs de reis af. De Nederlandse suggestie dat de minister ook met een lijnvlucht zou kunnen komen, droeg verder bij aan de woede. Mottaki was uitgenodigd door een aan de Verenigde Naties gelieerde organisatie die Nederland in een convenant garandeert geen enkele belemmering voor internationale gasten op te werpen.

Hoewel de relatie tussen beide landen de afgelopen jaren is verslechterd wordt er nog steeds handel gedreven. Rotterdam is een belangrijke spil in de doorverkoop van Iraanse olie. Nederland steunt diverse oppositiemedia en komt op voor mensenrechten in het land.

Voor de Iraans-Nederlandse Zahra Bahrami, de activiste die in een dodencel zit in Iran, kan de afgezegde ontmoeting verregaande gevolgen hebben. Het ministerie van Buitenlandse Zaken probeert door middel van stille diplomatie de Iraniërs af te doen zien van de doodstraf. In het verleden was deze tactiek succesvol.

Maar zonder ontmoetingen is er ook geen kans op diplomatie, zeggen betrokkenen. Vorige week klaagde de Iraanse advocaat van Bahrami dat Nederland „niets” doet voor haar client.

Adrie Tilburg, haar Nederlandse advocaat, begrijpt niet waarom het ministerie niet alles heeft gedaan om de ontmoeting met Mottaki door te laten gaan. „De Nederlandse regering had deze kans moeten pakken”, vindt hij. „Kennelijk is Bahrami’s leven ondergeschikt aan andere belangen.”