Fotoboeken zijnvernieuwender dan musea

Jonge fotografen willen hun werk met anderen delen en maken eigenzinnige boeken.

Jason Fulford brengt dat soort boeken uit. Hij is tijdelijk in Amsterdam.

Op de cover van een knalgeel boek staat een man met een enorme grijns. Hij heeft ultrakort haar en een grote spleet tussen zijn tanden. Maf type, dat is duidelijk. Wie het fotoboek Shut up truth van fotograaf Michael Schmelling openslaat, ziet nogal bevreemdende foto’s van dezelfde man: zittend op bed, terwijl hij de auto instapt en, als een baby, een dutje in beige ondergoed doet op bed. „Wat me aantrekt in deze foto’s is dat ik eigenlijk niet helemaal begrijp wat er aan de hand is”, zegt uitgever Jason Ful-ford. „Is deze man dakloos? Vereenzaamd? Wat voor een relatie heeft hij met de fotograaf ? Je kunt je vinger er niet op leggen, dat is wat mij interesseert: verhalen die ongrijpbaar zijn.” Fulford, afkomstig uit New York waar hij in 2000 de alternatieve uitgeverij J&L Books oprichtte, is een maand in Amsterdam. Bij wijze van kunstproject heeft hij een paar weken een winkelruimte op de Vijzelstraat gehuurd, genaamd The Mushroom Collection, waar hij foto- en kunstboeken verkoopt, plaatjes draait en iedere avond verschillende kunstenaars laat optreden.

Als uitgever van J&L Books publiceert hij verschillende soorten boeken, vaak met behulp van donaties, over ‘onderwerpen die hij graag met zijn vrienden wil delen’. Schmelling kende hij uit de periode dat ze nog samen voor Harper’s Magazine werkten. „Michael was die man, James Holloway, tegengekomen op een filmset in El Paso, in Texas”, zegt Fulford terwijl hij op zijn computer een filmpje laat zien van James die thuis op zijn orgel speelt. „James bleek een grote liefde te hebben voor het communisme. Daarnaast heeft hij een lichte vorm van het syndroom van Gilles de la Tourette. Michael raakte gefascineerd en besloot hem te fotograferen. Het boek gaat over hun vriendschap.”

Fulford stond een maand geleden op Offprint, de nieuwe fotoboekenbeurs in Parijs. Het type boeken dat hij maakt is exemplarisch voor het werk dat daar te zien was. Op de drukbezochte locatie in Espace Kiron, een initiatief van de in Nederland wonende Fransman Yannick Bouillis, werd opvallend eigenzinnig werk gepresenteerd. „Avant-garde is op dit moment te vinden in het fotoboek”, zegt Bouillis. „Musea in de Verenigde Staten en Europa, met als uitzondering Nederland, zijn nogal conservatief als het fotografie betreft. In Londen of Berlijn krijg je in de grote musea meestal werken te zien van Henri Cartier-Bresson of Irving Penn. In Frankrijk moet je al helemaal dood zijn wil je als fotograaf je werk kunnen exposeren, het museum is geen plek voor jonge, trendy fotografen.” Om hun werk toch te kunnen delen met anderen, verwerken steeds meer jonge fotografen hun beelden in een boek, meent Bouillis. „Het is een andere vorm van exposeren. Daarbij biedt een boek ook meer vrijheid. Er zit geen curator tussen, je moet misschien onderhandelen met de vormgever, maar ook dat wordt minder. Veel fotoboeken zijn homemade.”

Bouillis is ook de initiatiefnemer van de Fotoboekenmarathon die gisteren voor de derde keer werd gehouden in Huis Marseille in Amsterdam. Dit jaar – Bouillis zit inmiddels niet meer in de organisatie – presenteren 38 fotografen en 21 grafisch ontwerpers hun werk. Tussen meer traditioneel vormgegeven fotoboeken liggen ook meer onverwachte werken die onlangs zijn verschenen. Medeorganisator Edie Peters, uitgever van internetsite Photo Q, staat tussen de tafels waar boeken worden verkocht en gesigneerd. Volgens hem wordt het steeds eenvoudiger om een fotoboek te maken. „Als je een beetje weet hebt van een softwareprogramma als InDesign kom je een heel eind. Door de wereldwijde concurrentie zijn drukkosten aanzienlijk omlaag gegaan, bovendien is distributie via internet eenvoudiger geworden.”

Fotografe Andrea Stultiens toont op de beurs The Kaddu Wasswa Archive, een ‘visuele biografie’ over Kaddu Wasswa, een oude Oegandees die Stultiens in 2008 leerde kennen. Wasswa, die als leraar en sociaal werker binnen zijn gemeenschap een belangrijke rol vervulde, bleek zijn hele leven te hebben gedocumenteerd door middel van allerlei foto’s, brieven, collages en ongepubliceerde teksten. „Op basis van dat archief zijn we met z’n drieën relevante plekken gaan opzoeken in het huidige Oeganda. Die heb ik vervolgens weer gefotografeerd.” Het resultaat is een origineel boek waarin de geschiedenis van een Afrikaans land wordt verteld vanuit westers en niet-westers perspectief. „Het leek me goed om zo’n persoonlijk verhaal vanuit verschillende kanten te benaderen”, zegt Stultiens. „Ik wilde ook kijken of het mogelijk was om puur door middel van foto’s een verhaal te vertellen.”

„Wat je ziet is dat fotografen hun foto’s niet meer gebruiken om te laten zien hoe goed ze zijn”, zegt Peters. „Neem True Stories van de Franse kunstenares Sophie Calle of het fotoboek En Willem van de Nederlandse fotograaf Willem Popelier. Zij gebruiken fotografie om een verhaal over zichzelf te vertellen. Iemand als Geert van Kesteren wilde met zijn boek Baghdad Calling vooral laten zien wat er in Irak aan de hand is. Hij gebruikte daarvoor zijn eigen foto’s maar ook persoonlijke beelden van de Irakezen zelf. Die mix tref je steeds vaker aan.” In feite verschuift de traditionele documentaire fotografie steeds meer richting kunst, meent Peters. „Het gaat er niet meer om brede maatschappelijke kwesties vast te leggen op een verantwoorde journalistieke manier. Nu is het uitgangspunt de fotograaf zelf. En de mensen die hij tegenkomt.”

De tijdelijke galerie van Jason Fulford, The Mushroom Collection, is geopend t/m 18 dec. Vijzelstraat 67, Amsterdam. Zie: www.thesooninstitue.com