Even een kookboek, dan weer tv

Herman den Blijker runt Las Palmas, maakt televisie, schrijft kookboeken en heeft een messenset bij Blokker.

„Ik ben zomaar botweg mijn ding gaan doen.”

Herman den Blijker (52) is snel afgeleid. En als iets hem niet interesseert gaat hij mompelen. Hij praat meestal staand. Hij bouwt torentjes van suiker. Begroet zijn personeel. En soms ben je hem ineens kwijt. Omdat hij óók graag gasten gedag wil zeggen, de telefoon wil opnemen, en eigenlijk nog met andere mensen aan het lunchen was.

„Ik kan geen nee zeggen. Daarom is Joyce (Schuller, red.) er. Zij bepaalt wat ik op een dag doe. Zij heeft haar op haar tanden.”

Op het hoogtepunt runde Herman den Blijker maar liefst tien restaurants – tegelijkertijd. Bijna allemaal deed hij ze van de hand. Zelfs de Engel, waarmee hij ooit een Michelinster binnensleepte is verkocht. Restaurant Las Palmas aan de Rotterdamse Wilhelminakade is nu zijn enige zaak. Wel een van de grootste trouwens: 800 vierkante meter, 40 man personeel.

Drie jaar geleden werd Las Palmas geopend als visrestaurant. Maar sinds deze maand wordt er ook vlees verkocht, én volop gepromoot. Drie metershoge kasten zijn in het restaurant geplaatst. Daarin wordt vlees gekoeld en gedroogd, en na een maand of vier in het restaurant geserveerd. Achterin, ter hoogte van tafel 34, bungelen nu twee pistola’s (kalfsachtervoeten). Bij de entree loop je tegen een côte de boeuf aan.

„Je kunt je natuurlijk afvragen of je dit moet laten zien”, zegt Den Blijker als hij voor een van de kasten staat. Het is net of er lijken hangen – en ja, dat zijn het natuurlijk ook. Maar het zijn wel lijken die een waanzinnig leven achter de rug hebben. „Ik werk met kwaliteit. Dat wil ik laten zien.”

Je houdt van groots?

„Neem die droogkast. Daar kan ik ook één dingetje in hangen, niet meteen voor 5.000 euro aan vlees. Maar dat is toch.... Gisteravond heb ik alle lichten uitgedaan. Toen ben ik ervoor gaan zitten. Dat vind ik leuk. Wat ik wil laten zien? Ik weet het niet. Ik word er blij van.”

Veel is lekker.

„Ik heb mezelf 155 kilo gegeten. Niet van de frikandellen en de frieten. Ik at gewoon de hele dag door. Telkens als ik langs een van mijn zaken kwam, nam ik iets te eten. Op een gegeven moment gaan al je bloedwaardes uit het gareel lopen. Dan word je lui en moe. Dan ben je niet meer gefocust. Moet je je na tweeën door de dag heen slepen.”

Het mocht allemaal wel wat minder?

„Ik ben geen man van discipline, maar nu leg ik mezelf een bepaalde mate op. Ik ben afgevallen, moet elke ochtend sporten. Anderhalf uur lang. Dat betekent dat ik niet meer iedere avond volgegeten mijn nest in kan rollen, en dan als een boeddha gaan zitten hikken, en denken ‘ohh, niet morgen weer sporten’. Nee, ik moet volhouden.”

Net als met zijn gewicht, liep het met het aantal zaken uit de klauwen, zegt hij. Het is langzaam zo gegroeid. Zoals ook al die andere dingen hem min of meer overkomen. Messensets bij de Blokker, ambassadeursschap voor Orange Babies, catering, kookboeken. Afgelopen maand nog verscheen zijn nieuwste kookboek Peen en ui, waarin hij samen met Jaap van Rijn de herkomst van hutspot beschrijft. Iets wat collega’s misschien niet zouden doen, geeft Herman den Blijker toe. Maar de reacties zijn wél laaiend enthousiast. Hij probeert zich gewoon overal voor open te stellen. Want, neem de Blokker, ook hij had vooroordelen. „Totdat ik bij kennissen de keukenkastjes opentrok. Iedereen heeft iets van Blokker.” Den Blijker wil dat kwaliteit voor iedereen toegankelijk is. De massa bereiken. Anders had hij net zo goed naar de Bijenkorf kunnen stappen. Maar dat is zo makkelijk. „Te obvious.”

Niet voor niets staat Herman den Blijker bekend als eigenzinnig. In zijn programma’s zegt hij dingen als ‘lekker hokkie’ (de keuken), ‘baggervet’ (de vloer), ‘kleffe ouwe boterham’ (een loempia). En hij eet met zijn handen.

Zoiets zie je chef-kok Robert Kranenborg niet doen.

„Ja, maar Kranenborg is een heel ander soort kok. Hij heeft enorm veel kennis; een opvoeding gehad in de keuken. Die man heeft (hij strekt zijn armen) zulke zaken gehad, met echte mannen. Ik ben zomaar botweg mijn ding gaan doen. Ik zit overal aan. Ik moet voelen aan mijn eten – dan smaakt het me beter.”

Ben je altijd zo geweest?

„Mijn moeder heeft ooit geprobeerd mij een culturele opvoeding te geven. Gingen we naar het Boijmans. Na twee keer mocht ik daar niet meer komen, want binnen tien minuten ging het alarm af. ‘Je kijkt met je handen’, riep mijn moeder. Ik zat overal aan.

„Ik kan me voorstellen dat als je Kranenborg bent, en je zit in een brigade met vijftien man in de keuken, dat er dan een bepaalde hiërarchie is. Dan moet het gewoon strak zijn. Ik begrijp dat de chef dan zegt: ‘Geen rotzooi maken. Bord meenemen.’”

Zijn eigenzinnige aanpak zorgde er ook voor dat Herman den Blijker – ongepland natuurlijk – het televisievak in rolde. In 2004 vroeg vastgoedbelegger Jan Dirk Paarlberg – „een ongelooflijk sympathieke vent” – Den Blijker restaurant Groot Paardenburg in Amsterdam uit te baten. Met een aan omzet gerelateerde huur zou Den Blijker genoeg lucht hebben om een goede start te maken. Doen natuurlijk, daar kon hij geen nee tegen zeggen. Maar tegelijkertijd was er ook angst. Wat moest hij – in Rotterdam „een varkentje in de modder” – in Amsterdam? En hoe kon hij die tent met een terras aan de Amstel vol krijgen? Den Blijker benaderde een vriendin bij de televisie, of ze daarover niet een programma wilde maken?

Nog datzelfde jaar wordt de docusoap De Engel & Het Paard opgenomen door Yorin. Herman den Blijker doet het goed op tv, RTL benadert hem voor een volgend programma. Inmiddels heeft hij er al zes televisieseizoenen opzitten. Hij maakt programma’s als Mijn Tent is Top en Hermans Helden waarin hij zoekt naar talent. Daarnaast zie je hem vooral helpen, in Herrie in de Keuken, Herman Helpt, en Herrie in het Hotel.

Wist je dat jij zo’n hit zou worden op tv?

„Natuurlijk niet. Ik had geen ervaring, nou ja, Peppi en Kokki-tv, voor RTV Rijnmond: Herman Kookt. Ik wist niks van dat vak. Een pilot? Wat is dat?

„RTL belde me na die eerste serie. Ze vonden me duidelijk, toegankelijk. Ze zeiden dat ik van nature goed de camera in kijk.”

Is alleen kok zijn voor jou niet genoeg?

„Nou ja – zonder die programma’s had ik deze tent misschien niet gehad. Ik heb twee restaurants met behulp van televisie opgebouwd. En ik vind het leuk. Omdat ik mensen graag help. Bovendien, het houdt mij ook wakker. Want of je nou een luxe tent hebt, of een douwkeet, iedereen heeft dezelfde problemen.

„Soms vraag ik me ook wel eens af, waarom doe ik het nou allemaal? Omdat iemand me vraagt, denk ik. En die kijkt dan aardig naar mij.”

Herman den Blijker is op dinsdag 21 december te zien op RTL 4 met een kerstuitzending. Hij deed een oproep aan iedereen die met Kerst bij familie eet, maar niet durft te zeggen dat het eigenlijk niet smaakt.Zijn nieuwste kookboek, Peen en Ui, met co-auteur Jaap van Rijn, is uitgegeven door Carrera.