Bangladesh: doden bij protest textielarbeiders

Wie: duizenden textielarbeiders gingen de straat op in Bangladesh Wat: werkgevers weigeren verhoogde minimumloon uit te betalen

Bij botsingen tussen protesterende textielarbeiders en de politie zijn gisteren zeker drie mensen om het leven gekomen in Bangladesh. Ten minste 250 mensen raakten gewond.

De meeste gewonden vielen in de belangrijkste havenstad Chittagong, ten zuiden van hoofdstad Dhaka. Volgens de politie gooiden de demonstranten met stenen en staken ze auto’s in brand. De politie zette traangas in en schoot met rubberen kogels om de menigte betogers uit elkaar te drijven.

Zeker twintigduizend textielarbeiders gingen de straat op, omdat hun werkgevers weigeren het minimumloon uit te betalen. Per 1 december zijn textielondernemingen wettelijk verplicht minimaal een maandloon van 3.000 taka (32 euro) uit te keren. Voorheen was dit 1662 taka (18 euro). Maar de betogers zeggen de loonstijging niet te hebben ontvangen.

Vanwege de rellen moesten circa 300 fabrieken in Chittagong de deuren sluiten. In totaal heeft Bangladesh ruim 4.500 textielfabrieken, waar vooral kleding voor westerse landen wordt geproduceerd. Deze kleding hangt bijvoorbeeld in de winkels van Hennes & Mauritz. Van de drie miljoen werknemers in de textielfabrieken is 85 procent vrouw. Veel textielarbeiders worden gedwongen om zeven dagen per week te werken onder uiterst slechte omstandigheden.

De Bengaalse export bestaat voor 80 procent uit textiel. Hiermee wordt jaarlijks een omzet behaald van ruim 12 miljard euro. (AP, Reuters)