Politiek debat moet in het parlement. Waar anders?

De Eerste Kamer gaf het kabinet-Rutte deze week een fikse waarschuwing. De oppositie in de Senaat heeft voorlopig een meerderheid en is niet van plan alles te slikken wat al is goedgekeurd door de Tweede Kamer. Bij de Statenverkiezingen van maart volgend jaar mag het kiezersvolk zeggen of het de VVD-CDA-PVV combine steunt. Zo niet,

De Eerste Kamer gaf het kabinet-Rutte deze week een fikse waarschuwing. De oppositie in de Senaat heeft voorlopig een meerderheid en is niet van plan alles te slikken wat al is goedgekeurd door de Tweede Kamer. Bij de Statenverkiezingen van maart volgend jaar mag het kiezersvolk zeggen of het de VVD-CDA-PVV combine steunt. Zo niet, dan heeft Rutte een probleem om zijn programma door te voeren.

De Eerste Kamer doet aan politiek. Mag dat wel? De Tweede Kamer is politiek de baas. Daar worden regeringscoalities geconstrueerd, daar wordt beslist over het lot van ieder kabinet. Naarmate verkiezingen moeizamer leiden tot werkbare meerderheden zitten coalitiefracties vaster geklonken aan hun kabinet. Alles wat is afgesproken in het regeerakkoord is wet.

Zelfs onder het huidige minderheidskabinet met gedoogsteun van de PVV lijkt de vrije uitwisseling van standpunten, het zoeken naar wisselende meerderheden een zeldzame orchidee. De sms van PVV-leider Wilders trekt de grenzen. Alleen waar de PVV geen zin in heeft - een nieuwe missie-Afghanistan, de JSF - ontstaat ruimte maar ook de noodzaak voor debat op basis van overtuigingen.

Het vorige kabinet, Balkenende IV, was van het begin gedoemd door de infernale logica van deze praktijk. Het CDA won de verkiezingen van november 2006 door PvdA-leider Bos met succes af te schilderen als een draaier. En met hem moest het CDA een coalitie sluiten. Het onderling wantrouwen werd dichtgeschroeid door een coalitieakkoord te sluiten waarin veel niet mocht en wat wel mocht was luchtkastelig en raakte snel achterhaald, zoals altijd.

Naar men zei als blijk van vertrouwen in de coalitie namen de leiders van beide grote deelnemende partijen zitting in het kabinet. Beiden lieten hun fractie verweesd achter, zonder aansprekende leiding. Zelf hadden zij het in het kabinet te druk met de wereldbrand en elkaars streken om ook nog wervend leiderschap te kunnen bieden aan fractie en achterban. Zo zagen zij de politiek in Nederland ook functioneren. Door coalities van gevangenen.

Het politiek debat verengde tijdens Balkenende IV tot een beheersgesprek binnen het kabinet. De fractievoorzitters van CDA en PvdA namen daar de bestelling op voor het Kamerdebat dat zou volgen. Zowel Balkenende als Bos meenden dat het een illusie is dat je kan regeren met een werkelijk open debat in de Kamer.

Beiden verdroegen daarom geen leider van formaat aan het hoofd van de eigen fractie, noch wilden zij à la Bolkestein onder Paars I de eigen ideologie vormgeven in de Kamer. Het spel wordt gespeeld in het kabinet en een al te originele visie in de Kamer leidt onmiddellijk tot crisis in de coalitie. Zowel PvdA als CDA kregen bij de verkiezingen van juni de rekening gepresenteerd, vooral het CDA. De bezieling vergeten.

Geen wonder dat ook tijdens de vorige periode de Eerste Kamer af en toe wetsontwerpen op hun merites beoordeelde en de Tweede Kamer corrigeerde. Bij voorbeeld verschillende privacygevoelige wetten - bewaartermijn telecomgegevens, slimme energiemeter, elektronisch patiëntendossier - werden in de Senaat tegen het licht gehouden en ondeugdelijk bevonden. De Tweede Kamer liet zich met vage toezeggingen sussen; de coalitie als slaapmiddel.

Iedereen weet dat de Eerste Kamer, die maar één dag per week bij elkaar komt, bedoeld is als wijze kater, een filter tegen de waan van de dag in de wetgeving. Wat denken die mensen wel daar een beetje politiek getinte oppositie te bedrijven? Daar is tegenin te brengen dat de leden worden gekozen als lid van een partij. Zonder instemming van de Eerste Kamer wordt geen ontwerp wet. De Senaat heeft de zelfde rechten als de Tweede Kamer, behalve die van amendement en initiatief.

Hoe rommelig ook geregeld, het is duidelijk dat de Eerste Kamer geen volwaardige concurrent van de Tweede hoort te zijn. Al was het maar omdat er niets geregeld is voor geval van conflict tussen die twee Kamers. Bovendien is de legitimatie van de Senaat zwak: de nieuwe Provinciale Staten gaan straks weer via een ondoorzichtig systeem de nieuwe leden van de Eerste Kamer aanwijzen. En dat terwijl de legitimatie van die Statenleden zelf gering is. Wie kent hen? Wat zijn hun politieke ideeën, afgezien van hun landelijk partij-etiket?

Het onvermijdelijke politieke debat over de grote en kleinere keuzen waar het land voor staat zoekt uitwegen. Soms naar de Senaat, steeds vaker naar op korte termijn en relcoëfficiënt gemodelleerde tv-praatshows. Dat is nog eens democratisering, een politicus die zich verantwoordt voor miljoenen. Maar als de vraagstelling suggereert dat ieder compromis riekt naar verraad van het eigen programma, dan is een verantwoorde afweging in ingewikkelde kwesties wel heel lastig en ondankbaar. De democratie wordt daar niet noodzakelijkerwijs democratischer en niet serieuzer van.

Een voorbeeld dat binnenkort kan uitbarsten. Het kabinet heeft besloten zeer fors te bezuinigen op sociale zaken, het ministerie, de uitkeringen en vooral op de verzelfstandigde uitvoeringsorganisatie UWV. Minister Kamp heeft naar aanleiding van relatief kleine budgetoverschrijdingen een nog niet gepubliceerd rapport over het UWV gekregen - de Kamer wilde bloed zien.

Het rapport is vrij wollig maar illustreert wat steeds weer gebeurt: coalities beletten de Kamer een werkelijk politiek debat. Wat resteert zijn opwindingen over uitvoeringskwesties en structuren. De arbeidsbemiddelingstaken van het UWV naar de gemeentes en de markt. Kan de Kamer zich er over blijven opwinden, maar het is weer een voor burgers belangrijk thema waar Den Haag niet meer over gaat. Politieke hoofdlijnen, daar is de Tweede Kamer voor.