Dichte sluis, dode zalm

De Rijn is klaar voor terugkeer van de zalm. Maar Nederland houdt hem tegen: de Haringvlietsluizen blijven dicht. Arjen Schreuder volgde de zalmroute vanuit Zwitserland.

Al bijna honderd jaar zwemmen er geen zalmen meer in Zwitserland. Vroeger trokken ze van de Atlantische Oceaan terug naar de rivier of beek waar ze waren geboren. Soms wel tweeduizend kilometer, om zich precies op die plaats voort te planten. Uitgeput, na een reis zonder voedsel. Vaak kort daarna stervend. Eeuwenlang kon de zalm zwemmen tot aan de waterval in het Zwitserse Schaffhausen, de grootste in Europa. Maar aan deze trek kwam een einde door de bouw van stuwdammen voor de scheepvaart en waterkrachtcentrales in de Rijn en haar vele zijrivieren, en door overbevissing en vervuiling.

De Rheinfall in Schaffhausen lijkt minder imposant dan veertig jaar geleden, toen ik er als kind met open mond naar staarde. Maar de feiten uit de folders in de informatiewinkel liegen niet: 150 meter breed, 23 meter hoog. In de zomer valt 600.000 liter water per seconde omlaag, in de winter 250.000. Hier kom je als zalm niet overheen. Een vrouw uit de buurt laat langs het spattende en kolkende water een hondje uit. Ze is 80 jaar, vertelt ze, en nog nooit heeft ze een wilde zalm gezien. „Terwijl ze toch zo vaak spreken over de terugkeer van de zalm.” Ook visopzichter Andreas Hauser zag nooit een zalm. „Behalve in de viswinkel, bovenop het ijs.”

Schaffhausen is de natuurlijke barrière van het leefgebied van de Salmo salar, de Atlantische zalm. De vis geldt sinds 1987 als hét symbool van de maatregelen om de Rijn schoon te maken. In 1986 waren na een brand bij het bedrijf Sandoz in Basel vele tonnen gif in de Rijn gestroomd en was over een afstand van vierhonderd kilometer het rivierwater vergiftigd. Wat zou het mooi zijn, was de gedachte, als de Rijn weer zo schoon zou worden dat de zalm, en daardoor ook vele andere trekvissen, er weer konden leven. Het initiatief ging destijds vooral uit van Nederland, en het was toenmalig minister Neelie Kroes op wier initiatief de zalm tot symbool werd uitgeroepen, zo vertellen ze bij de Internationale Rijncommissie.

Ze kijken me meewarig aan, de mensen langs de Rijn aan wie ik probeer uit te leggen waarom de Nederlandse regering van plan is de sluizen in de Haringvliet niet op een kier te zetten, ook al was dat tien jaar geleden besloten. Ze kijken alsof je vertelt dat je kinderen zijn weggelopen om lid te worden van een sekte, of iets dergelijks. Een evident verkeerde en droevige stap. Ze zijn verbaasd. „Zo’n besluit leidt toch tot schade aan het imago van Nederland?” vraagt Mirica Scarselli voorzichtig. Ze werkt als waterecoloog bij het Zwitserse kanton Basel en heeft het afgelopen jaar van de politiek de opdracht gekregen om behoorlijk veel geld uit te geven aan de bouw van vistrappen (ingenieuze vispassages, red.) en aan de herinrichting van zijrivieren van de Rijn. Daarmee worden die rivieren weer geschikt voor paaiende zalmen. „Wij doen dit in de veronderstelling dat andere landen ook maatregelen nemen om hetzelfde doel te bereiken.”

Al sinds de jaren tachtig zet Zwitserland net als Frankrijk en Duitsland jonge zalm uit, in de hoop dat deze zalmen zich ontwikkelen tot een stabiele populatie die uit eigen beweging heen en weer trekt tussen de oceaan en de Zwitserse rivieren. De kans op succes is nog klein. Als de vissen er al in slagen om bij hoog water de stuwen en de krachtcentrales te passeren en bij het spuien van de sluizen in het Haringvliet de zee op te gaan, dan is de terugreis meestal een ramp. Ze treffen in het Haringvliet een dichte deur. Ze worden vervolgens als bijvangst of illegaal gevangen. En de slimmeriken die via de Nieuwe Waterweg naar boven zwemmen, eindigen meestal in de stuwen van de Bovenrijn, op de grens van Frankrijk en Duitsland. Ze sterven in de turbines van de krachtcentrales, of slagen er niet in de verouderde vistrappen te passeren. Miljoenen jonge zalmen heeft Zwitserland uitgezet. Twee jaar geleden werd er één teruggevonden. Een sensatie was het, een mirakel. Een herinnering aan hoe de zalm hier volgens de Zwitserse waterecoloog Marion Mertens vroeger werd omschreven: „Een geschenk van de zee aan het binnenland.”

Met Mirica Scarselli en Ruedi Bösinger van het Zwitserse Wereldnatuur Fonds wandel ik langs de Wiese aan de rand van Basel, een ooit gekanaliseerde rivier die enkele jaren geleden op de schop is genomen. De oevers glooien weer flauw en de rivier heeft een enigszins slingerende loop. Althans in de zomer. Nu is het winter en schiet het water in woedende massa’s voorbij. Achter jonge bomen is in het water een luwteplaats ontstaan. Hier kunnen zalmen hun eieren begraven. Ruedi Bösinger: „Het opnieuw inrichten van deze rivieren doen we in de veronderstelling dat Nederland meewerkt.”

De mensen begrijpen het niet. Wat kan Nederland hebben bewogen om de sluizen in het Haringvliet bij nader inzien niet te willen openen? Ze knikken wanneer ze horen dat de maatregel in Nederland 6 miljoen euro duurder uitvalt dan de voorziene 40 miljoen euro, waarvan ongeveer de helft al schijnt te zijn uitgegeven. Dat er verzet is onder boeren. Dat het lastiger wordt om zoet water uit de Rijn in te nemen voor de landbouw en voor drinkwater, en dat er misschien angst bestaat om de zee binnen te laten – de zee waartegen we zo graag strijden.

Maar dat kan toch nooit de reden zijn? Je kunt toch niet afspraken die jaren geleden zijn gemaakt en bevestigd, aan je laars lappen en zo andere landen duperen? De Duitse zalmkenner Jörg Schneider noemt het dichthouden van de Nederlandse sluizen „catastrofaal” en volgens hem kan het complete zalmprogramma erdoor stranden. Sommige Fransen zijn verontwaardigd en spreken van une erreur magistrale. „Dat is een geschikte kop boven uw artikel”, suggereren Gérard Burkard en Jean Wencker, respectievelijk voorzitter en vicevoorzitter van Saumon-Rhin, een vereniging van sportvissers en natuurbeschermers uit Straatsburg die al jaren werkt aan de terugkeer van de zalm in de Bovenrijn.

Ook Ben van de Wetering is teleurgesteld. Hij is, door Nederland gedetacheerd, secretaris van de Internationale Rijncommissie in Koblenz. „Nederland is altijd de vragende partij geweest, vooral om de Rijn schoner te maken. Andere landen waren solidair. En nu de andere landen een Nederlandse maatregel nodig hebben, geven we niet thuis.”

Dit is het eerste van drie artikelen over de zalm in de Rijn.