'Woede is energie'

Sinds ‘We moeten het even over Kevin hebben’ vraagt iedereen Lionel Shriver als kenner van highschool shootings – tot haar frustratie, vertelt ze Birgit Donker. Haar nieuwe boek gaat over ziekte en de goede dood.

Amsterdam 1-12-2010 Lionel Shriver Foto NRC H'Blad Maurice Boyer
Amsterdam 1-12-2010 Lionel Shriver Foto NRC H'Blad Maurice Boyer

Op haar vijftiende besloot Margaret Ann Shriver dat ze voortaan Lionel Shriver zou heten. Margaret Ann was de verkeerde naam, zegt de Amerikaanse auteur nu, 38 jaar later. „Ik haatte die.” Maar waarom gekozen voor Lionel, een jongensnaam? „Ik groeide op met twee broers – één ouder en één jonger dan ik. Daardoor was ik altijd een beetje een tomboy.”

Die naamsverandering is tekenend voor haar eigenzinnigheid. Lionel Shriver groeide op in een domineesgezin in North Carolina, maar geloofde nooit in God. Ze woonde in Nairobi, Belfast en Bangkok, voordat ze vijftien jaar geleden verhuisde naar Londen, waar ze nu nog woont met haar echtgenoot drummer Jeff Williams. Voor haar romans kiest ze bewust voor ongemakkelijke onderwerpen die andere schrijvers liever vermijden. „Waarom zou ik thema’s kiezen waar iedereen over schrijft?” Maar ze wil niet bekendstaan als auteur van zware boeken. „Mijn boeken zijn leuk, er zit anarchie in.”

Eigenhandig zorgde ze ervoor dat in 2003 haar roman We Need to Talk about Kevin in de VS werd gepubliceerd, wat haar doorbraak betekende. De roman, over een tiener die zeven medescholieren vermoordt, werd geweigerd door tientallen literair agenten die het onderwerp niet aandurfden. Eén agent stelde voor dat ze het boek zou herschrijven tot een comedy of de moordscène zou schrappen. Dus benaderde Shriver zelf een uitgever die er wél iets in zag. Het boek werd een wereldwijd succes: er zijn meer dan een miljoen exemplaren verkocht in tientallen landen. Volgend jaar verschijnt een verfilming, met Tilda Swinton in de hoofdrol.

Shriver kijkt uit naar de film, maar verder heeft ze genoeg van ‘Kevin’. „Alsof ik een kind heb dat nooit opgroeit.” Iedere keer dat er een schietpartij is op een middelbare school, wordt Shriver benaderd als expert. Maar ze weigert uit principe nog over de ‘highschool killers’ te praten. „Die jongens doen het omdat ze aandacht willen, die geef ik hun niet meer.”

Veel liever praat ze over haar nieuwste boek, So Much for That, dat vorige week in het Nederlands verscheen als Dat was het dan. Het is het verhaal van een vrouw die lijdt aan een agressieve vorm van kanker, maar tegelijk het verhaal van de Amerikaanse gezondheidszorg. De roman roept verontrustende vragen op: hoe ver ga je met het behandelen van iemand die toch snel overlijdt; wat mag dat kosten en hoeveel daarvan is door de verzekering gedekt?

Shriver is een paar dagen in Nederland om haar boek te promoten en doet dat met ernstige vastberadenheid, gemengd met droge humor. Ze is een tengere en strenge verschijning: in het zwart gekleed en haar haar strak naar achteren. In veel van wat Shriver zegt schuilt woede. Die woede zit ook in haar laatste boek en dat bevalt haar. „Woede is energie.”

Uw boeken behandelen onderwerpen die in de VS leven. Hoe houdt u als expat in Londen voeling met de Amerikaanse samenleving?

„Ik lees elke dag The New York Times, dat is mijn life line. De aanleiding voor So much for that was een bericht dat de voornaamste reden dat Amerikanen failliet gaan, medische kosten zijn. Ongelooflijk! Mensen hebben een particuliere verzekering, waarvoor ze duizenden dollars betalen, en dan nog hebben ze nauwelijks het recht om een dokter te zien. Ik heb de naïeve hoop dat dit boek bijdraagt aan het debat over de gezondheidszorg. De recente hervorming van Obama was niet meer dan een pleister.

„Tegelijkertijd lopen Amerikanen rond in een voortdurende staat van paniek over hun gezondheid. Iedereen is pre-ziek en slikt van alles. Door het schrijven van dit boek denk ik iedere dag ‘ik ben gezond’ en daar geniet ik van. Maar het boek gaat niet alleen over de Amerikaanse gezondheidszorg. Het gaat ook over grotere vragen zoals de vraag wat een goede dood is.”

Wat is een goede dood dan?

„Een dood waar je controle over hebt. Kanker kun je, hoe gek het ook klinkt, zien als een kans. Je wordt gewaarschuwd, zodat je je verwanten op een gepaste manier kunt verlaten. En vooral ook jezelf.”

Het gaat ook over vrienden die de zieke vermijden. Heeft u zelf zoiets meegemaakt?

„Een vriendin van mij is een paar jaar geleden aan kanker overleden. Ik verwijt mezelf dat ik haar niet meer heb gebeld en opgezocht. Tegelijk weet ik dat het nooit genoeg zou zijn geweest. Maar ik wilde in dit boek benadrukken dat we mensen die ziek worden te veel in de steek laten. Mensen hebben geen idee wat te doen met een zieke. Ze zeggen ‘ik ben er niet voor gemaakt, het is deprimerend en er is geen protocol voor’. Mijn advies is primitief: ga een zieke niet verzekeren dat het goed komt want je hebt geen flauw idee. Kom ook niet aan met de betekenis van het leven want daar heb je evenmin een idee over. Praat over triviale zaken – het recept voor de perfecte aardappelpuree.”

In het boek maakt u bezorgde opmerkingen over Amerikaanse jeugd: ze zitten onder de medicijnen en de enigen met ambitie dragen wapens onder hun regenjas. Is het zo erg?

„Dat van die wapens was een grapje, een verwijzing naar ‘Kevin’. Maar ik maak me inderdaad zorgen. Het onderwijs is beneden peil. Alleen Aziatische kinderen werken hard, omdat ze uit een cultuur komen waar presteren belangrijk is.

,,Amerikaanse kinderen worden voortdurend geprezen om niets. Ik kreeg vroeger bijna nooit lof, maar ik herinner me nog alle keren. Bijvoorbeeld toen mijn strenge geschiedenisleraar vroeg of ik even wilde nablijven. Ik schrok me rot, tot ze zei dat ik mijn proefwerk zo mooi had geschreven en of ik had overwogen schrijver te worden. Dat was ik al sinds mijn zevende van plan, maar het was toch een goede aanmoediging. Het betekende echt iets.”

Bent u in de eerste plaats verhalenverteller of journalist?

„Beide. Ik wil feitelijk correct schrijven. Voor dit boek heb ik een paar jaar onderzoek gedaan. Een van de personages lijdt aan longvlieskanker en dan moet het kloppen wat de oncoloog daarover zegt. Maar het gaat ook om het verhaal. Waarschijnlijk heeft dit boek het gelukkigste slot van al mijn boeken. Dat verdienden de personages, ze hadden zoveel ellendigs meegemaakt. Ik genoot van dat einde en schreef het in één adem.”

Voordat We Need to Talk about Kevin uitkwam, schreef Shriver zeven boeken die door critici werden geprezen, maar die niet goed verkochten. Kevin werd een succes door mond-tot- mondreclame: er werd veel over gediscussieerd in leesclubs en op internet. Niet het tienergeweld, maar ouderschap stond centraal in die discussies.

De roman bestaat uit brieven van de moeder van Kevin aan haar ex- echtgenoot, waarin ze zich afvraagt of ze wel van haar zoon heeft gehouden en in hoeverre ze zelf schuldig is aan die schietpartij op school.

Is dat een taboe, twijfelen aan de liefde voor je kind?

„Oh, zeker. Ouders, en vooral moeders, worden geacht van hun kinderen te houden. Punt. Met name van hun zoons, wat zij ook doen. Het boek was ook een privéonderzoek. Ik was begin veertig, en wilde weten waarom ik het moederschap steeds maar uitstelde. Dit boek hielp bepaald niet en nu is het te laat, maar ik heb er vrede mee.”

Waar was u bang voor?

„Ik was bang dat het niet mijn ding zou zijn en dat ik het dan niet meer terug kon geven. Ik geloof niet dat je van je kind houdt zodra je het ziet. Ouders denken soms dat hun leven beter zou zijn geweest zonder kinderen. Maar dat mogen ze niet denken. Dat is een van de redenen dat Kevin zo goed verkocht: zijn moeder zegt dingen die ouders niet mogen zeggen.”

U ontving voor ‘Kevin’ de Orange Prize, die alleen voor vrouwelijke schrijvers is. Wat vond u daarvan?

„Ik had liever een prijs gehad die openstaat voor vrouwen en mannen. Ik wil er niet onaardig over doen want de verkoop steeg. Maar kijk naar de Nobelprijs voor literatuur, tot de jaren negentig slechts zes vrouwen! Vrouwelijke schrijvers, met name in de VS, worden niet zo serieus genomen als mannen. Als ze het hebben over de great American novelist, bedoelen ze nooit een vrouw maar altijd een bombastische mannelijke auteur.”

In ‘The Guardian’ schreef u dat een vrouwelijke auteur nooit zo veel bewondering zal oogsten als Jonathan Franzen.

„Ieder boek van Franzen wekt een soort verwachting die er nooit is bij mijn boeken, deels omdat hij man is. Als hij schrijft over familie, dan is dat opeens een microkosmos. Als ik het zou doen, ben ik een vrouw die huiselijk is.

,,En dan zijn uitgevers ook nog eens geneigd om de covers van mijn boeken veel te meisjesachtig te maken. Maar er hoeft echt geen vrouw of veel roze op de cover te staan om een boek voor vrouwen interessant te maken. Voor literaire critici diskwalificeer je je met zo’n meisjesachtige cover. Mijn onderwerpen lenen zich er ook helemaal niet voor.”

Die thema’s, is dat uw opvoeding? Heeft u niet het geloof van uw ouders overgenomen, maar wel hun morele ernst?

„Waarschijnlijk. Die eer wil ik ze wel gunnen.”

U droeg ‘A Perfectly Good Family’ op aan uw ouders. Wat was de reactie?

„Dat had ik beter niet kunnen doen, ze haatten het boek. Ik heb meestal niet over mijn familie geschreven en dat is maar goed ook.”

Lionel Shriver: Dat was het dan. Contact, 542 blz. €34,95. Ook als e-boek.