Sprinten met de keizer als toeschouwer

Obihiro, de geboortestad van Hiroyasu Shimizu, geldt als schaatsmekka van Japan.

Bij de wereldbeker, dit weekeinde, zijn de Japanse sprinters favoriet.

Begin maart kwamen 2.500 Japannersnaar de Meiji Hokkaido Tokachi Oval in Obihiro, waar komend weekeinde de schaatsers wereldbekerwedstrijden rijden over 500 en 1.000 meter. Ze kwamen niet voor een wedstrijd, maar om nog één keer hun eigen keizer van de sprint te eren. Hiroyasu Shimizu (36) nam officieel afscheid, de enige Japanse schaatser die ooit olympisch goud won, op de 500 meter in Nagano 1998.

„Onder díé enorme druk in eigen land de gouden medaille winnen, is een prestatie die nooit meer overtroffen zal worden”, sprak hij. De toeschouwers juichten nog één keer om de woorden van de beroemdste sporter uit de schaatsgekke stad, centraal gelegen op het noordelijke eiland Hokkaido. De 1.62 lange en 72 kilo zware wondersprinter barstte volgens persbureau Reuters spontaan in tranen uit.

Zijn opvolgers Joji Kato, leider in de stand om de wereldbeker op de 500 meter, en Keiichiro Nagashima strijden morgen en overmorgen voor eigen publiek om de sprintzeges. Niet op de M-Wave van Nagano, tot vorig jaar de vaste locatie voor internationale wedstrijden in Japan, maar in de nieuwe hal van Obihiro. Het WK sprint was vorig seizoen het eerste toptoernooi, ernstig gedevalueerd omdat het voor veel schaatsers niet paste in hun voorbereiding op de Olympische Winterspelen. Ook nu ontbreekt een aantal toppers, zoals de Nederlanders Jan Smeekens, Stefan Groothuis en Simon Kuipers. Maar in Obihiro zullen meer fans zijn dan in het sfeerloze Nagano.

„Obihiro geldt als het schaatsmekka van Japan”, zegt oud-schaatser Marnix ten Kortenaar, die begin jaren negentig een jaar in het Aziatische land trainde en wedstrijden reed. „Vlak in de buurt ligt Saporro, dat had de naam vanwege Ard Schenk en de Spelen van 1972. Maar in Obihiro, toen nog op de open baan, stikte het van de schaatsers. Ik weet nog goed dat ik een klein mannetje zag dat maar honderd meter hard kon schaatsen. Als een kogel vloog hij over de baan, maar vóór de eerste bocht was hij al kapot. Shimizu.”

Als astmatisch jochie van zes werd Shimizu door zijn vader Hitoshi naar de ijsbaan gestuurd. Ziekenhuisopnames op zijn negende en elfde konden hem niet stoppen. De zoon moest en zou naar de beroemde Shirakaba-schaatsschool. De jonge Hiroyasu droeg houten géta, Japanse klompen, om zijn tenen sterker te maken. Hij leerde uit het sumoworstelen de matawari-techniek om zijn korte benen maximaal te kunnen strekken en kweekte intussen een paar imposante bovenbenen.

Zijn vader overleed in 1990, Shimizu werd de beste schaatser van zijn land. Naast de olympische titel in Nagano was hij vijf keer wereldkampioen op de 500 meter, drie keer winnaar van de wereldbeker en vier keer wereldrecordhouder, in Calgary op 28 maart 1998 de eerste ooit onder de 35 seconden. En hij werd een ster: Porsche en Ferrari zijn zijn favoriete auto’s, en vorig jaar kort na zijn afscheid trouwde hij onder grote mediabelangstelling met fotomodel Reiko Takagaki (30).

„Japan kende toen ik er kwam al fabrieksteams”, vertelt Ten Kortenaar, in 1998 tiende op de olympische vijf kilometer. „Zij liepen daarmee voor op de schaatsers uit Europa, waar pas halverwege de jaren negentig commerciële ploegen ontstonden. Ik reed voor multinational Sankyo, die nog altijd in het schaatsen actief is. De beste Japanse schaatsers en hun gezin werden door zo’n bedrijf voor het leven goed verzorgd.”

Zijn jaar in Obihiro maakte indruk op Ten Kortenaar, die later zijn eigen bedrijf noemde naar zijn bijnaam in Japan: dr. Ten. „Met Kortenaar konden ze niets, ik heette daar mr. Ten. De taal, de cultuur, het was een compleet andere wereld. Er heerste een streng regime. Ik hoor nog die Japanse coaches brullen langs de kant. ‘Nog veertien rondjes!’ Elk rondje viel de laatste af. Iedereen ging constant op z’n allerhardst, die trainingen waren slachtpartijen. Dat konden die trainers doen, want er waren schaatsers genoeg. De sport was gigapopulair en is dat volgens mij nog steeds. Aan nationale wedstrijden doen altijd enorm veel schaatsers mee.”

Top-allrounders heeft Japan niet meer sinds Keiji Shirahata in de jaren negentig, of het moest bij de vrouwen Masako Hozumi zijn. „Ze willen best arbeid leveren”, zegt Ten Kortenaar. „Maar ze beheersen de lange slag vanuit de kont niet.” Sprinters zijn er des te meer. Op de Spelen in Vancouver behaalden Nagashima en Kato zilver en brons, achter de Zuid-Koreaan Mo Tae-bum. Dit seizoen wonnen de Japanners al vier keer bij de wereldbeker, net zo vaak als Nederland. Onder toeziend oog van keizer Shimizu, tegenwoordig student, kunnen de thuissprinters in Obihiro hun aantal zeges verder opvoeren.