In China weet bijna niemand wie dit is

Liu Xiaobo krijgt vandaag de Nobelprijs voor de Vrede, maar zit in China in de cel.

Ook zijn vrienden in Peking vieren geen feest, maar zijn op hun hoede.

A man walks in front of a poster of Chinese dissident and peace prize laureate Liu Xiaobo at an exhibition at the Nobel Peace Center in Oslo, December 9, 2010. With the guest of honour stuck in a Chinese prison, this year's Nobel Peace Prize ceremony will centre around an empty chair, as its celebration of dissident Liu Xiaobo continues to split the global community and infuriate Beijing. The Norwegian Nobel Committee head said he was surprised at the level of international support for jailed Chinese dissident and peace prize laureate Liu Xiaobo despite pressure from Beijing. AFP PHOTO/ODD ANDERSEN
A man walks in front of a poster of Chinese dissident and peace prize laureate Liu Xiaobo at an exhibition at the Nobel Peace Center in Oslo, December 9, 2010. With the guest of honour stuck in a Chinese prison, this year's Nobel Peace Prize ceremony will centre around an empty chair, as its celebration of dissident Liu Xiaobo continues to split the global community and infuriate Beijing. The Norwegian Nobel Committee head said he was surprised at the level of international support for jailed Chinese dissident and peace prize laureate Liu Xiaobo despite pressure from Beijing. AFP PHOTO/ODD ANDERSEN AFP

Weinig Chinezen weten dat vandaag in Oslo voor het eerst een landgenoot een Nobelprijs krijgt. Weinig Chinezen kennen Liu Xiaobo, de 54-jarige hoogleraar literatuur die vandaag de Noorse vredesprijs krijgt omdat hij zich inzet voor politieke hervormingen. De vraag is: heeft Liu Xiaobo’s manifest, het internetdocument Charta ’08, enige invloed?

„De mensen die het moeten weten, weten het”, zegt Liu Suli (55), boekhandelaar in Peking en goede vriend van de prijswinnaar. „Dat zijn de 300 ondertekenaars en de 10.000 internetters die het document hebben gelezen en online hebben ‘ondertekend’.” En Liu Suli rekent voor: „Ik schat dus dat niet meer dan 100.000 van de 1,3 miljard Chinezen weten wat er vrijdag 10 december in Oslo gebeurt en wie Liu is. De meeste Nederlanders zijn beter op de hoogte dan ongeveer eenvijfde van de mensheid. De informatiekloof in de wereld wordt alleen maar groter.”

Zijn boekhandel ‘Alle Wijsheid’ en het bijbehorende ‘Denkerscafé’ zijn gistermiddag plotseling op last van de politie gesloten. Zelf ligt Liu Suli al langer met gebroken ribben en scheuren in zijn bekken op bed. De verwondingen liep hij op toen de politie hem hardhandig in een arrestantenbusje duwde omdat zij hem wilden verhoren over zijn relatie met de Nobelprijswinnaar. Alsof de Pekingse staatsveiligheid niet weet dat de twee Liu’s sinds de Tiananmendemonstraties met elkaar bevriend zijn en na die historische en heftige zomer van ’89 met elkaar in een cel zaten.

Als zijn vriend vandaag de Nobelprijs voor de Vrede in absentie krijgt uitgereikt, kunnen zijn familie, vrienden en medestanders alleen in de privacy van hun eigen appartementen een kaars voor de gevangen laureaat aansteken. De rest van China weet van niets, of het moeten de lezers zijn van de Engelstalige staatsmedia, waarin Liu Xiaobo wordt neergezet als een „crimineel” en de Nobelprijsuitreiking als „een aanfluiting” en een vorm van westerse „China-bashing”.

Een bijeenkomst van ondertekenaars van Charta ’08, het door Liu geredigeerde en verspreide pleidooi voor democratie in China, of een demonstratie zit er niet in vandaag. Die ideeën zijn door de kleine groep Chinese dissidenten overwogen en verworpen, blijkt uit een rondgang langs ondertekenaars en vrienden in Peking. „Niemand kan onbespied de deur uit, telefoon en internet zijn niet veilig. De druk van de staat is op dit moment groot, zo streng heb ik het niet meegemaakt sinds juni 1989. De staat is een creatuur dat instinctief reageert en gevaarlijk reageert als het wordt aangevallen”, zegt Liu Suli.

Ook andere vrienden van Liu Xiaobo en ondertekenaars van Charta ’08 ervaren de harde reactie aan den lijve. Leek er een paar maanden geleden, mede door pro-democratische, hervormingsgezinde toespraken en interviews van premier Wen Jiabao even sprake van een nieuwe ‘Pekingse lente’, de politieke temperatuur is nu tot ver onder het vriespunt gezakt.

Dai Qing (69), China’s beroemdste milieuactivist en ondertekenaar van Charta ’08, wijst naar een politieauto op de parkeerplaats aan de overkant. Zij durft zelfs het land niet uit, omdat zij vreest niet te mogen terugkeren. Li Datong (58), een van de weinige partijleden die Charta ’08 ondertekenden, heeft af en toe de staatsveiligheidsdienst op de stoep. „Ik heb gezegd dat ze moeten opdonderen en terroristen gaan vangen, maar ze komen steeds terug. Arme donders zijn het, ik geef ze dus maar thee”, bast de voormalige hoofdredacteur van de partijkrant Dagblad voor de Jeugd.

Bang is hij niet, niemand trouwens, maar hij is wel realistisch. Uit voorzorg wil dus ook Zhang Yaojie (52), voormalig dorpsonderwijzer en een van de meest radicale, anti-communistische dissidenten, alleen maar afspreken in het enige zevensterrenhotel in Peking, waar toevallig ook een groep generaals en kolonels bijeen is.

Er is nog een andere, minstens zo belangrijke reden waarom in Peking (en elders in China) Chinese dissidenten niet bij elkaar komen. Dai Qing, geadopteerde dochter van een van Mao Zedongs tien maarschalken, legt uit: „Charta ’08 is een document op internet. Er schuilt geen organisatie achter, alleen maar een kleine groep min of meer gelijkgezinden. De 300 ondertekenaars en de 10.000 mensen die online adhesie betuigden vormen geen beweging, het zijn allemaal losse zandkorrels. We zijn nog nooit bij elkaar geweest.”

Dat is, denkt zij, ook de zwakte van de Chinese dissidenten anno 2010. Er is geen cohesie, het zijn allemaal individuen, dus ze zijn makkelijk te controleren. De groep hervormingsgezinden is klein in China en bestaat hoofdzakelijk uit intellectuelen uit Peking en Shanghai. Boeren en arbeiders ontbreken, net als jongeren.

Charta ‘08 is slechts een internetfenomeen, in een land waar het internet streng en effectief wordt gecensureerd en westerse theorieën over de relatie tussen democratie en het internet niet opgaan. Sterker nog, het internet, zo hebben de autoriteiten ontdekt, kan wel degelijk met succes en effectief gecontroleerd worden. Kwestie van software, geld en mankracht en de medewerking van Google, Microsoft en andere ict-bedrijven. „We zijn dus vooral internetters, we lijken op parkieten in een kooi, en nog geen daadwerkelijk actieve burgers. De invloed van Charta ’08 is heel beperkt, ook op de universiteiten en onder jongeren”, zegt Dai Qing.

Charta ’08 is nog geen beweging, zoals de studenten- en arbeidersbeweging in 1989. Er zijn ook geen duidelijke leiders, zoals destijds”, denkt Liu Suli. Ex-dorpsonderwijzer en historicus Zhang Yaojie, die in 1989 de demonstraties in de provincie Henan leidde: „De ironie is natuurlijk dat de staat door Liu Xiaobo op te sluiten een martelaar heeft gecreëerd. Daarom hebben we nu een potentiële leider, we hebben een vlag gekregen om te volgen, met dank aan de staat en het Nobelprijscomité.”

Waarom Liu, die niet eens de hoofdauteur is van Charta ’08, wel en andere betrokkenen niet zijn gearresteerd, kan Li Datong, die de werking van het staatsapparaat goed kent, makkelijk verklaren. „Slacht de kip voor de aap komt, want de kip is zwak en de aap sterk. Er is een simpele calculatie gemaakt nadat was geconcludeerd dat er een afschrikwekkend voorbeeld gesteld moest worden. Bestraf degene die geen connecties heeft en ook nauwelijks internationale bekendheid geniet het hardst.”

Dissidenten als de kunstenaar Ai Wei Wei (zoon van een dichter), de partijman Li Datong, de bekende econoom Mao Yushi en zeker Dai Qing, ‘de rode prinses’, zijn ook buiten China bekend. Zij beschikken bovendien over enige bescherming door hun familiebanden met figuren die een belangrijke rol gespeeld hebben in de geschiedenis van de Chinese Communistische Partij (CCP). „Het zijn altijd de minst bekenden die het zwaarst worden gestraft. Dat was in ’89 ook al zo”, aldus Li Datong, die in 1999 werd geschorst als partij-journalist omdat hij pleitte voor persvrijheid.

Maar Liu Suli is het daar niet mee eens: „Liu Xiaobo is bestraft omdat de partijleiders in hem een echte organisator en mogelijke leider zien. Hij is intelligent, gematigd en redelijk. Op het Tiananmenplein in ’89 luisterde ook iedereen naar hem. Daar komt bij dat Charta ’08 geen radicaal pamflet is, het is gebaseerd op de ideeën over democratie en mensenrechten van de communistische leiders van voor 1949, inclusief die van Mao Zedong. De staat is bang voor figuren als Liu Xiaobo”.

Dai Qing: „Je mag in China over van alles je mond open doen: seks, milieu, geld, de economie, het doet er niet toe. Enige voorwaarde is dat je de alleenheerschappij van de CCP accepteert. En dat doet Liu niet. Charta ’08 pleit voor een meerpartijenstelsel en gaat dus heel duidelijk die grens, die onzichtbare rode streep, over. Dat verklaart heel veel.”

Blijft over de vraag of door de Nobelprijs aan Liu Xiaobo uit te reiken China democratischer zal worden. Eensgezind zeggen de vier hervormingsgezinden los van elkaar: „Neen.”

Liu Suli legt uit: „De politieke ontwikkelingen liggen zeker tot eind 2012 stil, want in dat jaar vindt er een grote wisseling van leiders in het Politbureau plaats. Niemand in de partij durft zijn mond open te doen.” Dai Qing: „Onze leiders behoren tot de generatie die in een cultureel en intellectueel isolement is opgegroeid. President Hu Jintao heeft nooit andere boeken gelezen dan over het bouwen van waterkrachtdammen en Sovjetromannetjes. Het wachten is op leiders die minder bangig en onzeker zijn.”

Zhang Yaojie: „Hervormingen in China zullen alleen plaatsvinden na grote crises. Een Nobelprijs of een Charta ‘08 spelen geen enkele rol. Het grote probleem is dat het de jongeren en de middenklasse in het geheel niet interesseert. Die vinden alleen hun eigen leven belangrijk.”

Li Datong waarschuwt voor korte-termijndenken: „We moeten geduld hebben. Er is heel veel veranderd sinds 1978. Vergeleken met 30 jaar geleden is het leven veel vrijer en welvarender geworden. Mensen zijn helemaal niet meer bang voor de staatsveiligheid, de politie of de buren, zoals in de jaren zestig en zeventig. Die diepe, permanente angst voor alles en iedereen is godzijdank helemaal verdwenen. Ik vertrouw erop dat over nog eens 30 jaar China opnieuw onherkenbaar veranderd zal zijn. De Nobelprijs voor Liu is een stap in dat lange proces. Ik treur om hem, maar die prijs is een enorme aanmoediging.”